Drie categorieën beleidsmaatregelen doorgerekend
Een nieuwe doorrekening brengt voor het eerst kwantitatief in kaart hoe verschillende beleidsstrategieën tot 2050 uitpakken voor energiearme huishoudens . Het gaat om drie hoofdcategorieën van beleidsmaatregelen: het compenseren van energierekeningen, het verduurzamen van woningen en het verbeteren van de betaalbaarheid van energie.
Compensatie werkt direct, verduurzaming structureel
Compenserende maatregelen leveren het snelst resultaat op. Deze maatregelen omvatten energietoeslagen en uitbreiding van het Noodfonds Energie. Een energietoeslag kan het aantal energiearme huishoudens in één jaar merkbaar verminderen. Het nadeel is dat huishoudens opnieuw kwetsbaar worden zodra de compensatie wegvalt, vooral wanneer ze nog altijd in slecht geïsoleerde woningen wonen.
Verduurzamingsmaatregelen zoals subsidies voor woningeigenaren of prestatieafspraken in de sociale huursector werken wel structureel. Door verbetering van de woningkwaliteit daalt de energierekening permanent en ontstaat meer weerbaarheid tegen prijsschommelingen. Het bereik is echter beperkt, doordat de meeste energiearme huishoudens (92%) huren, terwijl de meeste subsidieregelingen op woningeigenaren zijn gericht.
Wel bereiken verduurzamingssubsidies effectief de groep ‘risicohuishoudens’ met een laag middeninkomen. Deze huishoudens hebben relatief vaker een koopwoning (41% versus 8% bij energiearme huishoudens) en profiteren zowel van lagere energiekosten als verbeterde woningkwaliteit.
Betaalbaarheidsmaatregelen zoals verlaging van de energiebelasting hebben weliswaar een breed bereik en helpen alle huishoudens, maar zijn daardoor kostbaar en inefficiënt. Ze komen immers ook ten goede aan huishoudens die geen energiearmoede ervaren.
Combinatiestrategie meest effectief
Een gecombineerde aanpak van versnelde verduurzaming en financiële compensatie dringt energiearmoede het meest effectief terug. Deze strategie combineert de directe werking van compensatie met de structurele voordelen van woningverbetering.
Verduurzaming vermindert bovendien de behoefte aan compensatie op termijn. Huishoudens in beter geïsoleerde woningen hebben minder last van energieprijsschommelingen en vereisen minder financiële ondersteuning. Dit maakt de aanpak op de lange termijn kosteneffectiever dan alleen compenseren.
Toch blijft aanvullend beleid nodig voor de stijgende vaste kosten op de energierekening. Deze kosten, vooral transporttarieven, worden minder beïnvloed door energiebesparing en vormen een groeiende component van energiearmoede. Bij betaalbaarheimaatregelen gaat het om verlaging van energiebelastingen of verhoging van energiebelastingvermindering.
Stijgende netwerkkosten door energietransitie vormen nieuwe uitdaging
Naast geopolitieke factoren, zal de energierekening naar verwachting ook stijgen door de netverzwaring die nodig is voor de energietransitie . Dit komt door de doorberekening van investeringen van netbeheerders aan huishoudens. Deze vaste kosten stijgen onafhankelijk van het energieverbruik en treffen vooral huishoudens met een laag inkomen relatief hard. Het geplande nieuwe elektriciteitstariefsysteem vanaf 2028 zal kosten sterker koppelen aan verbruikstijden, wat extra impact heeft op huishoudens zonder flexibiliteit in energiegebruik. Deze ontwikkelingen maken de verdeling van de kosten van de energietransitie tot een centraal aandachtspunt voor energiebeleid .