Kostenbesparing op zowel energie als zorg
In optimale omstandigheden kan energiehulp een besparing opleveren van 12,8% op de energierekening – ongeveer 215 euro per jaar. Daarnaast dalen farmaciekosten van huishoudens in energiearmoede gemiddeld met 72 euro (18%) per jaar na bezoek van een energiehulp. Vooral mensen met astma- en reumamedicatie profiteren, waarschijnlijk door een verbeterd binnenklimaat.
Het besparingspotentieel varieert wel sterk per huishouden en hangt af van woningkwaliteit en bewonersgedrag. Uiteraard valt er minder te besparen in goed geïsoleerde woningen met zuinige bewoners.
Vier succesfactoren voor effectieve energiehulp
De effectiviteit van energiehulpen hangt met name af van vier factoren:
- Lokale inbedding
Organisaties die langer dan vijf jaar actief zijn in een gemeente of uit lokaal initiatief zijn ontstaan, presteren beduidend beter. - Intensiteit van begeleiding
Herhaalde bezoeken van gezamenlijk meer dan vier uur hebben een positiever effect dan minder of kortere bezoeken. - Vrijwilligers en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt
Vrijwilligers en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt hebben grotere effecten dan professionals.Persoonlijke betrokkenheid en de tijd die zij kunnen investeren maken het verschil. - Focus op lage inkomens
Het besparingspotentieel is het hoogst bij huishoudens met beperkte budgetten, waardoor focus op deze doelgroep loont.
Behoefte aan energiehulp blijft groot
De behoefte aan ondersteuning blijft groot. Hoewel E-, F- en G-labels in hoog tempo worden verduurzaamd, zullen deze niet geheel zijn uitgefaseerd vóór 2030. Deze ‘achterblijvers’ zijn extra kwetsbaar voor stijgende energieprijzen.
Ook vraagt de complexiteit van de energietransitie in deze fase om nieuwe vormen van ondersteuning. Huishoudens worstelen met ingewikkelde energierekeningen, verduurzamingskeuzes en plannen voor lokale warmtetransities. Door de rol van energiehulpen uit te breiden richtinng ’transitiebegeleiders’ kan een bredere doelgroep bediend worden. Maatwerkoplossingen en ontzorging zijn namelijk niet alleen relevant voor huishoudens in energiearmoede.
Financiering onder druk
Hoewel de behoefte aan energiehulp blijft, dreigt de financiering ervan in het geding te komen. De SPUK energiearmoede loopt eind 2026 af, terwijl vanuit het Social Climate Fund alleen beperkte financiering voor energiehuizen (te ontwikkelen ‘one-stop-shops’ die grotendeels uitbreidingen van reeds bestaande energieloketten zijn, waar ook energiehulp onderdeel van dient te worden) is toegezegd. Dit lijkt onvoldoende om bestaande netwerken voort te zetten, laat staan uit te breiden.
De uitdaging is tweeledig. Energiehulporganisaties moeten hun kennis verbreden naar beleid en regelgeving, techniek en sociale dienstverlening. Tegelijkertijd hebben zij voorspelbare financiering nodig om hun bewezen waarde te behouden in een complexer wordende energietransitie. Zonder stabiele financiering gaat opgebouwde kennis en sociaal kapitaal verloren. Met name voor kwetsbare huishoudens kan dit deelname aan de energietransitie beperken.
Landelijk onderzoeksprogramma energiearmoede
Dit rapport is onderdeel van het Landelijk onderzoeksprogramma energiearmoede. Binnen dit programma zijn meer feiten en cijfers, onderzoek naar beleid in de praktijk en goede praktijken beschikbaar.
Podcast ‘Energiearmoede uitgelegd’
Luister ook deze aflevering van de podcast-serie ‘De energietransitie uitgelegd’ over energiearmoede.
We vragen expert Koen Straver onder andere naar het verschil tussen armoede en energiearmoede, de omvang van energiearmoede in Nederland en de uitdagingen in de aanpak van energiearmoede.