Biomassa is een grote bron van hernieuwbare energie in de totale Nederlandse hernieuwbare energiemix. Biomassa is voornamelijk afkomstig uit binnenlandse bronnen, maar sinds 2020 is de invoer toegenomen. Momenteel wordt het met name gebruikt voor de productie van warmte, transportbrandstoffen (biobrandstoffen), en elektriciteit. Het toekomstig gebruik verschuift naar de inzet voor lucht- en scheepvaart en materialen en chemieproductie. Een belangrijk aspect van bio-energiesystemen is de mogelijkheid om negatieve emissies te bereiken door ze te combineren met CO2-afvang en -opslag.
Er is al enige tijd een fel wetenschappelijk en maatschappelijk debat gaande over het gebruik van biomassa voor energieverbruik en de klimaateffecten van bio-energie. Dit debat heeft geleid tot de invoering van strenge duurzaamheidscriteria. In de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie (Renewable Energy Directive) zijn duurzaamheidscriteria opgesteld voor biomassa uit bossen en drempelwaarden voor de broeikasgasemissiereductie voor vaste en gasvormige biomassa voor de productie van warmte en elektriciteit. Deze criteria vereisen dat:
- Biomassa niet afkomstig is van land dat niet opnieuw zal worden beplant,
- Kwetsbare gebieden worden beschermd,
- Koolstofvoorraden in bossen stabiel blijven of toenemen,
- Er rekening wordt gehouden met biodiversiteit en bodemkwaliteit bij de oogst.
De richtlijn stelt ook eisen om het risico van het gebruik van niet duurzame biomassa afkomstig uit bos tot een minimum te beperken.
EurObserv’ER
Sinds 1998 meet EurObserv’ER de inzet van hernieuwbare energie in alle lidstaten van de Europese Unie. EurObserv’ER geeft met kwantitatieve indicatoren inzicht in de energetische, technologische en economische ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare energie. Bekijk hier de laatste EurObserv’ER-barometer Biomassa.