Potentieel van 17 megaton CO₂-reductie voor Nederland
Het theoretische potentieel van leefstijlveranderingen voor Nederlandse klimaat- en energiedoelen is aanzienlijk. Er zijn elf gedragsveranderingen onderzocht. Als Nederlanders deze gedragsveranderingen doorvoeren, kan dit wereldwijd 40,7 megaton CO₂-equivalenten per jaar besparen. 17,1 megaton daarvan telt mee voor de Nederlandse doelstelling. Voor energiebesparing ligt het potentieel op 428 petajoule wereldwijd, waarvan 247 petajoule bijdraagt aan het Nederlandse doel voor finaal energieverbruik onder de Europese Energy Efficiency Directive (EED) (zie de figuren onder aan deze pagina). Voor het EED-doel moet Nederland ten opzichte van 2023 nog ongeveer 107 petajoule besparen tot en met 2030, waardoor leefstijlveranderingen ook bij gedeeltelijke realisatie een significante bijdrage kunnen leveren.
De grootste emissiereductie komt van de leefstijlverandering ‘elektrisch rijden en minder rijden door meer fiets en OV te gebruiken’: 13,9 Megaton CO2-eq. Hiervan telt 10,9 Megaton mee voor de nationale doelstellingen. ‘Wonen passend bij de levensfase’, bijvoorbeeld niet groter wonen dan nodig, draagt 7,8 Megaton bij, waarvan 6,2 Megaton meetelt voor de nationale doelstellingen.
Ook ‘minder vaak vliegen en langer op vakantie blijven’ en ‘minder vlees en met mate zuivel consumeren’ zorgt voor flinke emissiereductie: respectievelijk 8,6 Megaton en 8,1 Megaton CO2-eq. Het aandeel dat meetelt voor de Nederlandse emissiedoelstellingen is bij vliegen echter 0 (hoewel het vermeden energieverbruik wel meetelt als energiebesparing), en bij minder vlees en zuivel is het Nederlandse aandeel lastig te bepalen. Dit komt omdat minder consumptie van vlees en zuivel in Nederland waarschijnlijk niet zorgt voor minder Nederlandse vlees- en zuivelproductie, maar juist voor meer vlees- en zuivelexport.
Miljardenbesparing door lagere systeemkosten
Leefstijlveranderingen kunnen ook de kosten van het energiesysteem aanzienlijk verlagen. Wanneer deze gedragsveranderingen EU-breed worden doorgevoerd, leiden ze in Nederland tot 17-19% lagere energiesysteemkosten; ongeveer 17 tot 19 miljard euro per jaar. Het overgrote deel van deze besparing (13-14%) ontstaat doordat consumenten minder en kleinere auto’s aanschaffen bij gedragsveranderingen rond mobiliteit.
Daarnaast zorgen leefstijlveranderingen voor minder ruimtegebruik. Een EU-brede verschuiving naar één keer per week vlees eten en 10% minder zuivel kan de ruimteclaim van Nederlandse veeteelt halveren. Dit maakt ongeveer 8.500 vierkante kilometer vrij – een kwart van het Nederlandse landoppervlak. Ook kan door lagere energievraag 240 vierkante kilometer aan zonnevelden worden vermeden, een oppervlakte groter dan Amsterdam.
Een ander voordeel is de verminderde afhankelijkheid van schaarse materialen voor energieproductie en van technologische doorbraken die lang op zich kunnen laten wachten. Door minder energie te verbruiken is er bijvoorbeeld minder waterstofimport nodig en is er minder druk op het elektriciteitsnetwerk.
Grote verschillen in maatschappelijk draagvlak
De bereidheid voor gedragsverandering loopt sterk uiteen tussen verschillende leefstijlveranderingen. Ingrijpende aanpassingen zoals het verminderen van autobezit (37% bereid) vragen meer van mensen dan relatief eenvoudige stappen zoals minder nieuwe spullen kopen (65% bereid). Deze verschillen in impact bepalen mede de openheid van Nederlanders voor verandering. Ook hangen de verschillen in acceptatie samen met de ervaren impact op welzijn en keuzevrijheid. Sommige leefstijlveranderingen worden gezien als beperking van welvaart, vooral wanneer ze ingrijpen op dagelijkse gewoonten of persoonlijke voorkeuren.
De bereidheid om te veranderen vertaalt zich niet altijd evenredig naar het aantal mensen dat zegt het gedrag al te vertonen (het zeggedrag). Van alle Nederlanders staat 84% bijvoorbeeld open voor het voorkomen van voedselverspilling, maar 40% zegt dit al te doen. Door deze correctie voor bestaand gedrag toe te passen, ontstaat een realistischer beeld van het nog haalbare potentieel in emissiereductie en energiebesparing. In het figuur tonen de groene balken dit gecorrigeerde potentieel (het deel van het theoretisch potentieel waarvoor daadwerkelijk draagvlak bestaat, minus degenen die het gedrag al vertonen). De verhouding tussen groene en lichtblauwe balken laat zien dat dit gecorrigeerde potentieel per leefstijlverandering verschilt.
Beleidsmix kan weerstand verminderen
Omdat de bereidheid tot verandering verschilt per leefstijlverandering, verschilt ook de hoeveelheid (beleids)inspanning die nodig zal zijn om de potentiële emissiereductie en energiebesparing daadwerkelijk te behalen. Er moet per verandering gekeken worden naar wat er nodig is om de bereidheid te verhogen. Breed gedragen leefstijlverandering kan worden bereikt met slimme beleidspakketten die de ervaring van verlies beperken. Dit kan door mensen met lage inkomens te ontzien, duidelijk te communiceren wat er met belastinginkomsten gebeurt, en door alternatieve keuzes aantrekkelijker te maken. Verlies aan economische activiteit in bepaalde sectoren kan worden gecompenseerd door het stimuleren van duurzame bedrijvigheid.
Het potentieel van leefstijlveranderingen voor het halen van Nederlandse klimaat- en energiedoelen is dus substantieel, al vereist het realiseren ervan zorgvuldige beleidsvorming die rekening houdt met maatschappelijke acceptatie en eerlijkheid.