Waterstofopslagcapaciteit voldoende voor huidige plannen
Nederland ontwikkelt leegstaande zoutcavernes voor waterstofopslag in Groningen. De eerste caverne komt naar verwachting in 2028 beschikbaar. Na 2030 volgen er nog drie binnen de bestaande vergunningen, voor een totaal van vier cavernes in 2035.
Om te achterhalen of de opslagcapaciteit van deze cavernes voldoende is om te voorzien in de gewenste leveringszekerheid, afhankelijkheid van flexibiliteitsleveranciers en prijsstabiliteit, zijn analyses uitgevoerd op basis van het energiesysteemscenario ‘Klimaatambitie’ van IP2024 (Netbeheer Nederland) (PDF). Het optimalisatieprogramma laat zien dat de geplande opslagcapaciteit volstaat voor de huidige doelen: de plannen zijn voldoende voor de leveringszekerheid en er blijft genoeg flexibele capaciteit over – 6 GW in 2030 en 8 GW in 2035.
Opslag niet voldoende bij CO2-vrij elektriciteitssysteem
In het scenario waarin de Nederlandse overheid ervoor kiest om het elektriciteitssysteem CO2-vrij te maken door alle gascentrales om te zetten naar waterstofcentrales, is zowel de beschikbare waterstofproductie als de extractiesnelheid te laag en kan leveringszekerheid niet gegarandeerd worden.
Het probleem ontstaat in de piekuren, wanneer de vraag naar elektriciteit hoog is. Dan moeten de waterstofcentrales tegelijk draaien en hebben dus veel waterstof nodig. De geplande waterstofproductie via elektrolyse, gecombineerd met de vier geplande opslagcavernes, kunnen dan niet genoeg waterstof leveren om aan deze vraag te voldoen.
Om dit tekort op te vangen zou Nederland zes extra cavernes nodig hebben, uitgaande van een extractiesnelheid van 1,6 GW per caverne. Volledige ombouw van bestaand gasvermogen naar waterstofgestookt vermogen vergt dus realisatie van extra cavernes voor waterstofopslag. Daarmee schieten de bestaande plannen voor vier cavernes in 2035 tekort voor de realisatie van een volledig CO₂-vrije elektriciteitsproductie door ombouw van gascentrales.
Marktomstandigheden bepalen waarde van waterstofopslag
De waarde van waterstofopslag hangt sterk af van de omstandigheden op de energiemarkt. Als de importcapaciteit vermindert, volgt hogere productie van waterstof met conventionele SMR’s met vergelijkbare eigen opslag. Als er minder windmolens op zee worden gerealiseerd, valt er minder goedkope groene waterstof te produceren en neemt opslagbehoefte af.
De meeste waarde heeft waterstofopslag in een krappe markt met hoge importkosten en beperkte productiecapaciteit. Dan loont het om waterstof in te kopen bij lage gasprijzen en te verkopen als de prijzen hoog zijn. De opslag fungeert dan als buffer tegen prijsschokken.