Klimaatneutraal is niet fossielvrij
Het onderscheid tussen klimaatneutraal en fossielvrij is wezenlijk. In een klimaatneutraal systeem worden broeikasgasemissies gecompenseerd, maar kunnen fossiele brandstoffen en grondstoffen nog steeds een rol spelen. In een fossielvrij systeem worden fossiele koolstofdragers volledig uitgefaseerd. Dat heeft met name gevolgen voor de industrie, die verantwoordelijk is voor 46% van het totale Nederlandse eindverbruik.
Grootste opgave ligt bij de industrie
De transitie vereist dat industriële processen versneld worden geëlektrificeerd, dat de productie van hernieuwbare waterstof fors wordt opgeschaald en dat fossiele grondstoffen plaatsmaken voor niet-fossiele alternatieven. Dat vraagt om forse extra investeringen: de jaarlijkse kapitaal- en operationele uitgaven liggen €12,8 tot €16,8 miljard hoger dan in het klimaatneutrale scenario in 2050. Daarvan gaat 42 – 39% direct naar industriële transformatie en 32 – 41% naar uitbreiding van hernieuwbare elektriciteitsopwekking.
De industriële sector zou vrijwel alle extra kosten dragen van de overgang naar een fossielvrij systeem. De totale systeemkosten* liggen naar schatting 6 tot 10% hoger dan bij een enkel klimaatneutraal systeem, wat neerkomt op €7,7 tot €12,8 miljard extra per jaar in 2050.
*Systeemkosten verwijzen naar de totale jaarlijkse kosten van het energiesysteem vanuit maatschappelijk perspectief, berekend als de som van kapitaal-, onderhouds-, transport- en importkosten minus exportopbrengsten. De kostenverschillen worden daarbij gerapporteerd ten opzichte van het klimaatneutrale scenario om de incrementele impact van fossielvrije keuzes te tonen.
De chemische sector is verantwoordelijk voor het grootste deel van die kostenstijging. Bijna de helft van het fossiele verbruik in de industrie dient namelijk niet als energiebron , maar als grondstof, bijvoorbeeld nafta voor plastics. Die grondstoffen vervangen door hernieuwbare en circulaire alternatieven is technisch complex en kostbaar. Methanol-naar-olefinen en pyrolyseolie zijn veelbelovende routes, maar voor aromatenproductie is nog veel onderzoek en ontwikkeling nodig.
Elektriciteitsvraag stijgt fors
In een klimaatneutraal scenario verviervoudigt de Nederlandse elektriciteitsvraag al ten opzichte van 2024. In een fossielvrij systeem komt daar nog eens 20 tot 31% bovenop. Dit vereist volledige benutting van het technisch potentieel voor wind op zee, een forse uitbreiding van zonne-energie en kernenergie, en aanzienlijke investeringen in netinfrastructuur. Tegelijk verloopt de uitrol van technieken als wind op zee en elektrolyse op dit moment trager dan eerder voorzien, wat de uitdaging extra groot maakt.
Ook de waterstofproductie moet drastisch opschalen. De benodigde elektrolysecapaciteit loopt op van circa 16 GW in het klimaatneutrale scenario naar 22 tot 26 GW in de fossielvrije varianten. Ter vergelijking: eind 2023 had slechts één project van 200 MW een definitief investeringsbesluit bereikt.
Mogelijke beleidsstappen
De keuze om verder te gaan dan klimaatneutraliteit en te streven naar een fossielvrij energiesysteem is uiteindelijk een maatschappelijke en beleidsmatige afweging. Geopolitieke ontwikkelingen laten zien dat sterke afhankelijkheid van fossiele brandstoffen leidt tot prijsschommelingen en kwetsbaarheid. Maximaal inzetten op binnenlandse hernieuwbare bronnen en gediversifieerde internationale aanvoer kan die kwetsbaarheid verminderen.
Om een fossielvrij energiesysteem in 2050 te realiseren zijn verschillende beleidsstappen nodig:
- Maximaliseer de inzet van binnenlandse hernieuwbare bronnen.
Waaronder wind op zee, zonne-energie en kernenergie. - Versnel de uitrol van elektrolyse en hernieuwbare brandstofproductie.
Momenteel zitten de meeste projecten nog in de planfase. - Zorg voor toegang tot internationale aanvoerketens van hernieuwbare brandstoffen en circulaire grondstoffen.
Bijvoorbeeld via langetermijnleveringsafspraken, diplomatieke inspanningen en internationale certificeringssystemen. - Versnel de uitbreiding van de elektriciteits- en waterstofinfrastructuur.
De vraag naar beide groeit sterk, met name binnen industriële clusters. - Investeer in technologieën die nog niet marktrijp zijn.
Zoals geëlektrificeerde kraakers en biogebaseerde polymeren. - Versterk sectoroverstijgende coördinatie.
Met een routekaart en tussendoelen voor duurzame en circulaire chemie. - Ontwikkel een geïntegreerde koolstofmanagementstrategie.
Waarin er balans is tussen CO₂-opslag (CCS), CO₂-hergebruik (CCU) en directe afvang uit de lucht (DAC).