In het dashboard energiecijfers zijn cijfers te vinden in een databank. Het is ook mogelijk om zelf selecties te maken.
Energieverbruik
De gebouwde omgeving (diensten en huishoudens) is goed voor 564 PJ (36%) van het finale energieverbruik. De gebouwde omgeving heeft daarmee het grootste aandeel in het totale energieverbruik van alle sectoren. Ongeveer 71% van het energieverbruik in de gebouwde omgeving wordt gebruikt voor verwarming. Het aandeel hernieuwbare warmte in het finale warmteverbruik is 15% in 2024. Het duurzame aandeel van de huishoudens is vergelijkbaar met dat van de dienstensector.
Het finale energieverbruik van de gebouwde omgeving daalde sinds 2014 onder andere door verbeterde isolatie en efficiëntere ruimteverwarmingsinstallaties.
Bij de huishoudens zorgt isolatie voor de grootste besparing in het verbruik. Maar ook overige factoren spelen een grote rol. Hierin worden de gedragsveranderingen met betrekking tot energieverbruik naar aanleiding van de energiecrisis duidelijk zichtbaar. De toenemende woningvoorraad zorgt er echter voor dat de besparing deels tenietgedaan wordt. En ook de besparing door efficiëntieverbeteringen van huishoudelijke apparaten wordt deels tenietgedaan, in dit geval door de toename van aantal apparaten in huizen. Netto komt dit wel uit op een besparing.
Effect energiecrisis
Tussen 2021 en 2023, tijdens de energiecrisis, daalde het finaal energieverbruik in huishoudens met 18%. Voor ruimteverwarming was er in die periode zelfs een afname te zien van 24%. In 2024 heeft ruimteverwarming met 66% het grootste aandeel in het energieverbruik van huishoudens. Het aardgasverbruik van huishoudens daalde tussen 2021 en 2023 met maar liefst 26% als gevolg van gedragsveranderingen naar aanleiding van de energiecrisis.
Het energieverbruik in de dienstensector neemt meer geleidelijk af over de jaren. De meeste energie wordt in de dienstensector gebruikt voor ruimteverwarming, gevolgd door verlichting. Aardgas en elektriciteit zijn de voornaamste energiedragers.
Verduurzaming woningen en utiliteitsgebouwen
Het aantal warmtenetaansluitingen stijgt gestaag naar ruim 528.000 in 2024. De grote warmtenetten verduurzamen; in 2024 bedraagt het hernieuwbare aandeel in de warmteproductie voor warmtenetten 33,1%. De warmtepomp maakt in 2024 een groei door van 20% in de woningbouw. In 2024 is de groei voor het eerst kleiner dan het jaar ervoor. De warmtepomp in de utiliteitsbouw maakt in 2024 een groei door van 3%.
18% van de eigenaar-bewoners is in 2024 met enige zekerheid van plan om binnen nu en 3 jaar energiebesparende maatregelen te treffen. De hoeveelheid toegepast isolatiemateriaal is in 2024 ongeveer 27 miljoen m². In 2024 is de energiebesparing door isolatie naar schatting 2,7 PJ. De energiebesparing door installaties is naar schatting 3,1 PJ; 33% lager dan het jaar ervoor. Dit komt door de daling in het aantal in de bestaande bouw geplaatste warmtepompen.
Broeikasgasemissies
In 2024 heeft de gebouwde omgeving 12% aandeel in de emissie van broeikasgassen . De emissies in de gebouwde omgeving zijn gestegen met 3,8%. Dit komt voornamelijk doordat huishoudens weer meer zijn gaan stoken.
Circulaire bouweconomie
Uit enquêteonderzoek blijkt dat steeds meer mensen actief bezig zijn met circulair bouwen in hun organisatie. Dit aandeel is gestegen van 54% in 2018 naar 69% in 2023.
Het aandeel biobased materiaalgebruik in opgeleverde nieuwbouwwoningen is in 2024 1,6% van de totale massa. Het aandeel aanzienlijk biobased nieuwbouwwoningen is klein; 1,2% van de nieuwbouwwoningen is in 2024 gebouwd met minimaal 30% biobased materialen. Als alleen naar isolatie gekeken wordt, is ongeveer 2% van de massa afkomstig uit biobased materialen.
Nederland in Europese context
De nieuwe EU-doelstelling voor hernieuwbare energie is 42,5% in 2030. In 2023 kwam de EU uit op 25% hernieuwbare energiebronnen . Nederland zat daar onder met 17%.
Een belangrijke factor in het hernieuwbare energieverbruik is zonnestroom. In 2024 staat in Nederland veruit het grootste vermogen zonnestroom per inwoner opgesteld met ruim 1500 Wp/inwoner.
De EU-doelstelling is 55% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. In 2023 was de uitstoot in de EU gemiddeld 35% lager dan in 1990. Nederland scoorde net boven het gemiddelde en stootte in 2023 36% minder uit dan in 1990.