Wijkonderzoek en participatieplan opstellen

Laatst gewijzigd op:

Checklist

Herken jij je in één of meerdere punten van deze checklist? Dan zit je hier op de goede plek.

  • Ik heb de doelen van participatie en belanghebbenden in kaart.
  • Ik wil onderzoeken welke bewoners er in de buurt/wijk wonen.
  • Ik ga binnenkort een start maken met het participatieplan en de rolverdeling.

Als de kaders voor het participatieproces zijn vastgesteld, kan gestart worden met de uitvoering. In deze stap vind je meer informatie over uitdagingen waar je als gemeente tegenaan kunt lopen bij deze uitvoering. Onder hoe ga je aan de slag? beschrijven we veelvoorkomende obstakels, ervaringen uit de praktijk bij andere gemeentes, tips hoe je een goede voorbereiding vormgeeft en tools die je daarbij helpen. Je hoeft niet alles zelf te doen. Onder rolverdeling zie je welke taken je als gemeente het beste zelf kan oppakken en welke je kunt uitbesteden.

Hoe ga je aan de slag?

Hieronder beschrijven we specifieke zaken om rekening mee te houden bij het wijkonderzoek en het opstellen van het participatieplan. We beschrijven praktijkervaringen van andere gemeentes en geven tips en tools die kunnen ondersteunen in dit proces.

Uitdaging: Een goed inzicht krijgen in wie bewoners zijn, hun drijfveren en barrières

De warmtetransitie en het verduurzamen van woningen wordt samen met de bewoners vormgegeven; zij zijn de belangrijkste stakeholders en samenwerkingspartners. Zij gaan uiteindelijk over de verduurzamingsmaatregelen en aanpassingen naar aardgasvrij in hun woningen. ‘Bewoners’ zijn erg divers en voor een goede samenwerking moet je goed weten wie zij zijn en wat zij belangrijk vinden. Wat zijn hun drijfveren en welke barrières moeten weggenomen worden? Alleen op die manier kom je tot een succesvolle aanpak voor duurzaam of aardgasvrij wonen.

Er zijn verschillende manieren om in kaart te brengen wie de bewoners zijn, wat er bij hen leeft, wat ze belangrijk vinden ten aanzien van hun woning en welke wensen zij hebben voor hun leven, leefomgeving en verduurzaming. Vaak zijn er al bestaande kennisbronnen aanwezig waar je gebruik van kunt maken en die een startpunt vormen van de inventarisatie:

  • Neem contact op met een gebieds- of wijkregisseur en een collega van het sociaal domein. Zij zijn vaak goed op de hoogte van wat er speelt in wijken. Met deze informatie kun je een eerste beeld vormen.
  • Breng in kaart wat de geschiedenis in de buurt of wijk is. Deze geschiedenis heeft invloed op de huidige relatie en communicatie tussen bewoners, initiatieven en gemeente. Het is belangrijk hier rekening mee te houden wanneer het onderlinge contact weer intensiever wordt. Als het vertrouwen eerder (ernstig) is geschaad, moet je daar eerst mee aan de slag gaan.
  • Verzamel en maak gebruik van eerder (sociaal) onderzoek in de wijk(en), zoals een vragenlijst of straatgesprekken. Ook onderzoeken die niet direct met verduurzaming van woningen te maken hebben, kunnen toch inzicht bieden in wat er leeft in de wijk.

In de Rotterdamse wijk Pendrecht gaf sociaal marketingonderzoek inzicht in de belevingswereld en de behoeften, barrières en motivaties van bewoners om over te stappen naar aardgasvrij wonen. Uit het onderzoek bleek bijvoorbeeld dat bewoners in Pendrecht vooral praktisch zijn ingesteld: ze leren en vergaren informatie door te zien en te ervaren in een fysieke omgeving. Bewoners gaven aan dat zij behoefte hadden aan een centrale plaats waar zij, op de momenten dat het voor hen het beste uitkomt, kunnen worden geïnformeerd en inbreng kunnen geven over hun leefomgeving. De gemeente opende op basis van deze inzichten de Huiskamer Aardgasvrij Pendrecht; een centrale plaats in de wijk waar bewoners in gesprek gaan met voorlichters en andere buurtbewoners, bijeenkomsten bezoeken, kennismaken met aardgasvrije alternatieven en leren over isolatie van hun woningen en zelf ervaring opdoen met koken op inductie tijdens een workshop.

In de Bossche wijk De Buitenpepers is begonnen met een goede oriëntatie op de buurt. Daarvoor is in Den Bosch gebruik gemaakt van het model ‘Smart Energy Cities’. Dat is een integrale aanpak die in vijf stappen twee gelijktijdig lopende routes combineert: een sociaal-maatschappelijke benadering en technisch-economische innovaties. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de processtrategie, bestuur- en besluitvorming.

Een wijksafari is onderdeel van de stappen in Smart Energy Cities: op de fiets door de wijk om zo veel mogelijk bewoners te spreken en bij hen allerlei ideeën op te halen en informatie te verzamelen. De ervaring was dat dit een goede manier is om te onderzoeken wat er leeft bij bewoners in de wijk. In De Buitenpepers waren bewoners niet zozeer bezig met aardgasvrij, maar wel gerelateerde onderwerpen, zoals problemen met vocht en tocht in de woningen waarbij aansluiting kan worden gezocht. Goede woningisolatie is tenslotte het beginpunt van de warmtetransitie.

Om inzichten over en vanuit bewoners op te halen, laat de gemeente Sliedrecht bewoners aan het eind van bijeenkomsten uit onderwerpen kiezen die ze een volgende keer willen bespreken (bijvoorbeeld middels kaartjes of via een digitale enquête). Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om op behoeftes van bewoners in te spelen en tegelijkertijd feedback te ontvangen over de besproken onderwerpen tijdens de afgelopen bijeenkomst (Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO).

Ga het gesprek aan met (sport)verenigingen, ondernemers, de kerk, school of bewonersinitiatieven en bewonerscoöperaties. De bewoners van de gemeente zijn meestal zelf actief binnen deze sociale structuren en de kennis die bij hen aanwezig is, kan veel waardevolle inzichten opleveren over wat er onder alle bewoners leeft. Weten wat er speelt betekent ook achterhalen dat er voor verschillende mensen verschillende redenen zijn voor duurzaam en aardgasvrij wonen. Denk hierbij aan duurzame energie, veilig wonen, langer thuis wonen, verbeterd comfort, beter contact met buren, minder (geluids)overlast en meer groen in de buurt. Daarbij is het ook van belang om inzichten op te halen over wat bewoners willen. Waar hebben bewoners vooral behoefte aan wat betreft het isoleren van de woning en de transitie naar aardgasvrij: willen ze informatie, een selectie van aanbieders om zelf uit te kiezen of een concreet aanbod?

De Wensenkaart brengt de waarden van bewoners in kaart en achterhaalt de belangrijkste behoeften, wensen en waarden in de buurt en waarvoor bewoners in beweging willen komen.

De Wensentegeltjes is een creatieve onderzoeksmethode om informatie op te halen en tegelijkertijd de interactie met bewoners op te zoeken. De Alkmaarse wijk Bloemwijk stond op het punt om gesloopt te worden. De huizen bleken namelijk niet geschikt om te verduurzamen. Door bewoners herinneringen op tegeltjes te laten schrijven, bereik je meerdere doelen: naast informatie verzamelen, betrek je bewoners bij de veranderingen en stimuleer je onderlinge ontmoetingen. Bloemwijk bundel digitaal : simplebooklet.com
Aangenaam Bloemwijk (studio-aangenaam.nl)

De Burgerpeiling maakt door middel van een vragenlijst het welzijn en de betrokkenheid van wijkbewoners en doelgroepen inzichtelijk, om het beleid af te kunnen stemmen op de wensen van de bewoners.

De Leefbaarometer van het CBS biedt online informatie over de leefbaarheid in alle buurten en wijken. Daarnaast kan een aanvullende vragenlijst over de leefbaarheid in de wijk veel informatie bieden. Vind hier voorbeelden uit RotterdamVelsen (zie p. 57-65 van de rapportage), Assen (zie p. 46-53 van de rapportage).

Uitdaging: In kaart brengen wat er leeft in de wijk(en)

Kijk bij het in kaart brengen van wat er leeft in de wijk(en) breder dan alleen de thema’s warmte en energie. Sluit aan bij thema’s die prioriteit hebben voor bewoners, zoals leefbaarheid, veiligheid of meer groen. Door niet alleen te kijken naar de wensen ten aanzien van verduurzaming, maar ook naar andere thema’s, krijg je zicht op zogeheten koppelkansen. Bijvoorbeeld de doelstelling van de gemeente om huizen beter te isoleren en van bewoners om vochtdoorslag tegen te gaan. Door de doelstellingen van de bewoners te verbinden met die van de gemeente ontstaat er een gemeenschappelijk doel en wordt het voor bewoners interessant om mee te denken, plannen te ontwikkelen en actief mee te doen.

Met een wijkanalyse kun je koppelkansen in kaart brengen: welke doelen zijn interessant en relevant om te verbinden met de aardgasvrij opgave? Het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) beschrijft twee onderdelen van zo’n wijkanalyse: verbinden binnen de gemeentelijke organisatie en verkennen in de wijk.

Het kan helpen om verduurzaming van de wijk te koppelen aan andere thema’s. Met het Inspiratieboek: Opgaven Verbinden in de Wijk kun je aan de slag met koppelkansen voor leefbaarheid en duurzaamheid.

Uitdaging: Keuze maken uit bewonersparticipatiemethoden

Er bestaan veel verschillende participatiemethoden. Vaak maken gemeentes gebruik van een mix van participatiemethoden. Welke mix van methodes geschikt is, is afhankelijk van de situatie.

Binnen de Proeftuinen Aardgasvrije Wijken is er ervaring opgedaan met bewonersparticipatie. Proeftuinen ervaren een diversiteit aan wensen hoe bewoners betrokken willen worden. Er zijn bijvoorbeeld bewoners die actief betrokken zijn en die mee willen denken, maar er is ook een grote groep die het voldoende vindt om op de hoogte te worden gehouden. Daarnaast is er ook de vraag hoeveel ruimte de gemeente de bewoners van de wijk wil of kan geven. De ruimte van bewoners binnen de proeftuinen verschilt, van feedback geven op plannen tot actief een bijdrage leveren aan de planvorming (bijvoorbeeld in Nagele en Wageningen). Kortom, er is niet één vorm van participatie die overal geschikt is. Dit betekent dat er samen met bewoners moet worden gekeken welke vorm van participatie zich leent voor de betreffende wijk. (Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO).

In Nagele werd samen met een aantal partners een prijsvraag uitgeschreven waarbij architecten, energiespecialisten, ondernemers en technische universiteiten werden opgeroepen met vernieuwende ideeën te komen op het gebied van duurzame energie. “Ideeën die ook echt in Nagele uitgevoerd konden worden”, aldus Dhr. Bergboer, projectleider van coöperatie Energiek Nagele.

Nagele uitgelicht – Programma Aardgasvrije Wijken

Wanneer in 2016 tijdens het Klimaatstraatfeest van HIER in de Benedenbuurt in Wageningen duidelijk wordt dat de riolering van de jaren ’50 woningen aan vervanging toe is, ziet een groepje bewoners dat als een uitgelezen kans voor verduurzaming. De wens: van het gas af met behulp van een collectief warmtenet.

Hoe betrek je buurtbewoners bij je warmte-initiatief? Geleerde lessen uit de Benedenbuurt Wageningen | HIER opgewekt

Op basis van de inzichten uit het onderzoek in de wijk maak je een inschatting op welke manier bewoners willen en kunnen participeren gedurende het proces. Stem de participatieniveaus af op de verschillende bewoners. Daarmee kom je bewoners zo veel mogelijk tegemoet in hun behoeften. In de praktijk blijkt namelijk vaak dat een deel van de bewoners actief wil meedenken en (indien mogelijk) meebeslissen. Andere bewoners vinden het prima om tussentijds op de hoogte gehouden te worden en bij belangrijke momenten een reactie te geven. Maak dit mogelijk voor bewoners. Daarnaast blijkt ook vaak dat er niet één vorm van participatie is die voor iedere doelgroep geschikt is en dat gedurende het proces op verschillende momenten andere vormen van participatie passend zijn. Bedenk daarom samen met bewoners hoe dit vorm krijgt. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving ontwikkelde daarvoor het Empowerment raamwerk, dat uitgaat van het kunnen en willen van bewoners.

Voor de participatieladder geldt niet hoe hoger hoe beter. De passende vorm van participatie verschilt per situatie. Lees meer over participatie op: Naar een gezamenlijke keuze van willen en kunnen bij het aardgasvrij maken van wijken – Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving en ontdek het “Empowerment raamwerk”. Empowerment omvat kunnen en willen:

  • Kunnen: heeft iemand toegang tot middelen zoals geld, kennis en (sociale) netwerken, dat hen in staat stelt om te participeren?
  • Willen: heeft iemand de bereidheid om deze middelen ook in te zetten?

Luister verder over wat ‘empowerment’ ons leert over (bewoners)participatie in aardgasvrije wijken.

Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving vertaalt het Empowerment raamwerk naar een praktisch instrument: de Empowermentscan.

Het Participatieschema van HIER Opgewekt maakt inzichtelijk welke mate van participatie past bij welke fase.

De ParticipatieWijzer van ProDemos helpt bij de afweging van participatiemethoden voor verschillende situaties.

Tabel 1 bevat de niveaus van de nieuwe participatieladder van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (Naar een gezamenlijke keuze van willen en kunnen bij het aardgasvrij maken van wijken – Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving). Voor elk niveau van participatie zijn er verschillende methodes die gemeentes kunnen inzetten. Bij elk van deze niveaus zijn een aantal voorbeelden van participatiemethodes gegeven.

Tabel 1: Methodes per niveau van participatie

Niveau Voorbeelden van methodes
0 Geen participatie Niet van toepassing
1 Informeren Informatieavond, wijkkrant, excursie, campagne
2 Inspreken Enquête, inspraakreacties
3 Consulteren Hoorzitting, inspraak, workshop, burgerpanel, focusgroep, raadplegend referendum, denktank
4 Coproduceren / samenwerken Projectgroep
5 Overdragen Bindend referendum, participatieve begroting
6 Controle / zelfbestuur Zelfstandig plannen opstellen
7 Eigendom Energiecoöperaties

Participatie kent vele verschijningsvormen. Hierdoor is het gesprek over participatie vaak abstract en lastig te voeren. Aan de hand van een vergelijking met type maaltijden worden vier vormen van participatie verkend. Deze vergelijking helpt om het gesprek over participatie te voeren en uiteenlopende verwachtingen invoelbaar te maken.

Welke participatiemethoden zijn geschikt rekening houdend met COVID19-maatregelen? Lees op Participatie op 1,5 meter afstand – Programma Aardgasvrije Wijken over voorbeelden van hoe andere gemeentes hiermee omgaan.

Het Kennisknooppunt Participatie geeft tips over hoe burgers geïnformeerd en geconsulteerd kunnen worden over projecten tijdens de coronacrisis en hoe besluitvormingsprocessen kunnen doorgaan. (kennisknooppuntparticipatie.nl).

Uitdaging: Een participatieplan opstellen

Het is belangrijk om een participatieplan voor de wijkaanpak op te stellen. In dit plan wordt onder andere beschreven wie waarover, wanneer moet beslissen en waarom.

Door de doelstelling duidelijk te verwoorden is het gemakkelijker als gemeente om de keuze te maken voor het gewenste niveau van participatie en aansluitende bewonersparticipatiemethodiek. In gemeentes is veel ervaring met communicatie met bewoners en van deze ervaring wordt in het algemeen ook veel gebruik van gemaakt. Het valt echter op dat ervaringen uit het verleden met bewonersparticipatie (bijvoorbeeld in het kader van wijkvernieuwing of leefbaarheid) weinig genoemd werd in gespreken met gemeentes. Er lijkt geen basis participatieplan klaar te liggen.

(Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO).

Er wordt geadviseerd om de wijkaanpak te beginnen met het opstellen van een duidelijk en gedetailleerd participatieplan, met in ieder geval de volgende elementen:

  • Het doel van participatie: wie moet waarover, wanneer beslissen en waarom? Door het doel duidelijk te stellen kan een gemeente ook beter kiezen voor het gewenste participatieniveau gedurende het proces: wanneer kunnen bewoners meebeslissen of is het voldoende om ze te consulteren?
  • Breng de bewoners in de wijk goed in kaart. Benut hierbij ook de kennis die in de gemeente aanwezig is vanuit het sociaal domein, of bij bewonerscoöperaties of andere bewonersinitiatieven.
  • Kijk of er bepaalde clusters te vormen zijn in de wijk om gezamenlijk te werken aan uitvoeringsplannen: een criterium kan de sociale verbondenheid zijn; wat zijn voor bewoners logische grenzen? Met wie voelen ze zich verbonden?
  • Houd rekening met de verschillende stappen die de bewoner doorloopt in het proces naar een aardgasvrije woning (de klantreis).
  • Bedenk welke rol een bewoner heeft en wanneer welke rol het meest van toepassing is. Op sommige momenten zal een bewoner als burger op een juiste manier behandeld willen worden, terwijl hij of zij op een ander moment meer als klant denkt en een klantbenadering passend kan zijn.
  • Denk na over opschaling. Ga je eerst voor een klein aantal woningen het gehele proces doorlopen en dan opschalen? Of begin je direct met een groter aantal woningen? Leer hierbij van de eerder opgedane ervaringen. (Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO).

Het team Gasvrij Purmerend heeft een communicatie- en participatieaanpak ontwikkeld om bewoners te enthousiasmeren voor een aansluiting op het warmtenet. Deze aanpak is gebaseerd op twee principes:

  • Participatie op z’n kop: De gemeente kan in de warmtetransitie alleen inzetten op een excellente relatie met bewoners, om vanuit die relatie te mogen adviseren en faciliteren. Dát noemen we participatie op z’n kop. Participatie op z’n kop vraagt om een mensgerichte benadering, waarin niet de gewenste transitie, maar de bewoner zelf centraal staat.
  • Heroverwegen om te komen tot een weloverwogen besluit: De bewoner moet – net als de ambtenaren die werken aan de transitie naar aardgasvrije wijken – de tijd hebben om te overwegen en te heroverwegen. Deze overwegingen spelen voor de bewoner op microniveau; het niveau van de eigen woning.

De Purmerendse aanpak, Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO

Het PAW (Programma Aardgasvrije Wijken) beschreef de vijf uitgangspunten van een participatie-aanpak aardgasvrij. Het Kennisknooppunt Participatie (initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) maakte een handreiking met aandachtspunten voor het opstellen van een participatieplan.

Er zijn drie doelgroepen te onderscheiden:

Bewoners die open staan voor het idee om aardgasvrij/duurzame woningen te realiseren

Zij zullen zich gaan oriënteren op de mogelijkheden voor een aardgasvrije woning en willen misschien meedenken over de plannen op wijkniveau.

Bewoners die afwachten, of nog onzeker zijn over de plannen voor aardgasvrije/duurzame woningen

Bij deze groep bewoners kunnen onder andere de volgende zaken een rol spelen:

  • Ze kunnen uitstelgedrag vertonen ‘’we gaan het allemaal nog wel zien’’, of beschouwen aardgasvrij wonen misschien niet als (hun persoonlijke) prioriteit.
  • Het kan zijn dat deze groep niet (alle) informatie even goed heeft meegekregen of er bewust voor heeft gekozen zich er niet te veel in te verdiepen.

Bewoners die (op dit moment) niet/minder open staan voor een aardgasvrije woning

Bij deze groep bewoners kunnen onder andere de volgende zaken een rol spelen:

  • Ze hebben het gevoel geen keuze te hebben in dit proces, dat een aardgasvrije woning hen wordt opgedrongen, of dat ze niet betrokken zijn bij het proces waardoor besluiten over hun hoofd heen worden genomen.
  • Ze ervaren geen gehoor voor hun eigen inbreng wat betreft de technische (on)mogelijkheden van een aardgasvrije woning.
  • Ze vrezen hoge kosten voor henzelf, of denken te weinig financiële middelen te hebben voor een aardgasvrije woning.
  • Het overstappen naar een aardgasvrije woning kan als te veel gedoe/moeite worden ervaren. Bijvoorbeeld oudere (alleenstaande) bewoners vinden het wellicht de moeite niet meer. Dit probleem kan echter ook spelen bij andere doelgroepen.
  • Bewoners hebben het gevoel dat de gemeente prioriteit moet geven aan andere zaken, zoals bijvoorbeeld het opknappen van de wijk of het verbeteren van de veiligheid.

Rolverdeling

De gemeente is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een wijkonderzoek en voor het opstellen van een participatieplan. Dat wil niet zeggen dat de feitelijke uitvoering ook bij de gemeente ligt.

Omdat deze opstartfase cruciaal is voor het verloop van het verdere proces, is het wel zaak dat de gemeente nauw betrokken is bij de totstandkoming van zowel het wijkonderzoek als het schrijven van het participatieplan. Hier gaan we verder in op het belang om kennis beschikbaar te houden voor de gemeente zelf en het houden van regie op het schrijven van het participatieplan.

Het wijkonderzoek is een belangrijk onderdeel van de voorbereiding van een participatieproces. Als het goed uitgevoerd is, kan het zeer waardevolle kennis geven over de wijk en haar bewoners. Deze kennis is van belang voor het hele participatietraject.

Het is heel goed mogelijk dat het wijkonderzoek uitgevoerd wordt door een externe partij. Maak wel goede afspraken over de beschikbaarheid van de kennis voor later gebruik. Alleen een samenvattend rapport is wellicht te beperkt. Vanwege gegarandeerde anonimiteit is data van individuen misschien niet beschikbaar. Zoek naar een middenweg, zodat verzamelde informatie bruikbaar blijft.

Het is belangrijk om zelf de regie te houden over het participatieplan, ook als je externen inhuurt voor het schrijven. Het schrijven van een goed participatieplan is tijdsintensief en vereist ook specialistische kennis over participatieprocessen. Je kunt er als gemeente voor kiezen om zelf het plan te schrijven, maar het kan ook dat hiervoor externen worden ingehuurd. Inhuren betekent echter niet dat je het proces kunt loslaten. Het participatieplan is de routekaart voor het hele participatieproces. Het is belangrijk om als gemeentelijke organisatie alle ins en outs van het plan te begrijpen en te ondersteunen. Het is immers de gemeente die aangesproken wordt op een goed en zorgvuldig participatietraject. Zorg dus voor goede afstemming tussen de auteurs van het participatieplan (al dan niet extern) en alle betrokkenen die met het plan aan de slag moeten.

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste updates op Energy.nl?

Inschrijven nieuwsbrief