In recente jaren zijn er warmtenetprojecten in het nieuws verschenen waar de energierekening voor bewoners steeg na aansluiting op een warmtenet. Dat betekent dat er warmtenetprojecten zijn die in theorie de laagste nationale kosten hebben, maar in de beleving van de eindgebruiker toch (te) hoge kosten hebben. Welke factoren bepalen de verschillen tussen de nationale kosten en eindgebruikerskosten van verschillende warmtestrategieën als alternatief voor aardgas (warmtenetten en individuele all-electric warmtepompen)? Wat is de invloed van het huidige beleid op deze verschillen? En hoe kunnen de warmtestrategieën meer vergelijkbaar worden?
Verschillen tussen nationale kosten en eindgebruikerskosten
De nationale kosten zijn de totale kosten van de warmtetransitie voor alle actoren samen in Nederland. De eindgebruikerskosten bekijken specifiek de kosten vanuit het perspectief van één actor, zoals een huishouden in een woning die aardgasvrij wordt gemaakt.De totale eindgebruikerskosten voor een huishouden zijn niet gelijk aan de totale nationale kosten per woning doordat de overheid en andere intermediairs extra kosten (opslagen) in rekening brengen of juist kosten niet in rekening brengen (afslagen). Dit zorgt voor een verschil tussen nationale en eindgebruikerskosten. De overheid zorgt voor opslagen in de vorm van belastingen en afslagen in de vorm van subsidies. Andere intermediairs zoals warmte-en energiebedrijven, netbeheerders en onderhoudsbedrijven brengen extra kosten in rekening zoals financieringslasten, risico-opslagen en winstmarges. Bij netverzwaring en aanleg van warmtenetten worden kosten door intermediairs uitgemiddeld over een groep huishoudens. Ook dit zorgt voor een verschil tussen nationale en eindgebruikerskosten.
Het verschil tussen nationale en eindgebruikerskosten is naar verwachting niet consequent hoger of lager voor warmtenetten dan voor all-electric opties. Dit verschilt per variant van de warmtestrategie en per lokale situatie. Er is dus niet één factor die maakt dat de ene warmtestrategie consequent (on)gunstiger uitvalt voor de uitgebruiker dan verwacht vanuit nationale kostenperspectief.
De invloed van huidig beleid op de verschillen
Het huidige beleid beïnvloedt de verschillen tussen nationale en eindgebruikerskosten op meerdere manieren:
- De wijze waarop opslagen en afslagen worden bepaald en doorberekend verschilt per warmtestrategie. Daardoor kan het gebeuren dat de strategie met de laagste nationale kosten voor de eindgebruiker niet de goedkoopste optie is.
- Daarnaast zorgt de huidige tariefstelling bij warmtenetten voor huishoudens voor een ontransparante verdeling over initiële aansluitkosten, vastrecht en energiekosten, die sterk afwijkt van de kostenverdeling bij all-electric opties.
- Ook zorgen de huurregelgeving en afspraken met woningcorporaties voor grote verschillen tussen op- en afslagen bij verschillende strategieën.
Kosten meer vergelijkbaar maken
Het verschil tussen nationale en eindgebruikerskosten voor een warmtestrategie kan een goede reden hebben, bijvoorbeeld doordat de overheid subsidie geeft om de keuze voor een aardgasvrije warmtestrategie te stimuleren. Dat er een verschil bestaat tussen nationale kosten en eindgebruikerskosten voor een warmtestrategie is geen probleem. Problematisch wordt het wanneer een warmtestrategie (bijvoorbeeld een warmtenet) de laagste nationale kosten heeft voor een buurt, maar de eindgebruikerskosten in die buurt hoger zijn dan de eindgebruikerskosten van een alternatieve strategie (bijvoorbeeld een strategie met individuele warmtepompen). Dit onderzoek focust dus niet zozeer op manieren om het verschil tussen nationale kosten en eindgebruikerskosten te verkleinen, maar op een manier om de verschillende warmtestrategieën meer vergelijkbaar te maken.
Er zijn verschillende oplossingen die kunnen helpen met het vergelijkbaar maken van verschillende warmtestrategieën:
- Het harmoniseren van beleid gericht op verschillende warmtestrategieën door: (1) het voor bewoners inzichtelijk te maken welke kosten het gevolg zijn van investeringen binnen én buiten de woning en welke beheers- en energiekosten samenhangen met de strategie; (2) in beleid te streven naar dat investeringen binnen en buiten de woning met dezelfde rentevoeten kunnen worden gefinancierd, ongeacht de warmtestrategie; (3) in beleid te streven naar dat investeringen in energienetten voor de verschillende strategieën gelijk worden doorberekend naar de eindgebruiker; (4) subsidies en belastingen te harmoniseren voor verschillende warmtestrategieën.
- Voor warmtenetten en voor all-electric opties een tariefstructuur met kostengebaseerde tarieven inrichten, waarbij de kosten en baten zoveel mogelijk neergelegd worden bij de verbruiker. Dit bevordert efficiënte keuzes en innovaties. De volgende indeling wordt voorgesteld:
- Alle investeringskosten in netinfrastructuur worden als aparte post doorberekend in een aansluitbijdrage, zowel die voor het warmtenet als die voor netverzwaring. Daarbij zou dezelfde rentevoet voor de verschillende warmtestrategieën kunnen worden gebruikt.
- Alleen beheer-en onderhoudskosten worden in het vastrecht in rekening gebracht.
- Alleen energiekosten maken onderdeel uit van variabele tarieven.
- Om betaalbaarheid voor de eindgebruiker te waarborgen kan met investeringssubsidies, heffingen en financieringsregelingen gewerkt worden die over de warmtestrategieën heen geharmoniseerd worden.
- Op dit moment worden investeringen binnen de woning direct gefinancierd door de woningeigenaar en investeringen buiten de woning door het warmtebedrijf of de netbeheerder. Dit zorgt voor grote variatie in de (interne) rentevoet en dus grote variatie in financieringslasten. Een mogelijke oplossing hiervoor is om alle investeringskosten bij de woningeigenaar neer te leggen. De woningeigenaar zal de investering dan vervolgens zelf moeten financieren, maar heeft daar goedkopere opties voor dan een warmtebedrijf, zoals het Warmtefonds of het waarborgfonds voor sociale woningbouw.