Onderstaande tekst is een transcriptie van de podcast ‘Verduurzaming van utiliteitsbouw uitgelegd’, onderdeel van de podcastserie ‘De energietransitie uitgelegd‘.
Interviewer: [00:00:07] Welkom bij ‘De energietransitie uitgelegd’ van het platform Energy.nl. Mijn naam is Eveline Janse en in deze podcastserie vraag ik iedere keer aan experts om een bepaald onderdeel van de energietransitie toe te lichten. In deze aflevering gaan we het hebben over verduurzaming van de utiliteitsbouw. Jarenlang was dat een beetje een vergeten onderdeel van de energietransitie – het ging vooral over de verduurzaming van de industrie en het aardgasvrij maken van woningen. Maar inmiddels wordt de utiliteitsbouw ook serieus meegenomen in de plannen. Ik ga hierover in gesprek met Marijke Menkveld en Maarten van Schie. Marijke Menkveld is senior onderzoeker klimaatbeleid bij TNO. Ze doet onder andere onderzoek naar de energietransitie in gebouwen en is betrokken bij de Klimaat- en EnergieVerkenning. Maarten van Schie werkt ook bij TNO en is consultant warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Hij heeft een overzicht gemaakt van alle utiliteitsbouw in de verrijkte BAG 2.0 en onderzoekt hoe we ook alles wat géén woning is van het aardgas kunnen halen. Van kantoorgebouw tot bedrijfsloods. Welkom allebei.
Marijke Menkveld / Maarten van Schie: [00:01:11] Dankjewel.
Interviewer: [00:01:13] Om te beginnen wat verstaan we precies onder utiliteitsbouw? Want dat is een beetje een breed begrip.
Marijke Menkveld: [00:01:21] Utiliteitsbouw zijn alle gebouwen die geen woning zijn. Dat kan dus van alles zijn. Dat kunnen kantoren zijn, winkels, scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, sportaccommodaties of bedrijfshallen. En een groot deel van die gebouwen, daar vinden activiteiten plaats die we in de economie de dienstensector noemen. En die gebouwen worden samen met woningen in het energie- en klimaatbeleid de sector ‘gebouwde omgeving’ genoemd. Dus dat is woningen en utiliteitsbouw in de dienstensector samen. En het energieverbruik van gebouwen in de industrie of in de landbouw die horen dan ook echt bij díe sectoren en vallen daarbuiten. En in die gebouwen heb je zowel energie nodig om het gebouw te klimatiseren, te verwarmen, ventileren, te koelen en ook wat we proces-energie noemen. Dus eigenlijk energieverbruik van apparaten zoals ICT of het energieverbruik van bijvoorbeeld het bereiden van eten in restaurants.
Interviewer: [00:02:36] Ja precies, dus utiliteitsbouw is dus een onderdeel van de gebouwde omgeving en industrie is dus echt een aparte categorie, die valt daarbuiten. Ja, en wat is de omvang van de identiteitsbouw in Nederland?
Maarten van Schie: [00:02:49] Dat is wel leuk om het daarover te hebben. We hebben in Nederland een hele rijke dataset uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Daarin wordt van alles wat je enigszins een gebouw kunt noemen bijgehouden waar hij staat. Er staan iets van 11 miljoen gebouwen in en 1,2 miljoen daarvan kunnen we ook echt zien als een vorm van utiliteitsbouw. En die hebben we ook uitgesplitst. Soms komt de utiliteitsbouw voor samen met een woning. Dat gaat over als bijvoorbeeld winkels zitten in de plint van een appartementengebouw.
Interviewer: [00:03:17] Ja, in de plint, dan bedoel je onderin dus dat je een een toren hebt eigenlijk waar onderin dan winkels zitten?
Maarten van Schie: [00:03:23] Ja, gewoon inderdaad een appartementengebouw en dan heb je winkels op straatniveau, dus dat is waar je gewoon langsloopt als je buiten bent. Dat noemen we dan de plint. Dat zijn ongeveer 220.000. Je hebt er 270.000 gebouwen die echt voor industrie wordt gebruikt. En dat gaat over loodsen, dat gaat over werkplaatsen, van alles wat je eigenlijk voornamelijk op bedrijventerreinen vindt.
Interviewer: [00:03:46] Maar dat valt dus wel onder de utiliteitsbouw? Want je zegt industrie, maar die loodsen, dat valt wel onder utiliteitsbouw?
Maarten van Schie: [00:03:53] Hangt er een beetje van af hoe je er naar kijkt. Kijk in de energietransitie en in het energiegebruik kijken we naar wat we dan maar even noemen het proces-energie, dus echt het gebruik om ijzer te smelten en dergelijke, als de sector industrie. Maar ze hebben nog steeds gebouwen en die gebouwen worden soms ook verwarmd. Dus nu is bijvoorbeeld een van de onderwerpen waarover wordt gesproken in beleid van hoe gaan we nou precies om met die warmtevraag ? En soms zitten er ook bijvoorbeeld kantoren in gebouwen. We denken heel snel dat we heel goed weten wat precies een gebouw is, maar in een bedrijfsloods zit bijvoorbeeld een stukje kantoor. En dat stukje kantoor moet ook weer voldoen aan energielabels. Dus dat stukje kantoor heeft dan weer ruimteverwarming nodig, daar zitten mensen gewoon achter de computer typen en dat stukje hoort wel bij de warmtevraag voor de gebouwde omgeving.
Interviewer: [00:04:43] Ja, helder.
Maarten van Schie: [00:04:45] Dus dat is een onderdeel. En dan hebben we het ook nog over maatschappelijk en commercieel vastgoed. Dat is eigenlijk waar we een typisch over hebben als het over de dienstensector. En daar zitten de scholen, daar zitten de ziekenhuizen, maar ook de kantoorgebouwen van de overheid.
Interviewer: [00:04:59] Bibliotheken?
Maarten van Schie: [00:05:00] Bibliotheken, musea, al dat soort dingen. Het is natuurlijk ook niet gek dat als je kijkt naar het energiegebruik, dat bijvoorbeeld kerken, dat zijn vaak oude grote gebouwen, moeilijk warm te krijgen, dat die het bijvoorbeeld ook niet zo goed doen qua energieprestaties. Zijn heel lastig om goed warm te houden – hoort er ook bij – gaan we ook op een andere manier mee om. Maar ook bijvoorbeeld vakantiewoningen. Het grootste deel van commercieel vastgoed zijn vakantiewoningen, dan hebben we het over iets van 130.000 gebouwen. Ja, die kan je beschouwen als een gebouw zonder woonfunctie, maar het gaat ook natuurlijk gewoon over winkels, kantoren en dat soort dingen. Overigens zijn ook veel van die gebouwen voor utiliteitsbouw zijn ook gewoon schuurtjes. We hebben het echt over iets van 350.000 schuurtjes, dus die tellen flink aan als je het hebt over het aantal gebouwen, maar natuurlijk niet als je het hebt over energiegebruik.
Interviewer: [00:05:49] Ja dus het is echt heel divers ook, want je noemt al inderdaad kerken. Ik kan me voorstellen dat dat inderdaad ingewikkeld is om te verduurzamen, maar er zijn natuurlijk ook hele moderne kantoren die gewoon heel goed geïsoleerd al zijn.
Maarten van Schie: [00:06:00] En dat is ook een grote uitdaging. En dat is ook waarom het lastig is om mee te nemen in de warmtetransitie. Als we het hebben over woningen, dan kun je daar wel een soort van standaardmaat op plakken van nou ja, we weten dat een woning typisch – wat is het, zeg maar even 2000 kilowattuur per jaar verbruikt en duizend kuub gas – maar als je het hebt over utiliteitsbouw, dan zitten er zoveel verschillende typen gebouwen tussen dat die diversiteit is een van de uitdagingen. En dat is ook iets wat we hier bij TNO proberen te structureren. Van wat voor type gebouw heb je, wat voor type energiegebruik hoort daar dan bij? Kunnen we de ruimteverwarming los halen van het procesgebruik voor energie? Nou, dat zijn de type dingen waarin wij ook echt proberen beleidsmakers te ondersteunen.
Interviewer: [00:06:43] En hebben we wel een idee van hoe groot dat aandeel van de utiliteitsbouw dan is in het energieverbruik in de CO2-uitstoot?
Marijke Menkveld: [00:06:52] Ja, als we kijken naar de broeikasgasemissies, dan is het zo’n zeventien megaton in de gebouwde omgeving. Dat is ongeveer 12% van het totaal in Nederland en een derde daarvan is utiliteitsbouw.
Interviewer: [00:07:06] Nou zei ik al dat de utiliteitsbouw in de energietransitie niet altijd heel veel aandacht heeft gekregen. Hoe ziet dat er nu uit?
Marijke Menkveld: [00:07:15] Ja, dat is wel grappig om te beschrijven eigenlijk, want tot 2010 was de dienstensector eigenlijk de restpost in de energiestatistiek. In de energiestatistiek kijkt CBS naar wat is de invoer van energie in Nederland, wat is de uitvoer en de winning en wat voor verbruik hebben we dan in Nederland? En dan proberen ze dat te verdelen naar verschillende sectoren. En tot 2010 was eigenlijk de dienstensector de restpost, omdat we daar niks over wisten. En dat was eigenlijk zeg maar de restpost om de energiestatistiek kloppend te maken. Maar sinds dat jaartal ongeveer ontvangt CBS klantenbestanden van de netbeheerders en krijgt ze ook beter inzage in het energieverbruik. En weten we dus ook steeds meer over het energieverbruik in de dienstensector en van die utiliteitsbouw. En ook ongeveer rond dat jaar, vanaf 2010, is ook bij ECN – het Energie Onderzoekscentrum Nederland – begonnen met het onderzoek naar energieverbruik van de dienstensector. En later is dat onderzoek bij TNO gekomen. En vervolgens heb je eigenlijk in 2013 het Energieakkoord en daar is afgesproken om de energiebesparingsplicht uit de Wet Milieubeheer te gaan handhaven.
Interviewer: [00:08:33] En wat houdt die in?
Marijke Menkveld: [00:08:35] Ja, dat is een wet die eigenlijk al heel lang bestaat. En daar staat ook een energiebesparingsplicht in. En die houdt in dat alle bedrijven alle maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar en korter eigenlijk zouden moeten uitvoeren. En die wet was er dus eigenlijk al veel langer, die energiebesparingsplicht was al veel langer, maar in het Energieakkoord in 2013 is afgesproken om die wetgeving ook echt gaan handhaven. En sindsdien zie je dat er ook steeds meer aandacht komt voor bedrijven en instellingen in de dienstensector en de utiliteitsbouw. En ja, daaropvolgend in 2016 hebben ECN en EIB onderzoek gedaan naar een verplicht label-C voor kantoren en is in 2018 door het Rijk ook echt een minimaal label-C-verplichting voor kantoren aangekondigd, die pas eigenlijk in januari 2023 van kracht werd. En ja, nu zie je dat in 2023 dus eigenlijk nog weer eens vijf jaar verder, er een aanscherping is van Europese wetgeving, de Energy Performance of Building Directive – de richtlijn uit de Europese Unie over de energieprestatie van gebouwen – en daar is dan weer in opgenomen dat… Dit is een richtlijn die in 2026 in nationale wetgeving in alle lidstaten moet zijn geïmplementeerd en daarin zie je dat juist de utiliteitsbouw geconfronteerd moet worden met normering. En dus in die zin zie je dat de utiliteitsbouw zich heeft ontwikkeld van een sluitpost in de statistiek tot eigenlijk een heel centraal thema in het Europees beleid.
Interviewer: [00:10:24] Ja, daar zijn heel wat jaren overheen gegaan, dat wel.
Marijke Menkveld: [00:10:26] Jazeker!
Maarten van Schie: [00:10:29] Mag ik – ik wil ook nog wel benadrukken dat die EPB waar Marijke als laatst over had, dat is wel echt een ‘big thing’. Die is best wel groot in termen van wat die betekent voor de utiliteitsbouw. Want dat betekent dat echt voor de hele sector echt verplichte normen zijn. En in tegenstelling tot bij woningen – bij woningen wordt voor nu nog er vanuit gegaan – volgens mij klopt dat, je moet maar aanvullen Marijke, dat dat niet verplicht wordt. Dat het meer een soort van richtlijn is.
Marijke Menkveld: [00:10:57] Voor sociale huur wel, maar voor koopwoningen durft men dat eigenlijk niet aan. Dus dan belast je eigenlijk particuliere woningeigenaren daarmee en dat, ja, dat vinden we dan toch politiek gezien een brug te ver. Maar woningcorporaties, dus huurwoningen moeten wel ook aan allerlei eisen gaan voldoen. Maar de utiliteitsbouw gaat daarin eigenlijk voorop. Er moet dus wetgeving worden geïmplementeerd die eigenlijk een minimale energie prestatie-eis van utiliteitsbouw – ze noemen dat minimal energy performance standards – en dat betekent eigenlijk dat 16% van de slechtst presterende utiliteitsbouw verduurzaamd moet zijn in 2030. En in 2033 zelfs 26% van de slechtst presterende gebouwen.
Interviewer: [00:11:54] Ja, dus dat is al best snel dan ineens weer!
Marijke Menkveld: [00:11:56] Ja, dat is zeker best snel.
Interviewer: [00:11:58] Ja. En hoe pakken die normen uit in de praktijk? Hoe wordt dat aangepakt?
Maarten van Schie: [00:12:04] Nou, wat belangrijk is, is dat die EPB, die wordt nu nog uitgewerkt. Hoe gaan we dat nou precies doen? Dus waar hebben we het over? Wat zijn nou precies die gebouwen? Hoeveel gebouwen zitten er nou in die slechtste 16%? Welke zijn dat? Welk label hebben ze? Daar gaat het gesprek nu over. Daar zullen we vast binnenkort ook van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening – ik vermoed dat zij het zijn die daarover gaan – meer horen over welke labels dan uitgefaseerd moeten worden bijvoorbeeld. Wat we al hebben dat zijn dus bijvoorbeeld de energiebesparingsplicht. En dat is er één waarover bedrijven zelf rapporteren en wat wordt gehandhaafd door de milieudiensten. Daar zie je dat een van de uitdagingen daar zit in die handhaving. Ja, we kunnen niet bij ieder bedrijf langs om na te gaan of ze daadwerkelijk dingen implementeren, terwijl ze dat misschien zouden moeten doen.
Interviewer: [00:12:53] Gebeurt er al wel? Is er al wel effect van die energiebesparingsplicht?
Marijke Menkveld: [00:12:58] Jazeker. Er wordt ook volop gehandhaafd door omgevingsdiensten die dat vaak doen in opdracht van gemeenten. En die gaan ook echt bij kantoren of scholen langs om te kijken of ze alle maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen, of ze die ook echt hebben gerealiseerd, hebben genomen.
Maarten van Schie: [00:13:19] Maar een andere belangrijke route – en die zien we bijvoorbeeld in die C-labelplicht voor kantoren – is dat banken voorwaarden gaan stellen aan leningen voor gebouwen, voor hypotheken, dat soort dingen. En dat gaat eigenlijk voor kantoren en utiliteitsbouw sneller dan voor woningen, omdat voor utiliteitsbouw… Als ik het goed begrepen heb, wordt typisch zo’n lening voor 5 jaar verstrekt en niet voor 15 tot 30, zoals je voor een woning weleens hebt.
Marijke Menkveld: [00:13:45] Ja dus een bank gaat dan zeggen van – tegen een vastgoedeigenaar – van we gaan jouw pand niet opnieuw herfinancieren als je niet gewoon zorgt dat het aan die label-C-verplichting voldoet.
Interviewer: [00:13:57] Oh ja, dus dat is een marktmechanisme eigenlijk?
Marijke Menkveld: [00:14:01] Ja, dus dat is heel bijzonder. Dan zou je eigenlijk geen handhaving nodig hebben door gemeenten of omgevingsdiensten, maar dan gebeurt het eigenlijk via de financiële sector vanzelf.
Maarten van Schie: [00:14:12] Ja, en dan heb je banken, maar ook verzekeraars bijvoorbeeld. Dat werkt een beetje hetzelfde: als je buitendijks woont, kan je niet zomaar een verzekering krijgen, maar als je huis overstroomt, want je weet dat je huis buitendijks staat. Dus dat soort situaties kan je ook krijgen als je bijvoorbeeld je gebouw niet verduurzaamd hebt. Dat noemen we dan ‘stranded assets’. En ja, dat is ook nu uitzoeken van wat voor gebouwen zijn dat dan precies? Sommige gebouwen zijn misschien wel heel kostbaar om te verduurzamen. Moet je ze dan nog wel aanhouden of moet je ze dan toch laten vervangen? Dat zijn ook het type discussies die nu rondom utiliteitsbouw steeds meer opkomen.
Interviewer: [00:14:44] Maar als ik dit zo hoor, dan is er dus wel de wil om die utiliteitsbouw te verduurzamen?
Marijke Menkveld: [00:14:51] Nou, het is wel een uitdaging, want je moet niet vergeten dat een ondernemer of een instelling meestal niet met energie bezig is. Het gaat hier niet om energie-intensieve industrie en in de dienstensector, ja is de hoogste kostenpost, zijn personeelskosten en niet energiekosten. Dus het is wel echt belangrijk om beleid te voeren die al die ondernemers en instellingen over de streep trekken.
Interviewer: [00:15:22] En zijn er dan ook bijvoorbeeld subsidies voor?
Marijke Menkveld: [00:15:25] Ja, er zijn wel subsidies. Subsidies, in ieder geval voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, dat heette de Dumava-regeling – van verDUurzaming MAatschappelijk VAstgoed. En daar gaat zo’n paar 100 miljoen per jaar in om. En dat gaat eigenlijk altijd op. Het is wel zo dat het maar 30% subsidie is en dat ondernemers, of in dit geval natuurlijk instellingen, ja, de 70% die resteert dan wel zelf moeten financieren. En dat kan natuurlijk alleen als ze dat ook echt kunnen. En zeker in maatschappelijk vastgoed, als je denkt aan bijvoorbeeld ziekenhuizen of scholen. Ja, dat zijn publieke instellingen die op een publieke manier bekostigd worden. In die bekostigingsstructuur moet daar wel ruimte voor zijn om die financiering te regelen.
Interviewer: [00:16:21] Ja, dus er zit wel vaart in, maar dit is wel echt een obstakel dan in dat geheel?
Marijke Menkveld: [00:16:27] Dit is nog echt zeker een uitdaging, ja.
Maarten van Schie: [00:16:29] En aan de bedrijvenkant zie je dus dat, we hebben dat bijvoorbeeld gehad toen de gasprijzen stegen bij de oorlog in Oekraïne, het begin daarvan, dat dat wel een enorme prikkel opleverde. Niet alleen voor huishoudens, maar ook voor ondernemers om te kijken naar kunnen we hier niet op verduurzamen? Dus je ziet dat die prikkel, die zit in die prijzen en dat is enorm belangrijk, ook voor die verduurzamingsimpuls. Dan maakt het opeens uit. En als dat niet via prijzen gebeurt, dan zie je een van de belangrijke manieren waarop de warmtetransitie nu verder gaat, dus dat we ook zorgen dat we zo mogelijk van het aardgas af gaan voor verwarming van gebouwen, is dat gemeentes aan het bepalen zijn welke wijk nou wanneer er geen aardgas meer kan gebruiken voor verwarming. Dat is iets nog voor de lange termijn, maar dat speelt wel. En als dat gebeurt, ja, dan moeten ook de ondernemers die daar zitten van het gas af. Dus dat is ook iets waar we nu onderzoek naar doen. Dat we kijken naar horecaondernemers bijvoorbeeld, die gebruiken ook vaak nog gas om te koken. Bakkers… Ja, en dan zie je, we hebben een paar koplopers gesproken, die willen dan wel, maar die moeten nu al best wel kunstgrepen uithalen om te zorgen dat ze überhaupt een netaansluiting krijgen. Dus daar zie je dat een ander belangrijk obstakel als we al willen en het geld ervoor hebben, zit op dit moment in het alternatief voor gas is meestal elektrisch. Ja, dan moet je wel ook meer elektriciteit kunnen krijgen. Zo heeft netcongestie ook wel een belangrijke beperking voor de verduurzaming van utiliteitsbouw.
Interviewer: [00:17:53] Ik kan me dus ook wel voorstellen dat het best wel fikse investeringen vraagt. Ook in de horeca bijvoorbeeld, als jij overgaat op elektrisch koken en je hebt daar enorme investeringen voor… Je kan niet zomaar je prijs omhoog gooien.
Maarten van Schie: [00:18:07] Nee zeker niet. Sterker nog, zelfs als je iets met verduurzaming wilt, dan pakken ondernemers eerst, in ieder geval horeca-ondernemers, eerst dingen die ze op de kaart kunnen zetten. Dus gewoon biologisch vlees bijvoorbeeld biologisch eten en vegetarische opties. Dat zijn dingen die je ook kan verkopen. Die doorvertalen naar hey, ik heb iets te verkopen op duurzaamheid. Terwijl een verandering van hoe het er in de keuken uitziet, is voor de consument meestal een stuk minder interessant.
Interviewer: [00:18:32] Ik heb inderdaad nog geen restaurant gezien wat als affiche buiten had hangen van ‘maar wij zijn volledig duurzaam of volledig groen’. Maar misschien…
Marijke Menkveld: [00:18:41] Misschien is dat toch best een optie!
Interviewer: [00:18:43] …is dat nog een idee? Ja, wie weet! Tot slot wilde ik nog vragen: waar liggen volgens jullie de grootste kansen nou nog voor de verduurzaming van de utiliteitsbouw?
Maarten van Schie: [00:18:53] Ja, ik zou zeggen een hele belangrijke is – dan hebben we het ook weer over, want we kijken hier naar de warmtetransitie, dus hoe gaan we naar bijvoorbeeld ook ook wijken van het aardgas naar andere opties brengen? En daar wordt nu naar mijn inschatting nog veel naar woning gekeken, terwijl utiliteitsbouw – en dan hebben we het over de scholen, de musea, de ziekenhuizen die ook in de wijk te vinden zijn – die hebben een veel grotere energievraag. Dat is soms wel meer dan 100x zoveel als een woning. En heb je in één klap heb je eigenlijk best wel veel energievraag pakken. Komt nog eens bij dat het ook vaak gebouwen zijn, waar ook technische ruimtes zijn, waar nog plek is om bepaalde assets neer te zetten, zoals een batterij of dat soort dingen. Dus ik denk dat er nog veel meer gekeken kan worden naar de potentie die ook alle vormen van utiliteitsbouw eigenlijk bieden om andere veranderingen eigenlijk aan te jagen en mogelijk te maken. Echt als een launching customer.
Interviewer: [00:19:48] Ja, en zijn daar al concrete voorbeelden van? Zijn er ook plekken waar dat gebeurt?
Maarten van Schie: [00:19:53] Zijn er al plekken waar dat gebeurt? Een beetje anekdotisch, maar als ik het goed heb begrepen is bijvoorbeeld de Ahoy in Rotterdam een hele belangrijke, één van de eerste afnemers geweest voor het warmtenet in Rotterdam.
Interviewer: [00:20:06] Ja, dank jullie wel. Zoals jullie in het begin al aangaven, is de utiliteitsbouw nu in ieder geval ook volop opgenomen in energietransitie. En ja, wat ik hoor is dat, zoals eigenlijk in elke sector, dat er wel zo de nodige uitdagingen zijn. Maar de ontwikkelingen zijn in ieder geval in volle gang. Dank jullie wel dat jullie hier waren!
Maarten van Schie: [00:20:24] Ja, leuk om hier te zijn.
Marijke Menkveld: [00:20:25] Graag gedaan.
Interviewer: [00:20:27] Op Energy.nl is veel data terug te vinden over utiliteitsbouw. Zo zijn er kerncijfers per sector terug te vinden en ook de verrijkte BAG waaraan werd gerefereerd is daar terug te vinden. Verder kunt u eerdere podcasts uit deze serie natuurlijk terugluisteren, bijvoorbeeld over netcongestie. En vond u dit een interessante podcast? Geef ons dan 5 sterren als blijk van waardering. Daarmee helpt u om deze podcast ook beter vindbaar te maken voor anderen. Hartelijk dank voor het luisteren!