Besluiten

Laatst gewijzigd op:

Checklist

Herken jij je in één of meerdere punten van deze checklist? Dan zit je hier op de goede plek.

  • Ik ben (bijna) klaar met het Bewust maken van bewoners
  • Ik heb samen met bewoners gewerkt aan het concretiseren van de (aardgasvrije) plannen voor hun wijk
  • Ik denk dat bewoners zich bewust zijn van wat de plannen voor hun persoonlijke situatie betekenen, omdat ik (bijvoorbeeld):
  • Eén of meerdere bewonersavonden heb georganiseerd
  • Eén op één gesprekken heb gevoerd met bewoners
  • Via een vragenlijst of ander onderzoek een beeld heb hoe bewoners tegenover de aardgasvrije plannen staan
  • Ik ben bezig een concreet aanbod te ontwerpen waar bewoners ja of nee tegen kunnen zeggen

De plannen voor aardgasvrije of duurzame woningen worden concreter. Bewoners hebben eerder kennisgenomen van de plannen voor hun wijk en hebben mee kunnen denken. Misschien zijn er actieve bewonersgroepen die hebben geholpen bij het vormgeven van de plannen. Ook hebben bewoners een goed beeld van wat de plannen voor hun individuele situatie betekenen.

In de besluitvormingsfase overwegen en besluiten bewoners of ze een verduurzaamde woning willen en zo ja op wat voor manier ze dat willen. Er moet natuurlijk wel iets te besluiten zijn. Daarom is het op dit moment belangrijk dat er een concreet voorstel ontwikkeld wordt waar bewoners ja of nee tegen kunnen zeggen. Hier lees je hoe je hier vanuit de gemeente mee aan de slag kunt gaan. Ook bij het ontwikkelen van een concreet voorstel is het van belang om dit samen met bewoners te doen, of in ieder geval het voorstel af te stemmen op de wensen en zorgen van bewoners. Je kunt ook te maken krijgen met bewoners die niet van het voorstel gebruik willen maken. Je krijgt daarom ook praktische tips en voorbeelden van hoe je samen met bewoners in gesprek kunt gaan over het aanbod en hoe je de kans kunt vergroten om bewoners te enthousiasmeren voor het voorstel.

Hoe ga je aan de slag?

Hier is een splitsing gemaakt tussen twee trajecten. Enerzijds is dat de organisatie en participatie voor het wijkuitvoeringsplan. Anderzijds is dat het ontwikkelen van een voorstel voor individuele woningen waarbij bewoners worden betrokken. In de praktijk is er wellicht geen sprake van twee losstaande trajecten, of lopen er zaken in elkaar over. We gaan hier niet in op hoe je een wijkuitvoeringsplan maakt (zie daarvoor deze link), maar wel hoe je bewoners betrekt bij dit proces.

Uitdaging: Een wijkuitvoeringsplan samen met bewoners ontwikkelen

Afhankelijk van hoever de plannen op wijkniveau al zijn gevorderd, is het belangrijk om deze ideeën te gaan concretiseren in (verschillende) wijkuitvoeringsplannen. In de Transitievisie warmte wordt vastgelegd welke wijken hoe en wanneer worden verduurzaamd. Het uitvoeringsplan beschrijft per wijk de concrete uitwerking en aanpak. De meningen, wensen en zorgen van bewoners zijn van belang in de ontwikkeling van deze plannen. Waar er eerder nog in wat algemene termen kon worden gesproken over aardgasvrije woningen, is het nu tijd om (soms moeilijke) beslissingen te nemen over hoe en wat. Het wijkuitvoeringsplan biedt aanknopingspunten voor het voorstel voor bewoners.

De randvoorwaarden van een wijkuitvoeringsplan bepalen waarover wel en waarover geen discussie kan plaatsvinden. Om verwarring en teleurstellingen bij bewoners te voorkomen is het verstandig om duidelijk te communiceren waarover wel en waarover bewoners niet kunnen meedenken. Het heeft alleen zin om bewoners te betrekken bij zaken die nog niet vastgesteld zijn. Het kan zijn dat bijvoorbeeld al besloten is dat een wijk overgaat op een warmtenet. In dat geval kan hierbij niet meer geparticipeerd worden over deze oplossing. Er kan nog wel met bewoners gesproken worden over hoe die aansluiting in zijn werk gaat en over de inpassing op woningniveau. Voorbeelden van zaken die al vast kunnen liggen zijn:

  • Welke wijken eerst van het gas af gaan
  • Wanneer de overstap gaat plaatsvinden
  • Het aardgasvrije alternatief

Maak zaken die al vastliggen en zaken waarover bewoners kunnen meedenken en meebeslissen zo concreet mogelijk. Zorg dat de keuzes die vastliggen kunnen worden verantwoord en dat inhoudelijke vragen over bijvoorbeeld het technische alternatief kunnen worden beantwoord. Zo kan er een zinvol gesprek worden gevoerd met bewoners en kunnen eventuele vragen worden beantwoord.

Meerdere provincies ondersteunen gemeenten met subsidies voor de ontwikkeling van Wijkuitvoeringsplannen, zoals OverijsselNoord-Holland en Groningen. De provincie Gelderland heeft een subsidie binnen het programma Wijk van de Toekomst.

In opdracht van het Programma Aardgasvrije Wijken zijn de stappen van het wijkproces bij het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan in kaart gebracht. Lees meer over de stappen in het achtergronddocument.

Om bewoners een eerste indicatie van de kosten en baten te geven, kan gebruik gemaakt worden van het Dashboard Eindgebruikerskosten van het Expertise Centrum Warmte (ECW). Met het Dashboard Eindgebruikerskosten krijg je als gemeente inzicht in de eindgebruikerskosten van verschillende warmtestrategieën voor eigenaar-bewoners, huurders van corporatiewoningen en huurders van particuliere huurwoningen. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welke kosten bij andere betrokken actoren terecht komen, zoals woningcorporaties, particuliere verhuurders, netbeheerders en het Rijk in de rol van subsidieverstrekker.

Het Rijk ondersteunt gemeentes met verschillende instrumenten, zodat zij goed onderbouwde transitievisies warmte en uitvoeringsplannen kunnen opstellen. De Leidraad is één van die instrumenten. Een gemeente kan de Leidraad gebruiken om in samenspraak met lokale stakeholders per wijk of buurt keuzes te maken voor een alternatieve energie-infrastructuur en het bepalen van een tijdpad waarop wijken van het aardgas af gaan. Het instrument bestaat uit twee onderdelen: de Startanalyse, die is ontwikkeld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), en de Handreiking voor lokale analyse van het Expertise Centrum Warmte (ECW).

  • Startanalyse: De Startanalyse is gemaakt op basis van landelijke data en biedt op buurtniveau voor vijf CO₂-neutrale warmtestrategieën een eerste beeld van de technisch-economische gevolgen (zoals nationale kosten, energievraag, CO₂-reductie).
  • Handreiking voor lokale analyse: Met de tips en richtlijnen in deze handreiking kunnen gemeentes en modelmakers aan de slag om de Startanalyse te verrijken met lokale data, afkomstig van de gemeente en (lokale) stakeholders. Daarmee kan de gemeente recht doen aan de lokale situatie.

Een gemeente kan bijvoorbeeld rekening houden met de planning van eigen werkzaamheden en die van stakeholders (zoals rioolvervanging of geplande renovaties van woonblokken), met de lokale situatie en lokale initiatieven en met wijken waar de nationale kosten lager zijn dan in andere wijken.

De plannen voor het aardgasvrij maken van de wijk worden concreter. Het is logisch dat nog niet alles duidelijk is en dat op sommige vragen van bewoners nog geen antwoord kan worden gegeven. Voor sommige problemen is er wellicht geen makkelijke oplossing en bewoners kunnen last gaan ondervinden van de overstap naar aardgasvrij. Het kan voorkomen dat bewoners over bepaalde zaken geen inspraak hebben, terwijl ze dat misschien wel zouden verwachten of willen. Het is belangrijk om dit soort zaken open en eerlijk te bespreken met bewoners. Het is niet erg om soms te moeten zeggen dat er nog geen nieuws is, of dat bepaalde zaken nog onbekend zijn.

Deze avonden kunnen worden opgesplitst in één of meerdere algemene bewonersavonden en avonden specifiek voor de eerste beoogde aardgasvrije wijk(en) met meer details. Tijdens deze bewonersavonden kunnen randvoorwaarden van het wijkuitvoeringsplan worden toegelicht en kan worden besproken hoe bewoners mee kunnen denken over de vervolgstappen. Inventariseer gelijk welke bewoners mee willen denken en peil de reactie op de contouren van het wijkuitvoeringsplan. Maak voor het betrekken van de bewoners gebruik van de kennis die is opgedaan over de manier waarop bewoners willen worden geïnformeerd en communiceer daarvoor via verschillende kanalen. Zie hiervoor de voorbeelden en tips uit Bewust maken van bewoners.

Bedenk bij het ontwikkelen van het uitvoeringsplan welke rol bewoners hierin kunnen spelen. Bewoners beslissen over hun eigen woning, maar zijn ook onderdeel van een wijk. Betrokkenheid van inwoners bij het opstellen van een wijkplan vergroot het draagvlak. Het voorstel voor individuele woningen zal nauw verbonden zijn met de plannen voor de wijk. Het is daarom belangrijk bewoners voldoende mogelijkheden te bieden mee te denken en eventuele zorgen te uiten.
Afhankelijk van de gewenste betrokkenheid van bewoners kan er worden gekozen voor een top-down of bottom-up aanpak voor het ontwikkelen van het wijkuitvoeringsplan.

Je kunt aansluiten op een groep actief betrokken bewoners, zoals een bewonerscollectief. Als er geen bewonerscollectief is dat zich kan of wil buigen over het wijkuitvoeringsplan, is het ook mogelijk om een klankbordgroep van bewoners op te richten. Dit is een groep mensen die op geregelde momenten op de hoogte wordt gebracht van ontwikkelingen in het wijkuitvoeringsplan en waaraan advies wordt gevraagd en dilemma’s voorgelegd. Afhankelijk van de situatie kan een klankbordgroep ook meer doen dan meedenken, door bijvoorbeeld zelf met alternatieve voorstellen te komen. Ook zou een klankbordgroep een deel van de communicatie naar overige bewoners kunnen overnemen.

Je kunt een oproep doen om mee te helpen het wijkuitvoeringsplan vorm te geven via sociale media, een brief of tijdens een bewonersavond. Idealiter bestaat zo’n klankbordgroep uit een zo representatief mogelijke afspiegeling van de wijk(en) die als eerste aardgasvrij gaan worden. In de praktijk is een klankbordgroep echter vaker een groep enthousiaste, betrokken bewoners die geen spreekbuis zijn voor de overige bewoners.

Het kan zinvol zijn om ook andere partijen zoals een warmtebedrijf, woningcorporatie of netbeheerder te laten meedenken over het wijkuitvoeringsplan. Dit is ook deels afhankelijk van het soort wijk en welk aardgasvrij-alternatief er gekozen gaat worden. Genoemde partijen kunnen meedenken vanuit andere ervaringen en expertise en kunnen zo het wijkuitvoeringsplan aanscherpen. Ook met dit soort partijen kan een klankbordgroep worden opgezet. In sommige gevallen kan het logisch zijn dat een bepaalde partij meer doet dan alleen meedenken en een meer zwaarwegende rol speelt in het vormgeven van het uitvoeringsplan. Bijvoorbeeld wanneer een groot deel van de betrokken woningen huurwoningen van een bepaalde corporatie zijn, of wanneer er al is besloten dat er een warmtenet komt en het warmtebedrijf is geselecteerd (Gemeentelijke besluitvorming warmtenetten Lessen op basis van casussen | TNO Publications). Het is van belang dat de wensen en inbreng van bewoners niet ondergesneeuwd raken door de kennis en ervaring van professionele partijen. Deze professionele partijen zijn vaak goed georganiseerd en kunnen een belangrijke stempel drukken op de participatie-aanpak van een gemeente.

Bekijk voor meer tips over het ontwikkelen van een Wijkuitvoeringsplan het Uitvoeringsplan – Programma Aardgasvrije Wijken en het Stappenplan uitvoeringsplan – Programma Aardgasvrije Wijken.

Op een bepaald moment moet een wijkuitvoeringsplan worden vastgesteld. Het is belangrijk dat wordt bepaald wanneer er een definitief besluit valt en wie hierbij betrokken zijn. Het is voor bewoners in ieder geval belangrijk dat duidelijk is wat de tijdlijn is van de ontwikkeling van het wijkuitvoeringsplan en wanneer het plan wordt vastgesteld.

Uitdaging: Een aanbod op woningniveau ontwikkelen dat verschillende groepen bewoners aanspreek

Uiteindelijk beslissen eigenaar-bewoners over hun eigen woning. Er is (nog) geen juridisch mandaat op basis waarvan de gemeente kan besluiten woningen aardgasvrij te maken. Het is daarom van belang dat er een voorstel wordt ontwikkeld waar individuele woningeigenaren positief tegenover staan.

Bij het concretiseren van plannen voor een aardgasvrije wijk kunnen praktische bezwaren bij bewoners ontstaan. Zij zullen snel kunnen inschatten of bepaalde plannen op papier in praktijk ook zullen werken. Zij kennen hun eigen woning het best. Ga daarom in gesprek met bewoners uit de wijk over de plannen, waarbij de focus ligt op de inpasbaarheid van de voorgestelde plannen.

Meerdere bewoners gaven aan dat Stadsverwarming Purmerend in eerste instantie had besloten om de afleverset bij bewoners in de meterkast te plaatsen. Volgens de bewoners was dit geen geschikte plaats, omdat de meterkast volgens hen te klein was. Meerdere geïnterviewden gaven aan dat er gedurende het proces weinig aandacht was voor de kennis van de bewoners zelf: zij gaven al snel aan dat een dergelijke constructie niet zou passen. Pas in een later stadium werden er technici betrokken bij de gesprekken en werd er een andere plek gezocht voor de afleverset (Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO).

Bij het vaststellen van de inhoud van het voorstel is het belangrijk om bewonerswensen mee te nemen. De volgende zaken kunnen worden overwogen:

  • Eén voorstel of keuzemogelijkheid
    Er kan één optie worden aangeboden, bijvoorbeeld wel of niet aansluiten op het warmtenet, of er kan keuze worden gegeven tussen verschillende alternatieve opties, bijvoorbeeld verschillende concepten om aardgasvrij te worden.
  • Alleen aardgasvrije optie of ook additionele maatregelen
    Er kan een aanbod worden gemaakt waarin alleen isolatie en installaties worden opgenomen, noodzakelijk voor het aardgasvrij maken van de woning, maar het aanbod kan ook uitgebreid worden met bijvoorbeeld extra opties voor zonnepanelen of niet-energie-gerelateerde verbeteringen. Dit kan voor bewoners aantrekkelijk zijn en ze overtuigen om het basispakket te accepteren.
  • Eén vast moment of flexibiliteit in de tijd
    Het kan zijn dat het aanbod geldig is voor een bepaald moment van uitvoering, maar er kan ook flexibiliteit worden geboden aan de woningeigenaar. De woningeigenaar kan dan zelf een moment van uitvoering kiezen dat aansluit bij de eigen wensen. Een andere optie kan zijn om gefaseerd stapje-voor-stapje verbeteringen aan de woning aan te bieden.
  • Eén aanbieder of keuze
    Er kan een voorstel ontwikkeld worden met één aanbieder, bijvoorbeeld een bouwbedrijf. Hierbij is het wel van belang dat bij de keuze voor die ene aanbieder de gemeente aanbestedingsregels in acht neemt. Een alternatief is dat er concepten worden uitgewerkt, maar dat er verschillende aanbieders zijn waaruit gekozen kan worden voor de uitvoering.
  • Ontzorging of vrijheid voor woningeigenaar
    Een aanbieder kan er voor kiezen om alles uit te werken en te regelen voor bewoners, zoals het voorstel en de financiering. Een andere optie is dat bewoners zelf de vrijheid hebben om een aanbod samen te stellen.
  • Zelfstandig of collectief aanbod
    Een aanbod kan op maat voor een bewoner zijn, of er kan collectief worden ingekocht, zodat een aanbod ook goedkoper kan worden aangeboden. Bewoners kunnen bijvoorbeeld met hun buren of straat bepaalde zaken inkopen en daarmee voordeliger uit zijn. Bovendien kunnen bewoners dan onderling bepaalde taken verdelen en elkaar helpen.

In Purmerend is rekening gehouden met de planning van bewoners door bijvoorbeeld de werkzaamheden naar voren te halen voor een bewoner die zwanger is en graag wil dat de werkzaamheden voor de bevalling zijn uitgevoerd (De Purmerendse aanpak, Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO).

Het is belangrijk om de randvoorwaarden voor het individuele woningaanbod te bepalen waarover wel en waarover geen discussie kan plaatsvinden. Om verwarring en teleurstellingen bij bewoners te voorkomen is het verstandig om duidelijk te communiceren waarover wel en waarover bewoners niet kunnen meedenken. Het heeft alleen zin om bewoners te betrekken bij zaken die nog niet vastgesteld zijn. Het kan zijn dat bijvoorbeeld al besloten is dat een wijk op een warmtenet komt, omdat dit de meest kosteneffectieve optie is. In dat geval staat het technisch alternatief niet langer ter discussie. Er kan nog wel met bewoners gesproken worden over hoe die aansluiting in zijn werk gaat en hoe de inpassing op woningniveau eruit gaat zien. Andere voorbeelden van zaken die al zouden kunnen vastliggen zijn:

  • Het aardgasvrije alternatief
  • Wanneer de transitie per woning gaat plaatsvinden
  • Het tijdspad per woning

Zorg dat zowel de zaken die al vastliggen als de zaken waarover bewoners kunnen meedenken en meebeslissen zo concreet mogelijk zijn, zodat er een waardevol gesprek kan worden gevoerd met bewoners en eventuele vragen kunnen worden beantwoord. Als bijvoorbeeld al vastligt welke wijken eerst van het gas af gaan, of welk technisch alternatief is gekozen, is het belangrijk om deze keuzes te kunnen verantwoorden en inhoudelijke vragen over bijvoorbeeld het technische alternatief te kunnen beantwoorden. Het is ook van belang om te bepalen hoe het individuele aanbod gekoppeld is aan het uitvoeringsplan op wijkniveau.

Als gemeente ben je zelf een belangrijke factor in het creëren van de gewenste sfeer en de fatsoensnormen tijdens bijeenkomsten. Het is daarbij belangrijk dat je bewoners in de ogen kunt kijken. Zorg daarom dat je het plenaire deel tijdens bijeenkomsten kort houdt en creëer voldoende ruimte voor gesprek in kleine groepjes. Op die manier krijgen alle bewoners de ruimte zich te uiten en vragen te stellen. Denk aan de volgende punten:

  • Stel jezelf voor
  • Geef aan dat je blij bent dat de mensen naar de bijeenkomst zijn gekomen
  • Geef aan dat je alle tijd hebt voor de mensen later in het programma
  • Zorg dat er diverse collega’s aanwezig zijn die in gesprek kunnen met bewoners.

Zie ook De Purmerendse aanpak, in Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO.

Initiatiefnemers van aardgasvrije plannen zijn vaak al maanden, zo niet jaren bezig met het onderwerp aardgasvrij wonen. Er is tijd gemaakt voor overleg, voor het laten bezinken van ideeën, voor het heroverwegen van beslissingen en debat. Bovendien is er vaak sprake van een team dat op elkaar kan steunen, waarin zorgen kunnen worden uitgesproken en men elkaar door lastige tijden of tegenslagen heen helpt. Wanneer een plan wordt gepresenteerd aan een groep bewoners die zich tot dan toe niet of nauwelijks heeft beziggehouden met het onderwerp, is het van belang dit verschil in kennis en betrokkenheid te erkennen. Bewoners moeten net als de betrokken ambtenaren of andere betrokkenen de tijd krijgen om vragen te stellen, te wennen aan het idee van een aardgasvrije woning en om te twijfelen, terug te komen op hun beslissing en steun te ervaren. Maak daarom in het traject ook voor bewoners tijd voor onzekerheid, zorgen en twijfel.

Benadruk in het voorstel de voordelen van nu overstappen op een aardgasvrije woning. Hoewel er wettelijk (nog) geen afsluitplicht bestaat voor bestaande woningen, kan de gemeente wel de intentie uitspreken om uiteindelijk van het gas af te gaan. Bovendien kan verwezen worden naar landelijke afspraken hierover. Bewoners kunnen ervoor kiezen om te wachten, maar nu ligt er een concreet voorstel. Dit voorstel verloopt uiteindelijk. Bewoners die besluiten om niet mee te gaan, zullen in de (nabije) toekomst alsnog met dit besluit geconfronteerd worden. Welk voorstel, welke hulp en welke voorzieningen er dan zullen zijn, is onzeker. Ook kan worden gezegd dat de Rijksoverheid door aanpassingen in de energiebelasting probeert de gasprijs te verhogen.

Het team aardgasvrij Purmerend benadrukt in haar communicatie dat bewoners niet verplicht zijn om van het aardgas af te gaan. Daarbij vertellen ze de bewoners wat de voordelen zijn van op dit moment overstappen (financiële tegemoetkoming en ontzorging door de gemeente). Verder wijzen ze erop dat in de toekomst aardgasvrij wel een verplichting kan worden en dat bewoners dan wellicht niet profiteren van de voordelen die nu gelden. Vrijwel alle bewoners zijn ervan overtuigd dat een aardgasvrije woning vroeg of laat verplicht wordt. Er werd bijvoorbeeld gezegd: ‘Je zal daarom wel gek zijn als je nu niet overstapt’ (Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO).
In Rotterdam Heindijk geven enkele bewoners aan dat het aanbod aantrekkelijk is, omdat ze zonder subsidie van de gemeente veel meer geld kwijt zijn (de totale bijdrage) dan nu (de eigen bijdrage). PowerPoint Presentation (raadsinformatie.nl)

Uitdaging: Bewoners die geen urgentie voelen enthousiasmeren en aansporen om alvast stappen richting aardgasvrij te zetten

Voor sommige bewoners duurt het nog een aantal jaren voordat de wijk waarin ze wonen zal overgaan op een aardgasvrij alternatief. Over het algemeen ligt bij mensen de prioriteit op de korte termijn en hebben ze moeite met nadenken over een toekomst van meer dan 10 á 20 jaar vooruit (Kahneman & Tversky, 1979; Gilbert, 2006). Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen het lastig vinden om de consequenties van klimaatverandering te zien (Pahl et al., 2014). Daarnaast spelen er op de korte termijn vooral kosten en is het lastig om de baten op de lange termijn in te zien. Niet iedereen is daardoor overtuigd van de urgentie om nu al actie te ondernemen. Toch loont het om nu alvast stappen richting aardgasvrij te zetten, bijvoorbeeld door het isoleren van de woning. Daarmee zijn steeds meer bewoners zogenoemd ‘aardgasvrij-ready’. Maar hoe krijg je bewoners enthousiast om nu al mee te gaan in de aardgasvrij transitie als de veranderingen allemaal nog zo ver weg lijken?

De gemeente kan bewoners gericht ondersteunen bij het zetten van eerste stappen tot verduurzaming door te helpen met energiebesparing en met gemakkelijk uitvoerbare acties, zoals de woning isoleren.

Het digitale platform www.verbeterjehuis.nl, ontwikkeld door Milieu Centraal, ondersteunt woningeigenaren bij het proces en te maken keuzes om de woning energiezuiniger en duurzamer te maken. Per energiemaatregel is er oriënterende informatie te vinden en met een verbetercheck is snel en gemakkelijk te zien welke energiemaatregelen passen bij de eigen situatie, wat dit kan opbrengen en wat de maatregelen kosten. Met de Energiesubsidiewijzer ontdekken bewoners of ze subsidie kunnen krijgen voor energiebesparende aanpassingen in hun huis.

Bewoners die in de bijstand zitten krijgen in Utrecht een Energiebox om de energierekening omlaag te brengen. De Energiebox is een cadeautje van de gemeente Utrecht en Mitros, Portaal, SSH, GroenWest en Bo-Ex aan huurders. Met de Energiebox kunnen huurders energie besparen: het bevat bijvoorbeeld radiatorfolie, een tochtlint, een ledlamp en een douchetimer.

Gemeente Utrecht Energiebox

De gemeente Rotterdam heeft een webpagina met een aantal concrete tips en stappen voor inwoners om te ontdekken wat zij zelf al kunnen doen. Door aan te geven of zij bijvoorbeeld huurder of huiseigenaar zijn of tot een VvE behoren, krijgen ze opties te zien die (nu) in hun situatie relevant zijn. Thema’s zijn onder andere energiebesparing en isolatie.

De gemeente kan bewoners meer bewust maken van de voordelen van energiebesparing en duurzame maatregelen. Maak gebruik van verhalen en beelden die vertellen wat de warmtetransitie betekent voor bewoners zelf en hun omgeving. Benoem de voordelen van het nemen van duurzame maatregelen op de korte(re) termijn, bijvoorbeeld een lagere energierekening, een verbeterd comfort in de woning en stijging van de waarde van de woning. Onderzoek toont aan dat duurzaamheid een steeds grotere rol op de woningmarkt speelt en makelaars geven aan dat een verduurzaamde woning (met bijvoorbeeld isolatie, HR++ glas en zonnepanelen) bijdraagt aan de verkoopbaarheid.

Uitdaging: Het voorstel bespreken met bewoners

De manier waarop het voorstel wordt besproken met bewoners kan veel impact hebben op de uiteindelijke mening en beslissing van bewoners over het voorstel. Het kan voor bewoners lastig voor te stellen zijn wat het voorstel praktisch voor hen gaat betekenen. Het is niet altijd eenvoudig het voorstel tastbaar te maken voor bewoners.

Veel bewoners vinden het lastig om te visualiseren hoe een aardgasvrije woning er in het echt uit gaat zien, hoe het aanvoelt en wat dat voor hen gaat betekenen. Daarom is het waardevol om bewoners te voorzien van voorbeelden en hen het (voor zover mogelijk) zelf te laten ervaren. Dit kan bijvoorbeeld in een modelwoning, waar het betreffende aardgasvrije alternatief al is geïnstalleerd. Dat kan ook met excursies naar modelwoningen als die niet in de eigen wijk of buurt aanwezig zijn. Een andere manier is door gebruik te maken van Virtual Reality, zoals regelmatig wordt gedaan bij een nieuwe wijkinrichting of zonne- en windparken. De TU Delft doet onderzoek naar de invloed van VR op het keuzegedrag van huurders bij renovatieprojecten. (Een kijkje voorbij de renovatie met virtual reality (tudelft.nl).

In de modelwoning in de Wageningse Benedenbuurt zijn oplossingen te zien en werden (pre-corona) kleinschalige meetings gehouden (Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO). Er is daarvoor een lege huurwoning van een woningcorporatie ingericht, waarin een warmtewisselaar is geïnstalleerd. Bewoners uit de wijk zijn per straat uitgenodigd in de woonkamer voor informatie en dialoog. In het voorjaar van 2020 waren alle straten geweest. Bewoners ontmoetten elkaar bij bezichtigingen en leerden elkaar beter kennen. Bovendien vonden ze elkaar hierbij ook voor het gezamenlijk nemen van maatregelen, zoals spouwmuurisolatie, vloerverwarming en -isolatie, triple glas en/of nieuwe kozijnen.

De gemeente Venlo en woningcorperatie Woonwenz namen samen het initiatief voor de Woning van Morgen. De woning is ingericht rondom de thema’s nieuwe energie, klimaatadaptatie en circulariteit. “In de Woning van Morgen kun je onder andere zien hoe een afleverset voor het warmtenet eruit ziet, wat koken op inductie betekent, opties voor isolatie en hoe je energie bespaart.”

PAW in de praktijk: De Woning van Morgen: een bijzonder huis in de wijk Hagerhof-oost – Programma Aardgasvrije Wijken

In Purmerend is er een dagboekje gemaakt waarin alle werkzaamheden worden toegelicht die in de woning worden uitgevoerd. In het dagboekje staat ook wat deze werkzaamheden concreet betekenen voor bewoners. Als er bijvoorbeeld geen elektriciteit is vanwege de werkzaamheden, dan is er ook even geen wifi en gaan klokken misschien achterlopen. Dit dagboekje is nog niet in de praktijk gebruikt (Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO).

De rapportage bevat gegevens van de bewoners, van degene die het huisbezoek heeft afgelegd, gegevens over de woning (onder meer de isolatiegraad), mogelijke oplossingen in de woning (stadsverwarming versus warmtepomp), de kosten van de verschillende oplossingen en de voorkeur van de bewoner. Er is ook aangegeven dat bewoners die kiezen voor een warmtepomp, alleen het basisbedrag vergoed krijgen dat beschikbaar is voor aansluiting op warmtenet. Deze rapportages worden samen met een brief bij de bewoners bezorgd. De brief bevat ook informatie over het spreekuur in de Gasinjetstraat en het verzoek om de intentieverklaring in te leveren binnen twee weken (De Purmerendse aanpak, Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO).

Het kan voor bewoners prettig zijn om te spreken met bewoners die het traject van een aardgasvrije woning al hebben doorlopen. Ze kunnen uit eerste hand horen wat de ervaringen zijn met het verbouwingsproces en het wonen in een aardgasvrije woning. Bewoners die het traject nog gaan doorlopen krijgen zo een beter beeld van wat dit inhoudt. Ook kan het voor bewoners makkelijker zijn om vragen te stellen aan elkaar in plaats van via de gemeente of een andere partij die verder van hen afstaat.

De duurzame huizenroute is een platform waarbij je in contact kunt komen met woningeigenaren die ervaring hebben opgedaan met het verduurzamen van hun woning.

Voorbeeldwoningen | Duurzame Huizen Route

Uitdaging: Inspelen op bepaalde (groepen) bewoners die niet ingaan op het voorstel

Nadenken over aardgasvrije, of duurzamere woningen in algemene zin is eenvoudiger dan wanneer het gaat om je eigen woning. Het kan zijn dat bewoners wel voorstander zijn van het verduurzamen van woningen in de wijk, maar uiteindelijk niet enthousiast worden van het voorstel voor hun eigen woning. Voor bewoners wordt het nu ‘echt’ en kan het zijn dat ze dan (pas) veel serieuzer gaan nadenken of ze eigenlijk wel een duurzamere woning willen en onder welke voorwaarden.

Er komt een moment waarop het voorstel klaar is en wordt voorgelegd aan individuele woningeigenaren. Het is verstandig om voorbereid te zijn op verschillende soorten reacties op het voorstel. Reacties kunnen ook verschillen afhankelijk van het soort voorstel. Een voorstel voor aardgasvrije woningen kan meer gemengde reacties opleveren dan een voorstel om woningen (stap voor stap) te verduurzamen. Het is sowieso verstandig om te bepalen onder welke omstandigheden het voorstel voor woningeigenaren wel of geen doorgang vindt. Hoeveel bewoners moeten het voorstel accepteren om door te gaan met het plan?

Het is heel mooi als het voorstel door alle bewoners wordt omarmd. Een aantal andere scenario’s die zich kunnen voordoen zijn:

  • Het voorstel wordt afgewezen door een (zeer) kleine groep bewoners
    In dit scenario is het de moeite waard om te onderzoeken welke bewoners dit zijn en waarom ze het voorstel afwijzen. Als het een voorstel voor aardgasvrije woningen betreft, zou het erg jammer zijn als een selecte groep bewoners niet mee wil doen. Voor een kleine groep bewoners moet dan alsnog het bestaande gasnetwerk blijven en onderhouden worden. Er is nog geen juridisch mandaat om bestaande woningen van het gas af te halen.

    • Bewoners met een niet-Nederlandse achtergrond
      Deze groep bewoners kan bijvoorbeeld moeite hebben met de taal, of is überhaupt minder betrokken geweest bij de ontwikkeling van het aanbod. Het kan ook zijn dat er weinig moeite is gedaan deze groep actief te betrekken.
    • Bewoners die van mening zijn dat aardgasvrij wonen niet zinvol is
      Als iemand niet gelooft in de zin of noodzaak om meer duurzame of aardgasvrije woningen te realiseren, zal deze persoon ook niet snel geneigd zijn de eigen woning aan te pakken.
    • Bewoners die een (sterk) wantrouwen koesteren tegen de gemeente
      Deze gevoelens hoeven niets te maken te hebben met de specifieke plannen voor aardgasvrij wonen. Bewoners kunnen andere negatieve ervaringen hebben met de gemeente in het algemeen waardoor ze plannen die zijn geïnitieerd door de gemeente überhaupt wantrouwen.
    • Bewoners met negatieve ervaringen met aardgasvrij (in het verleden)
      Bewoners kunnen negatieve ervaringen hebben met bijvoorbeeld stadsverwarming in een eerdere woning, die bijvoorbeeld niet warm genoeg werd in de winter. Het kan zijn dat deze bewoners hierdoor niet meer open staan voor (een ander) aardgasvrij alternatief.
    • Bewoners die bang zijn de kosten niet op te kunnen brengen
      Het kan zijn dat bewoners denken dat ze de kosten van een aardgasvrije woning niet kunnen dragen.

Zo mogelijk is het verstandig om met deze bewoners persoonlijk te spreken om te kijken waarom zij het voorstel afwijzen en te kijken of er mogelijkheden zijn bepaalde zorgen of obstakels weg te nemen.

  • Het voorstel wordt afgewezen door ongeveer de helft van de bewoners.
    In dit het geval is het aan te raden om te onderzoeken waardoor deze tweedeling is ontstaan. Onderstaande zaken kunnen een rol spelen:

    • De inhoud van het voorstel
      Het kan zijn dat de wensen, mogelijkheden of zorgen van bewoners (bijvoorbeeld ten aanzien van de kosten) onvoldoende zijn meegenomen in het voorstel. Het kan ook zijn dat een groep bewoners zich niet kan vinden in het voorgestelde aardgasvrije alternatief.
    • Vertrouwen in de uitvoerende organisatie
      Het kan zijn dat bewoners niet zozeer tegen het voorstel zijn, maar zich afvragen wat het hen persoonlijk oplevert. Het is belangrijk dat een aardgasvrije woning niet alleen duurzamer is, maar bijvoorbeeld ook een comfortverbetering met zich meebrengt.
    • Bewoners zien geen toegevoegde waarde voor henzelf
      Het kan zijn dat bewoners niet zozeer tegen het voorstel zijn, maar zich afvragen wat het hen persoonlijk oplevert. Het is belangrijk dat een aardgasvrije woning niet alleen duurzamer is, maar bijvoorbeeld ook een comfortverbetering met zich meebrengt.
  • Het voorstel wordt afgewezen door vrijwel alle bewoners.
    Als dit het geval is, moet het voorstel terug naar de tekentafel. Er is weinig tot geen steun voor het aanbod. Redenen hiervoor kunnen zijn:

    • Bewoners zijn niet of nauwelijks betrokken geweest bij het maken van het voorstel
      Het kan zijn dat het voorstel is ontworpen zonder de input van bewoners mee te nemen, maar er bijvoorbeeld vooral is gekeken naar de technische inpassingen of economische overwegingen.
    • Het voorstel is technisch niet haalbaar in veel woningen
      Het is mogelijk dat het voorgestelde aardgasvrije alternatief niet goed in te passen is in de betreffende woningen.
    • Bewoners hebben geen vertrouwen in het proces
      Het is voor bewoners niet duidelijk wat er wanneer gaat gebeuren met hun woning, of hebben geen vertrouwen in het beoogde proces of de tijdlijn.
    • Het voorstel vraagt een te hoge financiële bijdrage van bewoners
      Uiteindelijk moet de overgang naar aardgasvrije woningen haalbaar en betaalbaar blijven voor bewoners. In het voorstel moet dan ook nagedacht worden wat een redelijke prijs is voor bewoners en duidelijk worden toegelicht hoe die prijs tot stand is gekomen. Als bewoners een bepaalde bijdrage moeten betalen is het ook goed om te communiceren of daar iets tegenover staat, zoals (op termijn) een lagere energierekening, of hogere waarde van de woning.

Een manier om vroegtijdig interesse te polsen is door bewoners een intentieverklaring voor te leggen. Hierin kunnen ze aangeven of ze (waarschijnlijk) wel of geen gebruik gaan maken van het voorstel dat is ontwikkeld. Op basis van de respons ontstaat een beeld van hoe men tegenover het voorstel staat.

Zorg dat ruim van tevoren duidelijk is wanneer bewoners moeten beslissen of ze wel of niet meegaan in het voorstel. Denk vooraf na – of vraag na – hoeveel tijd de bewoners nodig hebben om over dit besluit na te denken en antwoord te krijgen op vragen die nog leven.

Een bewoner heeft alle papieren al ondertekend, maar is vervolgens gaan twijfelen. Deze bewoner voelt zich onder druk gezet. De bewoner komt langs bij het team in de Gasinjetstraat en spreekt een uur met het team. Het team benadrukt dat het de eigen keuze is van de bewoner om wel of niet mee te doen. Zo haalt het team de druk eraf bij de bewoner en neemt twijfels weg. De bewoner uit Purmerend besluit om weer mee te doen (De Purmerendse aanpak, Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO).

Er start een wekelijks spreekuur met Stadsverwarming Purmerend. Bewoners kunnen hun jaarnota meenemen en krijgen inzicht in hun energiekosten als ze overgaan naar stadsverwarming. Ongeveer 50 à 60 bewoners hebben dit gedaan.

Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO

Voor verschillende gebouweigenaren zijn subsidieregelingen ingericht, waaronder:

Rolverdeling

Bewoners moeten een besluit nemen over de wijze waarop hun woning aardgasvrij gemaakt gaat worden. Eventueel moeten ze ook meebeslissen over de aanpak in de wijk. Het is zaak dat er een helder voorstel komt op grond waarvan zij een beslissing kunnen maken. Er zijn altijd verschillende partijen betrokken bij het tot stand brengen van dit voorstel. Hier bespreken we uitdagingen en tips die van belang zijn voor de gemeente om te komen tot een goede rolverdeling.

Uitdaging: Bepalen wie wat doet in het wijkuitvoeringsplan

Er is een verschil tussen wie ergens voor verantwoordelijk is en wie daadwerkelijk de uitvoering doet van een wijkaanpak. Zo is een gemeente verantwoordelijk voor de totstandkoming van een wijkuitvoeringsplan, maar kan het best zijn dat een adviesbureau het merendeel van het uitvoerende werk doet. En zo kan het zijn dat een warmtebedrijf of een netbeheerder helpt met het uitwerken van een aanbod voor bewoners.

De woning is van de woningeigenaar, de elektriciteits- en gasnetten van de netbeheerder, het (nieuw aan te leggen) warmtenet van het warmtebedrijf en de openbare ruimte van de gemeente. De eindverantwoordelijkheid voor al die onderdelen ligt dus ook bij die partijen. Het heeft geen zin een plan te ontwikkelen waarin renovatie van woningen noodzakelijk is, als particuliere woningeigenaars of verhuurders daar niets voor voelen. Warmtebedrijven kunnen waardevolle input geven op de ontwikkeling van een wijkplan, maar hun primaire belang ligt bij de exploitatie van het warmtenet.

Het is fijn als partijen zoals warmtebedrijven, netbeheerders of woningcorporaties hun kennis en expertise inzetten. Dit helpt om tot betere plannen te kunnen komen, maar het ontslaat de gemeente niet van haar taak om in een wijkuitvoeringsplan alle belangen mee te wegen en zelf tot een keuze te komen. Op zich is het prima als verschillende partijen meehelpen met de uitvoering, maar spreek vooraf wel duidelijk af met alle betrokken partijen wie verantwoordelijk is voor wat.

In het traject om een wijk aardgasvrij te maken, zijn er veel belanghebbende partijen. De bewoners van die wijk, maar ook vele professionele organisaties. Vaak zijn professionele partijen beter in staat om hun belangen te behartigen dan de bewoners. Het is dan ook de taak van de gemeente om de bewonersbelangen goed in het oog te houden bij de totstandkoming van een wijkuitvoeringsplan.

Het gebeurt vaak dat er in een wijkaanpak al in een vroeg stadium wordt samengewerkt met een warmtebedrijf, een woningcorporatie en een energiecoöperatie of bewonersinitiatief. Die organisaties vertegenwoordigen niet per se het belang van alle bewoners. Als het bijvoorbeeld gaat om de verdeling van risico’s van de exploitatie van een warmtenet, heeft het warmtebedrijf andere belangen dan de bewoners of de gemeente. Zo zal een warmtebedrijf liever zien dat de risico’s die verbonden zijn aan de exploitatie van het warmtenet afgedekt worden. Dit kan ten koste gaan van bijvoorbeeld de keuzevrijheid die bewoners van een wijk hebben (Gemeentelijke besluitvorming warmtenetten Lessen op basis van casussen | TNO Publications).

Een woningcorporatie zal een wijkaanpak willen die past bij hun eigen huurbeleid en strategisch beheer van hun woningen. De woningcorporatie zal hier wel de belangen van de huurder meewegen, maar niet per se de belangen van eigenaar-bewoners in de wijk. Zelfs een bewonerscollectief zal voornamelijk opkomen voor de actieve bewoners die lid zijn van het collectief. De gemeente is daarom vaak de enige partij die bij de ontwikkeling van een uitvoeringsplan de belangen van alle bewoners kan bewaken. Het is dan wel zaak dat de gemeente goed op de hoogte is van de belangen van die bewoners.

Wat in de proeftuinen Benedenbuurt en Nagele als nieuw ervaren wordt, is dat bewoners daar volwaardige samenwerkingspartners zijn in de transitie naar aardgasvrij. Omdat veel bewoners geen professionals zijn die dagelijks met het onderwerp bezig zijn, moeten zij de tijd krijgen om vakbekwaam te worden met de materie en op de hoogte te raken van alle techniek. Daarom heeft Nagele, waar een bewonerscoöperatie de leiding over het proces heeft, een aantal externe adviseurs ingeschakeld. Het projectteam wordt ondersteund door professionele partijen en heeft een adviesgroep met een jurist, innovatie-adviseur en politiek adviseur. Deze adviesgroep heeft geholpen met de strategie van de proeftuin. Gemeentes kunnen doorgaans, wanneer ze niet tevreden zijn over de professionele partijen waarmee ze werken, besluiten de samenwerking te beëindigen. Maar wanneer bewoners samenwerkingspartners zijn, is het belangrijk om nog zuiniger te zijn op de relatie (Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO).

Uitdaging: Als gemeente je onafhankelijke positie behouden

Ook als er aanpassingen aan woningen moeten worden uitgevoerd, moet het belang van de bewoners in ogenschouw worden genomen. Je kunt als gemeente wel samenwerken met aannemers, maar voorkomen moet worden dat bewoners te maken krijgen met een feitelijk monopolie waarbij zij zelf geen keuzevrijheid hebben. Het mag nooit zo zijn dat de gemeente één aanbod van één partij promoot of lijkt te promoten, of een situatie creëert waarin een bewoner geen keuze meer heeft.

Om de onafhankelijke positie van gemeentes in stand te houden, moet je als gemeente geen financiële belangen hebben of lijken te hebben bij een bepaalde technische verduurzamingsoptie. Het kan helpen om een duidelijk onderscheid te maken tussen advies en de technische uitvoering. Het advies betreft alleen een uitgewerkt plan hoe de woning verduurzaamd kan worden. De uitvoering wordt gedaan door een aannemer. Door deze twee los van elkaar te koppelen kan het advies volledig worden afgestemd op de wensen en belangen van de bewoner zonder rekening te houden met de belangen van bijvoorbeeld een aannemer.

Een adviseur kán namens de gemeente, bijvoorbeeld vanuit een lokaal energieloket, advies geven. Dit kan alleen als de bewoners vertrouwen hebben in de gemeente. De bewoner heeft vaak een kennisachterstand en moet het gevoel hebben gesteund te worden bij de beslissingen die genomen moeten worden. Het kan toch zo zijn dat bewoners de gemeente zien als een belanghebbende partij of om een andere reden geen vertrouwen hebben in de gemeente. Dan kan overwogen worden om externe adviseurs in te schakelen of om bewoners financieel te ondersteunen, zodat zij zelf een adviseur in de arm kunnen nemen. Zo’n adviseur kan, rekening houdend met de randvoorwaarden die vanuit de gemeente zijn gesteld, komen tot een advies dat zoveel mogelijk aansluit bij de wensen van de bewoner. Er zijn vaak subsidieregelingen beschikbaar, bijvoorbeeld in de landelijke ISDE regeling, waarmee bewoners energieadvies kunnen vragen.

Uitdaging: Bepalen welk voorstel er centraal wordt gedaan en door wie en wat niet

Er zijn verschillende manieren om een wijk van het aardgas af te halen. Dit kan door aansluiting op een warmtenet, door all-electric opties of door het aanbieden van hernieuwbaar (groen) gas. Bij de ene optie ligt de nadruk vooral op wijkgebonden infrastructuur, bij de andere optie moet er juist veel in de woning gebeuren. Het lijkt een wirwar van opties waarbij vaak onduidelijk is wat het voorstel voor bewoners is en welke rol de gemeente moet hebben bij dit aanbod.

Om meer helderheid te geven over concepten voor aardgasvrije woningen heeft TNO zes bouwstenen voor aardgasvrije concepten gedefinieerd die in elke concept voorkomen (Alle bestaande woningen aardgasvrij in 2050: Wie moet wat, wanneer en hoe doen? | TNO Publications):

  1. Verduurzamen energieaanbod (centraal)
  2. Aanpassen infrastructuur
  3. Aanpassen warmtevoorziening in de woning (ruimteverwarming, warm water en koken)
  4. Beperken warmtevraag woning (isolatie, ventilatie met warmteterugwinning, etc.)
  5. Zonnepanelen
  6. Niet-energie-gerelateerde woningverbetering

De eerste vier bouwstenen moeten altijd onderdeel zijn van het aardgasvrij maken van een wijk. De laatste twee bouwstenen, zonnepanelen en andere woningverbeteringen, worden vaak toegevoegd om de verbouwing financieel, vanwege comfortwinst of anderszins aantrekkelijker te maken. Door het aanbod in de wijk op te knippen in deze zes bouwstenen, kan ook helder gemaakt worden waar een gemeente verantwoordelijk voor is en wat andere partijen moeten doen. Zo zal de gemeente meestal niet zelf kunnen zorgen voor de benodigde hernieuwbare energie (bouwsteen 1). Vaak ligt de bron voor hernieuwbare warmte, elektriciteit of groen gas buiten de eigen gemeentegrens. Bovendien worden deze vormen van energie gesubsidieerd en gereguleerd door de Rijksoverheid en soms de provincie. Bij het aanpassen van gas-, elektriciteit- en warmtenetten (bouwsteen 2) zal vaak een samenwerking van de gemeente met een netbeheerder nodig zijn. Bij de aanpassingen in de woning zelf (bouwstenen 3, 4, 5 en 6) is sowieso samenwerking met de woningeigenaar (particulier of verhuurder) nodig. De keuze die gemaakt moet worden is of de gemeente een aanbod moet doen voor deze woning-gerelateerde verbouwing of dat dit overgelaten moet worden aan marktpartijen of een bewonerscollectief. Vooral bij deze bouwstenen moet de gemeente kiezen tot hoever en in welke rol zij betrokken wil zijn bij het aanbod.

Uitdaging: Wie moet het voorstel regelen?

De gemeente is geen aannemer of installateur. Het zal dus niet de gemeente zelf zijn die een verbouwing in de woning gaat uitvoeren. Ook zal de gemeente geen warmtenetaansluiting aanleggen. Het is wel mogelijk dat de gemeente als tussenpersoon optreedt. Er zijn verschillende rollen die de gemeente kan aannemen bij het aanbieden van een renovatieconcept:

  • Het schetsen van randvoorwaarden waaraan een concept moet voldoen en het verder over laten aan de woningeigenaar en marktpartijen om hier invulling aan te geven
  • Facilitator voor marktpartijen om in contact te komen met woningeigenaren
  • Of andersom facilitator voor bewoners om contact te krijgen met marktpartijen
  • Tussenpersoon waarbij de gemeente dienst doet als een soort front office voor marktpartijen, door actief concepten aan te bieden aan klanten
  • Of andersom kan de gemeente optreden als vertegenwoordiger van de bewoners en voor bewoners onderhandelingen voeren richting marktpartijen

Maak een bewuste keuze welke rol wél en welke niet passend is voor de situatie en jouw gemeente.

Het is voor bewoners van belang dat ze vertrouwen hebben in het voorstel dat ze krijgen. Bewoners moeten vertrouwen hebben in de aanbiedende partij. Het kan zijn dat de gemeente gezien wordt als een betrouwbare partij, maar het is ook goed mogelijk dat door ervaringen uit het verleden bewoners geen vertrouwen hebben in de gemeente. Het kan dan helpen om het voorstel door of via een bewonerscollectief of via een plaatselijke culturele of sportvereniging te laten aanbieden.

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste updates op Energy.nl?

Inschrijven nieuwsbrief