Klimaat- en Energieverkenning 2025
De belangrijkste bevindingen van de KEV 2025 zijn:
Met het huidige uitgewerkte beleid per 1 januari (‘basispad’) koersen we af op 45 tot 53 procent minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 dan in 1990. Daarmee is de kans dat het wettelijke klimaatdoel van 55 procent emissiereductie wordt gehaald, minder dan vijf procent. Andere doorrekenbare plannen (‘aanvullend beleid’) voegen daar een kleine 2 procentpunt aan toe: 47 tot net geen 55 procent reductie. Het doel valt buiten de bandbreedte, dus is de kans om het te halen minder dan 5 procent. Ook voor het halen van bindende Europese doelen voor hernieuwbare energie en energieverbruik ligt Nederland niet op koers. Meer inzet op energiebesparing kan daarbij helpen.
Klimaat- en Energieverkenning 2024
De belangrijkste bevindingen van de KEV 2024 zijn:
Klimaatdoel 2030 raakt uit zicht; extra beleid met snel effect nodig
Het is heel erg onwaarschijnlijk dat Nederland het wettelijke klimaatdoel van 55 procent emissiereductie in 2030 haalt. Met het huidige uitgewerkte beleid (‘vastgesteld en voorgenomen’) liggen we op schema voor een broeikasgasemissiereductie van 44 tot 52 procent in 2030 ten opzichte van 1990. Doorrekenbare plannen (‘geagendeerd beleid’) voegen daar netto weinig aan toe: 45 tot 52 procent reductie. Alleen extra beleid dat snel reducties oplevert kan het doel dichterbij brengen. Om het doel met 50 procent kans te halen is nog 16 megaton CO2-equivalenten extra uitstootreductie in 2030 nodig, om het doel met een heel erg grote kans (95 procent) te halen is nog 24 megaton extra reductie nodig.
Klimaat- en Energieverkenning 2023
De belangrijkste bevindingen van de KEV 2023 zijn:
Klimaatdoel 2030 voor het eerst in zicht; snelle en ambitieuze uitwerking plannen cruciaal
Met de plannen in de Voorjaarsnota Klimaat zet het inmiddels demissionaire kabinet een belangrijke stap vooruit op weg naar realisatie van 55 procent minder broeikasgasuitstoot in 2030, vergeleken met 1990. Nederlandse en Europese plannen die concreet genoeg zijn voor een effectschatting zorgen voor 5 procentpunt extra emissiereductie ten opzichte van de raming van vorig jaar. Zo is een reductie van 46 tot 57 procent mogelijk. Maar om de bovenkant van deze bandbreedte aan te tikken en dus het doel te halen moet alles meezitten, ook niet-stuurbare factoren zoals weer en elektriciteitsimport.
Klimaat- en Energieverkenning 2022
De belangrijkste bevindingen van de KEV 2022 zijn:
- 39-50 procent emissiereductie 1990-2030 bij vastgesteld en voorgenomen beleid, en 41-52 procent reductie inclusief gedeelte geagendeerd beleid.
- Indicatieve emissiedoelen sectoren vergen in elke sector forse beleidsinspanning en zijn bij elkaar niet voldoende om met zekerheid 55 procent emissiereductie te realiseren.
- Belangrijk deel klimaatplannen nog onvoldoende uitgewerkt.
- Huidig doel ESR-sectoren binnen bereik, nieuw EU-voorstel betekent extra opgave.
- Aandeel hernieuwbare elektriciteit stijgt sneller, groei hernieuwbare warmte onvoldoende.
- Huidige doelen energieverbruik en besparing niet gehaald, herziening EED betekent dat er nog meer energiebesparing nodig is.
Klimaat- en Energieverkenning 2021
De belangrijkste bevindingen van de KEV 2021 zijn:
Verwachte uitstoot in 2030 vooral lager door concreet beleid in de industrie en de mobiliteit
In de industrie en de mobiliteit is het afgelopen jaar vooruitgang geboekt in de concrete uitwerking van beleidsmaatregelen. Bij de grote industrie zorgt de nieuwe CO2-heffing in combinatie met de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en klimaattransitie (SDE++) voor een trendbreuk in de verwachte broeikasgasuitstoot. Met dit beleid daalt de uitstoot naar verwachting met 9-16 megaton CO2-equivalenten in 2030. De daling komt voor het grootste deel op rekening van CO2-afvang en -opslag (CCS). Een kleiner deel komt door elektrificatie , energiebesparing en afname van niet-CO2-broeikasgassen. Onder meer door de concrete uitwerking van beleid voor extra hernieuwbare energie, daalt bij de mobiliteit de uitstoot naar verwachting met een kleine 3 megaton in 2030.
Klimaat- en Energieverkenning 2020
De KEV 2020 geeft inzicht in de ontwikkelingen van de uitstoot van Nederlandse broeikasgassen in het verleden en tot en met 2030. De uitstoot laat een daling zien, maar niet voldoende om de doelstelling van 49% reductie in 2030 ten opzichte van 1990 te halen.
Verder schetst de KEV een integraal beeld van de ontwikkelingen in de energievoorziening en het energieverbruik, maar ook van andere activiteiten die tot broeikasgasemissies leiden, zoals in de landbouw en het landgebruik.
De KEV legt ook de verbanden tussen autonome ontwikkelingen, ontwikkelingen in het buitenland en Nederland.
Klimaat- en Energieverkenning 2019
Ambitieuze doelen geven energietransitie elan, uitvoering blijkt weerbarstig
De uitstoot van broeikasgassen in Nederland daalt en deze trend zet zich in de toekomst voort. De Nederlandse energievoorziening gaat de komende jaren veranderen door een sterke afname van energie uit fossiele bronnen zoals kolen en gas, en een sterke toename van hernieuwbare energie. De totale elektriciteitsproductie bestaat bijvoorbeeld in 2030 naar verwachting voor tweederde uit hernieuwbaar opgewekte elektriciteit.
Het stellen van ambitieuze doelen geeft de energietransitie elan, maar de uitvoering van gemaakte afspraken blijkt weerbarstig. Meerdere doelen voor 2020 worden naar verwachting niet gehaald, zoals het Urgenda-doel (25 procent minder uitstoot van broeikasgassen) en twee doelen van het Energieakkoord: het aandeel hernieuwbare energie en 100 petajoule energiebesparing.