Metaalvraag groeit op twee fronten
Om de doelstellingen van het Parijsakkoord te halen, moet de wereldwijde productiecapaciteit voor hernieuwbare elektriciteit de komende decennia fors toenemen. In het Beyond 2 Degrees-scenario van het Internationaal Energieagentschap (IEA) groeit het aandeel hernieuwbare energie in de mondiale elektriciteitsproductie van circa 5.400 TWh in 2014 naar bijna 33.000 TWh in 2050. Die opbouw vergt grote hoeveelheden metalen, van bulkmetalen als koper en aluminium tot zeldzame aardmetalen als neodymium en dysprosium.
Tegelijkertijd groeit de metaalvraag vanuit de rest van de wereldeconomie. Opkomende economieën investeren in infrastructuur, woningbouw en consumentenelektronica. De metaalvraag voor hernieuwbare energie concurreert dus direct met andere sectoren. Daarnaast leggen batterijen voor elektrische voertuigen extra druk op dezelfde kritieke metalen, met name lithium, kobalt en neodymium.
Productieversnelling
Voor de opbouw van hernieuwbare energiecapaciteit en batterijopslag is een breed scala aan metalen nodig. De vereiste jaarlijkse productiegroei verschilt sterk per metaal en ligt voor een meerderheid hoger dan het jaarlijkse groeitempo van 1998 tot 2016.
Geografie speelt een dubbele rol
De locatie waar hernieuwbare energietechnologie wordt ingezet, beïnvloedt de metaalvraag. Het rendement van zonnepanelen in Chili, Australië of het Midden-Oosten is twee tot drie keer hoger dan in Noord- of Midden-Europa. Dit betekent dat er per opgewekte kilowattuur in die regio’s minder materiaal nodig is. Het grootste deel van de toekomstige capaciteitsgroei vindt dan ook buiten de OESO-landen plaats, met China en India als belangrijke spelers.
Tegelijkertijd is de productie van veel kritieke metalen geografisch sterk geconcentreerd. China is de dominante producent van een groot aantal metalen dat essentieel is voor de energietransitie . Deze quasi-monopolies brengen geopolitieke kwetsbaarheden met zich mee. Dichtbevolkte gebieden hebben bovendien meer opslagcapaciteit en netaanpassingen nodig, wat de metaalvraag verder kan opdrijven.
Recycling alleen is onvoldoende
Recycling kan op korte termijn slechts een beperkte bijdrage leveren aan de metaalvoorziening voor de energietransitie. De zogeheten ‘stedelijke mijn’ – het totaal aan metalen in producten die aan het einde van hun levensduur zijn – is simpelweg nog te klein. Zelfs bij volledige recycling kan voor 2030 naar verwachting niet meer dan 3 tot 5% van de metaalvraag worden gedekt.
Andere circulaire strategieën bieden meer perspectief. Langer gebruik van hernieuwbare energiecapaciteit heeft direct effect: elke verlenging van de levensduur vermindert de benodigde hoeveelheid metaal in gelijke mate. Ook modulair ontwerp van zonnepanelen en windturbines maakt toekomstig hergebruik van componenten mogelijk.
Gecombineerde aanpak noodzakelijk
Om knelpunten in het mondiale metaalaanbod te voorkomen is een gecombineerde aanpak nodig. Er worden zes aanbevelingen gedaan:
- Pas circulaire strategieën toe: substitutie van kritieke metalen in hernieuwbare energietechnologie, circulair ontwerp (bijvoorbeeld modulair) van zonnepanelen en windturbines, duidelijke einde-levensduurcriteria in bouwcontracten, en universele standaarden voor de inkoop van hernieuwbare energiecapaciteit.
- Vertaal het Parijsakkoord naar een concreet investeringsportfolio, uitgedrukt in metaalbehoefte. Gebruik hiervoor de inhoud van het zogenoemde Paris Rulebook (PDF).
- Stel indicatoren vast voor de twintig meest relevante metalen voor technologieën als zonne-energie, windenergie en batterijen. Wissel analyses op basis van deze indicatoren internationaal uit.
- Ontwikkel internationale standaarden voor markttoezicht die overheden en toezichthouders kunnen gebruiken om investeringen in hernieuwbare energie te waarborgen.
- Monitor de impact van supply chain due diligence op inkooppraktijken van de maakindustrie. Juridische handhaving of publieke druk kan tot onvoorziene leveringsverstoringen leiden.
- Blijf alle aannames toetsen door middel van publiek beschikbaar onderzoek.