Wind op land en zee

Laatst gewijzigd op:

Windturbines oogsten bewegingsenergie uit de lucht en zetten die om in elektriciteit. Windturbines op land komen het meeste voor, maar vanaf ongeveer het jaar 2000 wordt wind ook op zee ontwikkeld, waar hogere windsnelheden gelden. Eind 2020 bedroeg de realisatie voor wind op land in Nederland 4159 MW, wat neerkomt op een genormaliseerde elektriciteitsproductie in 2020 van 8960 GWh. Voor wind op zee was dat eind 2020 2460 MW, en dus een genormaliseerde elektriciteitsproductie in 2020 van 4985 GWh. Het potentieel voor wind op land is 15 GW in 2050, wat maar liefst 45 TWh is voor een genormaliseerd jaar. Voor wind op zee in 2050 is dat 72 GW, 325 TWh voor een genormaliseerd jaar, tot 180 GW.

Impacts

Productie

  • De winning van grondstoffen en fabricage van materialen leidt over het algemeen tot (verandering in) landgebruik door mijnbouw en verwerkingsfabrieken.
  • Afhankelijk van de energiebron kan het energiegebruik voor de winning van grondstoffen en fabricage leiden tot CO2-emissies.
  • De winning van grondstoffen en het fabricageproces kunnen leiden tot emissies naar lucht, bodem en water.
  • Bij de winning en zuivering van zeldzame aardmetalen voor permanente magneten bijvoorbeeld kunnen zware metalen, zwavelzuur en radioactieve elementen vrijkomen.

Constructie

  • Infrastructuur en bouwactiviteiten voor de constructie en transport van energietechnologieën vergen een bepaalde mate van landgebruik
  • Wind op land: Bestrating of rijplaten voor de hijskraan kunnen het bodemleven beïnvloeden.
  • Wind op zee: Zeeschepen kunnen de onderwateromgeving met hun activiteiten beïnvloeden, inclusief de zeebodem.
  • Afhankelijk van de energiebron kan het energiegebruik voor transport en constructie leiden tot CO2 emissies.
  • Met name het aanvoeren van de windturbineonderdelen en de hijskraan vraagt om veel transportbewegingen die, afhankelijk van de energiebron, kan leiden tot CO2 emissies.
  • Afhankelijk van de energiebron kan het energiegebruik voor transport en constructie leiden tot emissies naar lucht, bodem en water.
  • Met name het aanvoeren van de windturbineonderdelen en de hijskraan vereist veel transportbewegingen die, afhankelijk van de energiebron leiden tot emissies naar bodem, lucht en water.
  • Geluidsoverlast onderwater tijdens de aanleg van een windmolenpark op zee kan het zeeleven beïnvloeden.

Gebruik

  • Een verharde weg naar een windmolen op land of rijplaten voor zwaar materieel dekken de bodem gedurende de gebruiksfase af wat het bodemleven kan beïnvloeden.
  • De aanwezigheid van het windpark kan leiden tot habitatverlies vanwege het ontwijken van de parken.
  • In hoeverre de slagschaduw een effect heeft op flora en fauna is niet bekend.
  •  
  • Windmolens kunnen voor bepaalde soorten een direct gevaar vormen, zoals vogels, vleermuizen en insecten.
  • Bepaalde diersoorten kunnen herstellen in windmolenparken op zee, omdat er niet gevist kan worden.
  • Door de productie van emissie-vrije elektriciteit in de gebruiksfase bieden windmolens een effectieve (deel-)oplossing voor het probleem van klimaatverandering (de gemiddelde energieterugverdientijd voor wind op land bedraagt ruim 23 weken)
  • Het effect van de straling rond kabels kan lokaal mogelijk impact kan hebben op het welzijn van levende wezens.
  • Er is nog weinig bekend over het effect van het geluid van een windturbine op flora en fauna. Op zee kan laagfrequent geluid ver dragen.

Einde levensduur

  • Opslag van afval en fabrieken voor verwerking en terugwinning nemen over het algemeen land in beslag.
  • Afhankelijk van het verwerkingsproces en van de energiebron en kan de inzameling, verwerking en recycling leiden tot CO2 emissie.
  • Afhankelijk van het verwerkingsproces en van de energiebron en kan de inzameling, verwerking en recycling van de technologie leiden tot emissies naar lucht, bodem en water.

Samenvatting

Wat betreft de impact van windturbines op biodiversiteit is met name gekeken naar de gebruiksfase en daar blijken nog veel onzekerheden te zijn in de mogelijke effecten. Het is bijvoorbeeld bekend dat er sterfte optreedt van vogels, insecten en vleermuizen die in aanvaring komen met de turbine, maar in hoeverre dit populaties aantast en of bepaalde diersoorten windparken vermijden door habitatverlies of een barrièrewerking wordt nog onderzocht. Voor een aantal mogelijke effecten is onduidelijk of en in hoeverre deze invloed hebben op de flora en fauna, zoals geluidshinder, elektromagnetische straling van elektriciteitskabels en de slagschaduw.

In het algemeen raden diverse natuurorganisaties aan om windmolens niet in of dichtbij gebieden met ecologische waarde te plaatsen en significante negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Op het niveau van de windmolen kunnen ook maatregelen worden genomen om aanvaringen te voorkomen, zoals de zichtbaarheid van de molen te verbeteren, waarvan niet altijd bekend is wat het effect van de maatregel is.

Vervolgonderzoek

Er zijn nog veel onduidelijkheden over de effecten van windturbines op flora en fauna. Denk bijvoorbeeld aan het effect van (laagfrequent) geluid, elektromagnetische straling of de slagschaduw en het nog beperkte inzicht in de sterfte door aanvaringen of verlies van (kwaliteit van de) habitat. Meer onderzoek hiernaar en beter inzicht in de effectiviteit van maatregelen zou kunnen helpen bij het beperken van biodiversiteitsverlies.

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van de laatste updates op Energy.nl?

Nieuwsbrief(Vereist)
Meer informatie