Impliciet en informeel
Rechtvaardigheid speelt wel degelijk een rol in de dagelijkse beleidspraktijk van medewerkers die werken aan het Klimaatplan, maar dit gebeurt grotendeels impliciet en informeel. Concrete richtlijnen voor het toepassen van rechtvaardigheidsprincipes ontbreken doorgaans binnen directies. Beleidsmedewerkers raadplegen meestal collega’s of vertrouwen op hun eigen morele kompas wanneer zij verdelingseffecten van maatregelen verkennen. Bij de vorming van klimaatbeleid spelen vier andere principes wel een dominante rol: betaalbaarheid, uitvoerbaarheid, snelheid en doelmatigheid. Deze zijn expliciet verankerd in de werkpraktijk.
Verschillende opvattingen
Kennis en ideeën over rechtvaardigheid variëren sterk tussen beleidsmedewerkers. Dit illustreert het normatieve karakter van het begrip: wat als rechtvaardig wordt ervaren, verschilt van persoon tot persoon. De uiteindelijke invulling van wat ‘rechtvaardig’ is, wordt door beleidsmedewerkers gezien als een politieke keuze.
Uitdagingen voor inbedding
Het structureel inbedden van rechtvaardigheid in de beleidspraktijk kent verschillende uitdagingen:
Versnipperd beleid
Klimaatbeleid is versnipperd over verschillende directies en departementen, waardoor onduidelijkheid ontstaat over taakopvattingen en verantwoordelijkheden rondom rechtvaardigheid.
Tijdsdruk
De snelheid waarmee het Klimaatplan gerealiseerd moet worden en de focus op het behalen van kortetermijn-reductiedoelen beperken de ruimte voor rechtvaardigheidsafwegingen. Beleidsmedewerkers geven aan dat ze in hun hectische werkpraktijk weinig tijd hebben om rechtvaardigheid expliciet te verkennen.
Data ontbreekt
Beleidsmedewerkers hebben behoefte aan informatie over de verwachte rechtvaardigheidseffecten van maatregelen, maar dergelijke data is vaak niet beschikbaar. Ook monitoring van rechtvaardigheidseffecten van gevoerd beleid ontbreekt grotendeels.
Integratie in bestaande werkwijzen
Er is de wens om rechtvaardigheid te integreren in bestaande werkwijzen en -instrumenten, zoals het Beleidskompas. Dit instrument wordt echter nog niet breed gebruikt en kost volgens beleidsmedewerkers veel tijd om in te vullen, wat zorgen oproept over een verdere verhoging van de werkdruk.
Drie richtlijnen voor implementatie
Om rechtvaardigheid sneller in te bedden in de beleidspraktijk zijn drie richtlijnen geformuleerd:
- Ontwikkel een kennisbasis en gemeenschappelijke taal op het gebied van rechtvaardigheid. Dit kan bijvoorbeeld door werksessies te organiseren waarin beleidsmedewerkers hun opvattingen over rechtvaardigheid bespreken en toepassen op concrete casussen.
- Ontwikkel en integreer indicatoren voor rechtvaardigheid. Bestaande monitoring van ongelijkheden moet expliciet worden gemaakt en gebundeld, en waar blinde vlekken bestaan moeten nieuwe indicatoren worden ontworpen.
- Zorg voor structurele inbedding in de organisatie. Dit vraagt om een eindverantwoordelijke voor het borgen van rechtvaardigheid, aansluiting bij geformaliseerde werkzaamheden zoals nota’s en de voorjaarsbesluitvorming, en samenwerking met externe partijen zoals de WRR en kennisinstituten.