Bewust maken van bewoners

Laatst gewijzigd op:

Checklist

Herken jij je in één of meerdere punten van deze checklist? Dan zit je hier op de goede plek.

  • Ik heb één of meerdere wijken geselecteerd waarmee we als eerste van start willen gaan.
  • Ik ben (bijna) klaar met het Wijkonderzoek en het opstellen van een participatieplan
  • Ik wil gaan starten met communiceren en participeren met betrokken bewoners over de warmtetransitie of het verduurzamen van woningen in onze gemeente.

Wanneer je bewoners gaat betrekken bij de warmtetransitie en het verduurzamen van woningen binnen jouw gemeente, is dit de start van een langer communicatie- en participatietraject met verschillende bewonersgroepen. Bewustwording creëren over het verduurzamen van woningen en aardgasvrij maken van wijken is het eerste waarmee je aan de slag gaat.

Niet alle bewoners weten dat er plannen zijn om woningen te verduurzamen en wijken van het aardgas af te sluiten. Sommigen zijn überhaupt niet bezig met de nationale doelstellingen voor de energietransitie voortkomend uit het nationale Klimaatakkoord. Het kan ook zijn dat bewoners via hun eigen kanalen of sociale media al een eerste mening hebben gevormd of met vragen rondlopen.

Bewoners betrekken bij het proces en duidelijk communiceren over wat er wel en niet gaat gebeuren is daarom essentieel. Hoe kun je dat vanuit de gemeente aanpakken? Je vindt in deze stap meer informatie over wat bewoners ervaren in het bewustwordingsproces. Bij hoe ga je aan de slag beschrijven we veelvoorkomende uitdagingen, ervaringen uit de praktijk bij andere gemeentes, praktische tips hoe je kunt samenwerken met bewoners en tools die je daarbij helpen. Je hoeft niet alles zelf te doen. Onder rolverdeling zie je welke taken de gemeente het beste zelf kan oppakken en welke je kunt uitbesteden.

Hoe ga je aan de slag?

Hier worden verschillende aandachtspunten genoemd bij het bewustwordingsproces van bewoners. We beschrijven praktijkervaringen van andere gemeentes en geven tips en tools om met deze uitdagingen om te gaan.

Uitdaging: Alle bewoners betrekken

Als je bewoners ziet als projectpartners gedurende het hele proces, is het belangrijk om bewoners in een vroeg stadium te mobiliseren en te betrekken. Maak hierbij gebruik van de energie die aanwezig is bij bewonersinitiatieven of bewonerscoöperaties. Actieve bewoners zijn vaak al enthousiast en willen meestal graag helpen. Een bewonerscoöperatie wordt soms ook meer vertrouwd door bewoners dan een gemeente.

Als je de participatiewensen van verschillende groepen bewoners weet, kun je deze groepen gericht betrekken. Uitgangspunt is dat de belangen en meningen van deze verschillende groepen worden meegenomen in het participatieproces (diversiteit) en niet zozeer dat de actief deelnemende bewoners een afspiegeling van de samenleving moeten vormen (representativiteit). In de praktijk blijkt dit vaak een grote uitdaging. Hierbij wordt ook wel gesproken van de ‘usual suspects’: het zijn vaak blanke, hoogopgeleide mannen van middelbare leeftijd die participeren (Dignum, et al. 2021). Tijdens het participatieproces wil je ook andere groepen bewoners betrekken, zoals de ‘stille middengroep’, jongeren, lager opgeleiden, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond. Deze diversiteit is belangrijk om inzicht te krijgen in verschillende wensen en belangen van bewoners en de kans te vergroten dat meer mensen willen meedoen met de transitie naar duurzame woningen.

In Wageningen richt de coöperatie Warmtenet Oost Wageningen (WoW) zich op goede communicatie om het initiatief voor een warmtenet verder te laten groeien. Robert-Jan Geerts, ook initiatiefnemer, geeft startende warmte-initiatieven als advies mee: “Verstop je niet, maar ga zoveel mogelijk het gesprek aan. Iedereen die ook maar enigszins geïnteresseerd is, moet de kans krijgen om betrokken te raken. Houd de communicatie laagdrempelig.” WoW zet verschillende middelen in, waaronder gesprekken op straat. Mensen kennen inmiddels de gezichten van het initiatief. Geerts: “We worden regelmatig op straat aangesproken door buurtbewoners. We gaan dan graag het gesprek met ze aan en vertellen over de stand van zaken. Die gesprekken zijn doorgaans heel positief.”

Hoe betrek je buurtbewoners bij je warmte-initiatief? Geleerde lessen uit de Benedenbuurt Wageningen | HIER opgewekt

Buurtwarmte|Energie Samen en Buurkracht haalden binnen een leerprogramma van DuurzaamDoor belangrijke lessen op over het betrekken van de middengroepen en brachten effectieve methodes in kaart om middengroepen te betrekken. Lees verder over de Participatietafel Energie van DuurzaamDoor.

Uitdaging: Duidelijke informatie over de warmtetransitie en het nut en de noodzaak van het verduurzamen van woningen

Bij het bewust maken van bewoners is het bieden van betrouwbare informatie van belang om bewoners antwoord te geven op vragen over de nut en noodzaak van het verduurzamen van woningen. Met name de Rijksoverheid is als bedenker van de nationale doelstellingen een belangrijke afzender, maar ook de gemeente heeft hierin een rol. De gemeentes hebben immers lokaal de regie.

In de gemeente Haarlem vormt storytelling de basis van de communicatie met bewoners over de transitie naar aardgasvrij. Hierbij zet de gemeente Haarlemmers als ambassadeurs in, die hun ervaringen met andere bewoners delen. Bewoners kunnen zich identificeren met de ambassadeurs, die naast echte voorlopers in de energietransitie, ook ‘gewoon’ Haarlemmers zijn. Met deze nadruk op dat Haarlemmers het samen doen, wordt geprobeerd collectieve betrokkenheid te creëren. Een centrale boodschap is dat het verwarmen van de woning betaalbaar blijft en dat bewoners bijdragen aan een beter milieu. Daarmee legt de communicatiecampagne de nadruk op wat de overstap naar aardgasvrij bewoners gaat opleveren.

Lariks-West (Assen) heeft een externe adviseur met een achtergrond in de psychologie ingeschakeld om mee te denken in en te adviseren over communicatie met bewoners. Lariks-West heeft bijvoorbeeld college gehad over de ‘innovatietheorie van Rogers’ en stemt de communicatie en acties af volgens de bijbehorende doelgroepen.

(Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO)
Rogers, E. (2003). Diffusion of Innovations (5th edition). New York: The Free Press

De gemeente Purmerend is eind 2017 een pilot gestart om een deel van de wijk Overwhere-Zuid van het aardgas af te halen. In de communicatie- en participatieaanpak om bewoners te enthousiasmeren voor een aansluiting op het warmtenet is één van de principes van Purmerend ‘Participatie op z’n kop’: “De gemeente kan in de warmtetransitie alleen inzetten op een excellente relatie met bewoners, om vanuit die relatie te mogen adviseren en faciliteren. Participatie op z’n kop vraagt om een mensgerichte benadering, waarin niet de gewenste transitie, maar de bewoner zelf centraal staat.”

Purmerend heeft naast twee principes zes uitgangspunten (waaronder De burenrelatie en De bewoner als projectleider) en 18 operationele handvatten gedefinieerd (waaronder: Stel jezelf voor, Woon in de wijk en Blijf dichtbij).
(De Purmerendse aanpak, in: Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO)

Niet iedereen is overtuigd van het belang van de warmtetransitie, maar als gemeente is het niet van belang vanuit welke overweging een bewoner meedoet. De discussie over nut en noodzaak wordt daarom vermeden. De gemeente verwijst in contactmomenten met bewoners naar het overheidsbesluit en geeft daarbij aan dat ze ook achter dit besluit staat. De gemeente draagt geen argumenten aan als “het is beter voor het milieu.” Dit kan namelijk tegenargumenten of vragen oproepen, zoals “En is uw eigen huis dan al aardgasvrij?” Er worden wel regelmatig (potentiële) tegenargumenten van bewoners besproken. Als een bewoner bijvoorbeeld aangeeft niet te geloven in smeltende ijskappen, hoe antwoord je daar dan op? (De Purmerendse aanpak, in: Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO).

Bied op een gemeentelijke website informatie over de geplande en (in een later stadium) lopende projecten en welke wijken in welke volgorde aan de beurt komen (Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen). Voor bewoners is een belangrijke vraag waarom nu en waarom in mijn wijk. Door te verwijzen naar de Transitievisie Warmte bied je informatie en een verantwoording voor de volgorde waarin wijken aan de beurt zijn. Vertaal de Transitievisie Warmte ook in een toegankelijke online versie met visualisaties (zie bijvoorbeeld: Transitievisie Warmte Alkmaar). Op de gemeentelijke website kan ook achtergrondinformatie worden aangeboden over het hoe en waarom van de transitie naar een duurzaam gebouwde omgeving. De gemeente voldoet daarmee aan de landelijke verplichtingen en het helpt bewoners te begrijpen wat er speelt. Als een wijk een van de proeftuinen aardgasvrije wijken is, kan ook een link worden opgenomen naar het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Zorg dat de website van de gemeente up-to-date is. Tijdens bijeenkomsten of in brieven kan ook worden verwezen naar informatie op de website. Als bewoners gezien worden als projectpartners, hoort daar ook een transparante communicatie over het proces bij. Wees dus open over wat lastig is en waar de gemeente tegenaan loopt. Dit betekent niet dat alles actief gecommuniceerd moet worden, maar maak bijvoorbeeld gespreksverslagen openbaar beschikbaar voor bewoners die geïnteresseerd zijn. Dit draagt bij aan het vertrouwen en laat zien dat bewoners serieus genomen worden als partner.

De website van HIER Opgewekt bevat veel bruikbare teksten, maar er kan ook naar verwezen worden.

Bekijk het HIER Klimaatabonnement voor kant-en-klare producten voor communicatie over de warmtetransitie.

In deze verhalenbundel zijn o.a. voorbeelden te vinden van communicatiemiddelen (p. 55-59), visualisaties voor het ontzorgen van bewoners (p. 23-24) en worden er concrete voorbeelden genoemd om bewoners te betrekken (p. 46-54, 62-64) Gemeente Rotterdam Verhalenboekje gebiedsaanpak aardgasvrij (duurzaam010.nl).

Communiceer duidelijk en begrijpelijk voor iedereen. Met name bij schriftelijke communicatie is het belangrijk rekening te houden met het taalniveau van alle bewoners. Om de boodschap begrijpelijk en behapbaar te maken voor zoveel mogelijk mensen is het belangrijk om zinnen kort en helder te houden en wollig taalgebruik te vermijden. Schrijf teksten op taalniveau B1. Dat is eenvoudig Nederlands. Een overgrote meerderheid van de bevolking begrijpt teksten op taalniveau B1. Ook mensen die geen (hoge) opleiding hebben gehad. Een tekst op taalniveau B1 bestaat uit makkelijke woorden die bijna iedereen gebruikt. En uit korte, eenvoudige en actieve zinnen.

Gebruik naast de tekst ook afbeeldingen en/of foto’s. Door (delen van) de communicatie-uitingen te visualiseren, voorkom je lange stukken tekst. Deze visualisaties zijn ondersteunend aan of vervangend voor de tekst en kunnen het begrip verhogen.

Eerder gaven vier communicatie-experts een aantal handige tips en adviezen over de communicatiemiddelen uit vijftien proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken.

De overheid moet duidelijk communiceren. Dat betekent: rekening houden met je lezer, een persoonlijke benadering kiezen en ervoor zorgen dat de taal begrijpelijk is. Direct Duidelijk helpt overheidsorganisaties hierbij op weg met hulpmiddelen, advies en workshops.

Direct Duidelijk: heldere overheidscommunicatie | Direct Duidelijk

‘Iedereen doet wat’ campagnetoolkits van de Rijksoverheid. De rijksoverheid stelt materialen van de “Iedereen doet wat” campagne ter beschikking voor iedereen die wil communiceren over duurzame, klimaatvriendelijke acties en initiatieven.

De illustratieset van het Landelijk Communicatie Netwerk Klimaat. De illustratieset klimaat is een verzameling elementen die vaak in klimaatvisuals en -infographics voorkomen.

Met een goed beeld van welke doelgroepen er zijn in een wijk, kun je een doelgroepenbenadering toepassen in de participatie en communicatie: een specifieke aanpak voor elke groep. Deze aanpakken houden rekening met hoe bewoners aan informatie komen en hoe informatie begrijpelijk kan worden gemaakt. De één doet alles online, de ander ontvangt liever een folder met uitleg. Zoek uit hoe verschillende doelgroepen bereikt en betrokken kunnen worden. Zo kun je ervoor zorgen dat zoveel mogelijk bewoners de mogelijkheid krijgen zich te verdiepen in het onderwerp om de betrokkenheid in latere fases te vergroten en eventuele weerstand, schrik of zorgen te voorkomen of verminderen. Laat de communicatie over aan een (ervaren) communicatiespecialist. Die weet hier het beste raad mee.

Voor veel bewoners leidt het verduurzamen van woningen tot onzekerheden en zorgen. Wanneer dit de boventoon gaat voeren, krijgt het onderwerp mogelijk een negatief randje. Kijk daarom hoe je de warmtetransitie interessant kan maken voor bewoners. Het organiseren van leuke activiteiten rondom het thema of de informatievoorziening in een spelvorm te gieten, kan helpen een positieve associatie over de warmtetransitie te creëren bij bewoners.

In de gemeente Zevenaar wordt er in de communicatie met bewoners gesproken over de voordelen van de transitie naar aardgasvrij wonen (PDF). Belangrijke boodschappen zijn daarbij dat een verwarmde woning betaalbaar blijft en dat aardgasvrij wonen comfortabel is. Verder wordt de rol van bewoners als samenwerkingspartners en hun autonomie benadrukt: ze kunnen een actieve rol spelen in hun leefomgeving door mee te denken in een regiegroep of deel te nemen in een coöperatie. Een ander voordeel voor bewoners is de bijdrage die zij leveren aan een beter milieu. Bewoners kunnen al stappen zetten met kleinere maatregelen zoals isoleren, elektrisch koken en het plaatsen van zonnepanelen.

Bij de ‘stamppotavond’ is er glühwein, warme chocolademelk, drie soorten stamppot en een toetje. Bewoners zitten aan lange tafels waarop tafelkleden liggen, in de huisstijl van aardgasvrij Purmerend. De programmamanager geeft een presentatie over de voortgang. Bewoners kunnen vervolgens op de tafelkleden schrijven wat hen dwarszit, wat ze leuk vinden en wat ze nog meer willen weten over aardgasvrij. Deze tafelkleden zijn later aangeboden aan de gemeenteraadsleden (De Purmerendse aanpak, in: Woningen aardgasvrij: wat drijft en remt bewoners? | TNO).

HIER begint het is een laagdrempelig, informerend, motiverend en activerend bewonersspel dat je met een buurt speelt en dat zorgt voor buurtinitiatief in de warmtetransitie.

Mensen zijn sociale wezens en laten zich in gedrag vaak leiden door wat ze zien dat anderen in hun omgeving doen (Kallgren et al., 2000). Bewoners worden beïnvloed door de mening en ervaringen van anderen waarmee ze zich kunnen identificeren. Over het algemeen hebben bewoners meer vertrouwen in mensen uit hun netwerk (zoals familie, vrienden en buurtgenoten) dan in organisaties en bedrijven. Vooral in onzekere situaties spelen zogeheten ‘sociale normen’ een rol. Het is dus van belang dat bewoners kunnen zien dat andere bewoners voor het verduurzamen van hun woning kiezen en dat zij aan elkaar vertellen dat ze hun woning duurzamer maken. Ook kunnen zij hun ervaringen over het verduurzamen van hun woning en aardgasvrij wonen delen met andere bewoners. Zo wordt de stap gezet van theorie naar praktijk.

In Garyp is zes maanden na het opleveren van de aardgasvrije woningen een evaluatie gedaan. Met een enquête werd onder andere gevraagd waar bewoners tegenaan liepen, of er voldaan is aan de verwachtingen, wat de ervaring met leveranciers was en wat de uiteindelijke totale kosten waren. De positieve bevindingen die hieruit naar voren kwamen, zijn gecommuniceerd naar andere bewoners uit het dorp. Dit heeft ertoe geleid dat deze bewoners bij het energieloket om meer informatie hebben gevraagd. “Mensen raken overtuigd door ze kennis te laten maken met producten en niet door informatie van de media”, aldus de projectleider (Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO).

Tijdens informatiebijeenkomsten in Garyp wordt het idee ‘bewoners vertellen aan bewoners’ gebruikt. Bewoners die eerder ervaring hebben opgedaan met het aardgasvrij maken van hun woning vertellen daarover aan andere bewoners. In plaats van dat de gemeente iets vertelt (theorie), worden er echte ervaringen gedeeld (praktijk), inclusief wat meeviel en wat tegenviel. Deze manier van communiceren zorgt voor geloofwaardigheid (Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO).

Als gemeente kun je bewoners al voor de start van een duurzaamheidsproject in de wijk meer bewust maken van de voordelen van energiebesparing en duurzame maatregelen, zoals het isoleren van de woning. Daarmee kunnen bewoners zichzelf al zo goed mogelijk voorbereiden op het moment dat hun wijk aan de beurt is om van het aardgas te gaan. Maak gebruik van verhalen en beelden, die vertellen wat de warmtetransitie betekent voor bewoners zelf en hun omgeving. Benoem de voordelen van het nemen van duurzame maatregelen op de korte(re) termijn. Bijvoorbeeld dat woningverduurzaming leidt tot een lagere energierekening en een verbeterd comfort in de woning. Bijkomend voordeel is dat een verduurzaamde woning meer waard wordt. Onderzoek toonde bijvoorbeeld aan dat duurzaamheid een steeds grotere rol op de woningmarkt speelt en makelaars geven aan dat een verduurzaamde woning (met bijvoorbeeld isolatie, HR++ glas en zonnepanelen) bijdraagt aan de verkoopbaarheid.

Uitdaging: Omgaan met verschillende meningen

Bewoners kunnen het idee hebben dat veel plannen met betrekking tot de warmtetransitie al zijn uitgedacht en dat er weinig of niets te kiezen valt. Dit kan ze het gevoel geven dat ze onder druk worden gezet om mee te gaan in de plannen. Mensen houden er nou eenmaal niet van als hen verteld wordt wat ze moeten doen. Dit kan ertoe leiden dat bewoners tegen de aardgasvrije plannen zijn en bijvoorbeeld niet mee willen werken of zelfs gaan protesteren.

Het is belangrijk recht te doen aan de zorgen die bewoners hebben. Neem daarom tijd om echt goed te begrijpen waar bewoners tegenaan lopen. Soms blijkt dat de terughoudendheid van bewoners helemaal niet voortkomt uit de transitie naar aardgasvrij, maar bijvoorbeeld uit eerdere ervaringen met de gemeente. Ga in gesprek met bewoners. Neem die zorgen serieus en kom (samen) met goede oplossingen.

In Wageningen ging men in gesprek zodra er terughoudendheid tegen een aardgasvrij alternatief werd opgemerkt. De ervaring is dat die terughoudendheid soms uit andere vlakken voortkomt dan de transitie naar aardgasvrij. Een voorbeeld is een bewoner die twee jaar strijd met de gemeente heeft gehad over de verplaatsing van zijn oprit en bang was dat het weer mis zou gaan met zijn oprit als de straat zou worden opengebroken. In gesprek gaan en doorvragen werkt verhelderend, zorgt voor meer wederzijds begrip en kan leiden tot oplossingen om terughoudendheid weg te nemen (Samen werkt het beter: bewonersparticipatie in de wijkaanpak | TNO).

Vanuit de gedragspsychologie zijn er enkele technieken bekend die terughoudendheid en weerstand kunnen verminderen (Knowles & Riner, 2007). Deze technieken kun je toepassen in zowel schriftelijke communicatie zoals brieven en webteksten, als mondelinge communicatie zoals presentaties en gesprekken. Daarbij maakt het uit van welke vorm van weerstand er sprake is. Wanneer de weerstand vooral voortkomt uit onwil om te veranderen (“Ik wil niet van het aardgas af.”), kun je de onderstaande technieken toepassen:

  • Andere meningen erkennen
    Mensen zitten vaak niet te wachten op verandering. Wanneer je als gemeente erkent dat dit zo is, zorg je ervoor dat bewoners minder verzet voelen tegen de voorgestelde verandering. Begin de communicatie bijvoorbeeld met: “We snappen dat het vervelend is. Toch …”.
  • De relatie “herdefiniëren”
    Hoe iemand een relatie met een ander ziet, beïnvloedt de mate waarin diegene weerstand heeft tegen een poging van die ander om te overtuigen. Een ‘adviseur’ wordt bijvoorbeeld anders behandeld dan een ‘verkoper’. Hoe een bewoner de relatie tussen de gemeente en zichzelf ziet, heeft dus invloed op de mate waarin de bewoner weerstand kan hebben tegen de plannen die de gemeente voorstelt. Verwoord of ‘frame’ de relatie tussen gemeente en bewoner anders, om het verhaal over de warmtetransitie beter over te brengen en bewoners te stimuleren om mee te denken in de plannen. Benoem bijvoorbeeld dat je als gemeente en bewoners samen naar een duurzame warmtevoorziening in de gemeente toewerkt.
  • Verkleinen van de verandering
    Het helpt om de grote verandering naar aardgasvrij op te splitsen in meerdere kleine stappen of veranderingen die apart plaatsvinden: verschillende isolatiemaatregelen nemen, aardgasvrije alternatieven verkennen en pas op het laatst de overstap naar aardgasvrij. Daardoor zijn de aanpassingen minder overweldigend en voelt het sneller acceptabel voor bewoners om in te stemmen.
  • Vrijheid benadrukken en keuzes geven
    Weerstand komt vaak voort uit het gevoel dat de vrijheid wordt beperkt. Door te benadrukken dat iemand nog steeds de vrijheid heeft om bepaalde dingen zelf te kiezen, kun je dat gevoel verminderen. Geef bewoners ruimte om keuzes te maken, door een aantal opties aan te bieden. Voorbeelden zijn opties voor de manier waarop bewoners informatie vanuit de gemeente willen ontvangen of willen meedenken met de plannen.

    Wanneer de weerstand vooral voortkomt uit twijfels over de plannen (“Ik betwijfel of het wel verstandig is om van het aardgas af te gaan.”), kun je de onderstaande technieken toepassen (McGuire, 1964, Knowles & Riner, 2007):

  • Bewoners zichzelf laten overtuigen
    Laat bewoners zelf een aantal redenen bedenken om stappen te zetten. Argumenten die mensen zelf bedenken, zijn namelijk argumenten die zij zelf het meest overtuigend vinden. Hierdoor zullen deze sterker overtuigen dan wanneer iemand anders ze aanvoert. Bijvoorbeeld door vragen te stellen als: “Waarom zou het isoleren van de woning een goed idee zijn?” of “Bedenk zelf eens waarom we eerste stappen naar aardgasvrij zouden moeten zetten.”
  • Garanties geven
    Twijfelende bewoners zijn meestal bang voor negatieve consequenties. Door een garantie te bieden, blijven de negatieve consequenties uit. De commerciële sector maakt veel gebruik van deze techniek. Bij het kopen van dure producten zoals een televisie, krijgen mensen altijd garantie. Bij twijfels kunnen garanties het gevoel van zekerheid verhogen. Garanties moeten realistisch zijn, maar voldoende zekerheid kunnen bieden om iemand te overtuigen. Voor aardgasvrij wonen kan de garantie van woonlastenneutraal (je betaalt niet meer voor je aardgasvrije woning) bij bewoners onzekerheid wegnemen. De garantie moet dan wel worden waargemaakt en veel gemeentes zijn nog op zoek naar manieren om dit te waarborgen.

Rolverdeling

Om bewoners te laten participeren in de verduurzaming van de wijk is het belangrijk dat ze zich bewust zijn van het belang van aardgasvrij wonen en goed op de hoogte zijn van de gemeentelijke plannen en de gevolgen voor hun eigen woning. Wie heeft welke rol bij het creëren van dit bewustzijn?

Het Rijk is verantwoordelijk voor het creëren van bewustwording voor het belang van de warmtetransitie

Het aardgasvrij maken van wijken komt voort uit landelijk beleid. Het is vooral de Rijksoverheid die verantwoordelijk is voor het bewustmaken van burgers van het belang hiervan. Omdat publiciteit over dit thema vaak landelijk is, kun je als gemeente slechts beperkt invloed uitoefenen op de wijze waarop dit thema onder de aandacht wordt gebracht. Hooguit kan een gemeente helpen om landelijk beschikbare informatie ter beschikking te stellen aan bewoners. Zorg er wel voor dat je als gemeente op de hoogte bent van landelijke berichtgeving over aardgasvrije wijken, zodat je voorbereid bent op vragen van bewoners.

De gemeente is verantwoordelijk voor het helder communiceren van de gemeentelijke plannen

Gemeentelijke bestuurders moeten heldere lijnen uitzetten over hoe de verduurzaming van de verschillende wijken in de gemeente plaats gaat vinden. Om goed te kunnen communiceren is het belangrijk dat de gemeente zelf goed voor ogen heeft wat de tijdsplanning en technische en financiële randvoorwaarden zijn waarbinnen wijken verduurzaamd gaan worden. Ook moeten op bestuurlijk niveau heldere keuzes gemaakt worden over waar bewoners wél en waarover ze níet kunnen meepraten of beslissen. 

De gemeente moet ervoor zorgen dat individuele huishoudens voldoende informatie krijgen, zodat zij weten wat de verduurzaming van de wijk voor hen persoonlijk gaat betekenen (op hoofdlijnen) en waarover zij wel en niet kunnen meepraten.

Dat de gemeente primair verantwoordelijk is voor bewustwording van de bewoners, betekent niet dat de gemeente ook alles zelf moet uitvoeren.

  1. Als gemeente zelf doen
    Communicatiemedewerkers bij de gemeente kunnen zelf (een deel van) de communicatie over de gemeentelijke plannen uitvoeren. Voordeel is dat je als gemeente volledige controle hebt over de boodschap en aanpak voor communicatie. Nadeel is dat je als gemeente voldoende capaciteit en expertise in huis moet hebben voor het opzetten en uitvoeren van een goede campagne.
  2. Uitbesteden aan adviseurs
    Er kunnen specifieke communicatiespecialisten worden ingehuurd om te helpen bij het creëren van de bewustwording. Voordeel is dat zo capaciteit en expertise op maat van buiten kan worden ingehuurd. Nadeel is dat er geen kennis en expertise wordt opgebouwd die in volgende wijken gebruikt kan worden. Bij de inhuur van een extern bedrijf is het van belang dat de gemeente regie blijft voeren over de inhoud van de boodschap. Ook moeten afspraken gemaakt worden over de overdracht van kennis, zodat ervaring die is opgedaan in de ene wijk, gebruikt kan worden in de andere wijk.

In veel gemeentes bestaan lokale initiatieven, zoals energiecoöperaties, die zich inzetten voor het verduurzamen van wijken in de gemeentes. Een overzicht vind je op deze HIER Opgewekt/Geodan kaart. Deze initiatieven bestaan uit actieve burgers die vaak goed weten wat er leeft bij bewoners. De samenwerking kan een bijdrage leveren aan het bereiken van bewoners en het vergroten van het draagvlak voor de wijkaanpak van de gemeente. Als gemeente kun je deze collectieven faciliteren.

Lokale initiatieven steken vaak veel tijd en moeite in het actief betrekken van bewoners. Een gemeente kan de positie van de bewonersgroep versterken, zodat die kan groeien en professionaliseren. Besef dat van bewoners heel veel gevraagd wordt in de warmtetransitie, en daar hoort wat tegenover te staan (De Participatiecoalitie, 2021).

Let er bij een samenwerking wel op dat er binnen het initiatief voldoende expertise voorhanden is om een goede bewustwordingscampagne op te zetten. Lokale initiatieven hebben hun eigen doelen en er moet vooraf helderheid zijn dat de doelen van de gemeente en het lokale initiatief elkaar versterken. Ten slotte kan het zijn dat een lokaal initiatief alleen een bepaald deel van de doelgroep bereikt. Als dit het geval is, moet je als gemeente, al dan niet in samenwerking met het initiatief, werken aan aanvullende acties om andere bewoners ook te bereiken. De Participatiecoalitie heeft 20 lessen uit de praktijk gedeeld over het bewonersinitiatief in de warmtetransitie.

In elke wijk zijn mensen te vinden die enthousiast aan de gang willen met het verduurzamen van hun woning of de wijk. Deze koplopers kunnen een rol spelen als ambassadeur. Je kunt deze groep bewoners gebruiken om eerste ideeën te toetsen en uit te werken. Maar let op: de ideeën van deze koplopers geven lang niet altijd een representatief beeld van de meningen van andere bewoners in de wijk. Koplopers kunnen wel helpen om andere bewoners bewust te maken van het nut en de noodzaak van het aardgasvrij maken van de wijk.

Naast de genoemde partijen die een formele en actieve rol kunnen hebben in de bewustwording van bewoners, kunnen ook andere (lokale) partijen invloed hebben op dit proces. Woningcorporaties kunnen een rol spelen, omdat zij veel woningen in de wijk bezitten. Het is mogelijk dat zij eigen verduurzamingsactiviteiten hebben en daarover communiceren met hun huurders. Ook kunnen er (lokale) ondernemers of een ondernemingsvereniging zijn die producten en diensten aanbieden en zo impliciet aan bewustwording werken. Zorg er als gemeente voor dat deze verschillende partijen in beeld zijn en werk zo mogelijk samen.