Onderstaande tekst is een transcriptie van de podcast ‘De materialentransitie uitgelegd’, onderdeel van de podcastserie ‘De energietransitie uitgelegd‘.
Interviewer: [00:00:07] Welkom bij De energietransitie uitgelegd van het platform Energy.nl. Mijn naam is Eveline Janse en in deze podcastserie vraag ik iedere keer aan experts om een bepaald onderdeel van de energietransitie toe te lichten. In deze aflevering gaan we het hebben over de materialentransitie. Kritieke materialen zoals kobalt, lithium en nikkel zijn essentieel voor de ontwikkelingen van windmolens, zonnepanelen, batterijen en dus voor de energietransitie. De materialentransitie en energietransitie zijn daarmee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik ga hierover in gesprek met Elmer Rietveld en Francesco dalla Longa. Elmer Rietveld is senior onderzoeker bij TNO op het gebied van kritieke materialen. Hij inventariseert onder andere wat de industrie en leveranciers nodig hebben en vertaalt dat naar adviezen voor Europese en nationale overheden. Francesco dalla Longa is senior wetenschapper bij TNO. Door middel van onder andere scenariostudies bekijkt hij de benodigdheden aan materialen en verschillende mogelijkheden om de energietransitie te realiseren. Welkom allebei.
Elmer Rietveld: [00:01:13] Ja, leuk hier te zijn.
Interviewer: [00:01:16] Ja, voor de energietransitie hebben we veel verschillende materialen nodig die we in Nederland of Europa niet zomaar beschikbaar hebben. Over wat voor materialen hebben we het dan zoal? Francesco?
Francesco dalla Longa: [00:01:27] Ja, laat me even een kleine introductie geven. Naar aanleiding van het Parijs-akkoord hebben de meeste landen in de wereld ambitieuze plannen gemaakt om richting een net-zero-energiesysteem te gaan. Die systemen zijn vooral gebaseerd op hernieuwe energietechnieken, denk aan wind, zon, batterijen. En om deze plannen te kunnen realiseren, dus om al deze hernieuwbare installaties te kunnen bouwen, is een grote behoefte aan allerlei verschillende materialen. Je noemt het al: nikkel, lithium, copper. Die behoefte die bestaat in alle landen, in elke plek ter wereld, in grotere of kleinere mate, maar de grondstoffen, die liggen vooral op bepaalde plekken op de aarde. Dus er ontstaat vaak een mismatch tussen vraag en aanbod van materialen voor de energietransitie.
Interviewer: [00:02:27] Ja, en het zijn veel materialen die we in Europa dus niet voorhanden hebben?
Francesco dalla Longa: [00:02:32] Precies.
Elmer Rietveld: [00:02:33] Ja, niet alleen de winning, maar ook het verwerking van deze materialen. Dat vonden we in Europa heel, heel prettig eigenlijk, dat andere delen van de wereld dat van ons overnamen. Met plezier hebben we dat uitgezwaaid, zo van Kazachstan gaan jullie deze verwerking doen van bepaalde metalen of van fosfor, ik noem maar wat. Dat speelt zeker een rol bij de beschikbaarheid van deze materialen.
Interviewer: [00:02:57] En dat betekent dus per definitie ook dat we ontzettend afhankelijk zijn van andere landen. Hoe kunnen we daar mee omgaan?
Elmer Rietveld: [00:03:04] Ja, gelijk het punt te maken van heel vaak hebben mensen het over autonomie en strategische autonomie, terwijl ze daarbij het beeld oproepen van autarkie. Alsof je alles zelf moet doen. En antwoord op je vraag hoe moet je daarmee omgaan? Ja, nog steeds heel nadrukkelijk partnerschappen zoeken buiten Europa. Met een land als Canada of Australië, die de infrastructuur, die de mensen hebben, die de faciliteiten al hebben klaar. En misschien ook landen die een Vietnam, India die niet per se direct helemaal alle aspecten van het leven zien zoals wij, maar waarvan je wel denkt daar kan je echt een partnerschap mee opbouwen. Dus mijn antwoord zou zijn hoe ga je daarmee om, die afhankelijkheid? Ja, en zorgvuldig nagaan met met wie je langdurig die productielijnen gaat opbouwen en daarmee je leveringsketen naar Europa sterker maakt, omdat je verschillende opties hebt en opties het liefst ook van mensen die je langdurig vertrouwt.
Interviewer: [00:04:03] Dus een beetje risicospreiding in die zin. En je zegt die een andere kijk misschien op de wereld hebben. Ik denk dat je het dan bijvoorbeeld over mensenrechten hebt?
Elmer Rietveld: [00:04:14] Ja. Die verschillen zijn er en die zijn allerlei tinten grijs.
Interviewer: [00:04:17] Ja, en daarmee hebben we het dan echt over het toch in andere landen halen. Maar er zijn denk ik ook nog wel andere mogelijkheden? Recycling, denk ik dan aan. Wat voor andere mogelijkheden zijn we nog?
Elmer Rietveld: [00:04:29] Ja, circulaire strategieën en dan recycling is daar een van. En natuurlijk zijn er ook andere mogelijkheden. Het langer in operatie houden, remanufacturing, reparatie, allerlei oplossingen in die richting ook te verzinnen, die juist ook de komende jaren heel belangrijk kunnen zijn. Maar recycling is zeker een hele intuïtieve. Het vervangen van een substitutie is een andere… Materiaal voor materiaal, of zelfs component voor component, functie voor functie: een hele belangrijke vorm van substitutie.
Interviewer: [00:04:59] Heb je daar een voorbeeld van, functie voor functie?
Elmer Rietveld: [00:05:01] Schilderen was ooit een manier om iets vast te leggen. En toen kwam een heel uitgebreid fotoapparaat. En toen kwam de digitale fotocamera en het vastleggen van iemand, een dierbare herinnering gaat op zo’n andere manier… Je hebt het niet meer over ik gebruikte eerst de ene verf en nu in een andere verf, maar je hebt echt over fundamenteel een andere manier om je behoefte in te vullen of vervoer anders invullen.
Interviewer: [00:05:25] En dat is eigenlijk denk ik als je gewoon naar de mobiliteit kijkt, is gewoon de overgang van fossiel naar elektrisch is dus echt zo’n functie voor functie dan?
Elmer Rietveld: [00:05:34] Of ik zou zeggen thuiswerken is een goed voorbeeld: dat je gewoon de de behoefte om te verplaatsen vervangt door wat je deed op locatie doe je nu ergens anders.
Interviewer: [00:05:45] Waardoor je überhaupt geen vervoer nodig hebt? Oké. Helder! Helder voorbeeld. Je had het over recycling en dus het inzetten van alternatieve materialen, zeg maar. Hoe realistisch is dat? In hoeverre kunnen we echt onze behoefte vervullen door middel van recycling?
Elmer Rietveld: [00:06:01] Het is zeker en deels realistisch. Recyclen doen we al jaren. In de jaren zeventig gooiden we het soms letterlijk in de sloot. ‘We’ als samenleving hebben daar op gereageerd. Metaalrecycling is in die zin ontwikkeld. Voor koper, voor staal, voor nikkel, dan heb je het echt over tientallen procenten van wat we als samenleving daarvan gebruiken, komt uit secundaire bronnen. Voor die, Francesca noemde het al, die die metalen die je maar in hele kleine hoeveelheden gebruikt; bijna als een soort vitamines in het lichaam, heel kleine hoeveelheid, maar wel heel belangrijk. Daar zit een recyclingspercentage soms nog echt ja, nagenoeg op 0%. Het is geen businesscase om dat aan te pakken.
Interviewer: [00:06:43] Omdat het dus te duur is om dat te recyclen?
Elmer Rietveld: [00:06:45] Omdat het te moeilijk is, te veel moeite kost en omdat het gewoon nog goedkoper is om het uit de aardkorst te peuteren, zeg maar. Ja, en dus hoe realistisch is recycling? Het is realistisch. Er is ook nog steeds een, het realistisch om dat te vergroten. Maar ja, het gaat natuurlijk nooit in die mate en zo snel als we zouden willen. Dat is helaas waar.
Francesco dalla Longa: [00:07:05] Misschien een aanvulling. Er is ook een behoefte aan design for recycling en de ouderwetse manier is om technologie in te bouwen met het idee aan het eind van de lifetime die worden weggegooid. En die mentaliteit, dat hele designproces moet ook anders, zodat wij zo veel mogelijk kunnen recyclen.
Interviewer: [00:07:25] Bedoel je dat je al in je design er rekening mee houdt dat het er daarna weer uit gehaald moet kunnen worden? Oké, ja, dat is wel denk ik iets waar nu niet zo heel veel over nagedacht wordt. Gebeurt dat nu al wel? Is dat iets wat in ontwikkeling is?
Francesco dalla Longa: [00:07:39] Voor zover dat ik weet, het gebeurt niet veel. Maar het is wel een idee dat bestaat. En wat in de toekomst ook heel groot kan worden.
Interviewer: [00:07:50] Ik kan me wel voorstellen, want ik hoor altijd in deze podcast heel veel terug over business cases en dat je dus soms ook te maken hebt dat dan de winst die bijvoorbeeld uit recycling komt, niet voor dezelfde partij is als die het design maken. Is dat een probleem wat hier ook speelt?
Francesco dalla Longa: [00:08:07] Het is niet per se een probleem, zou ik zeggen, maar het is wel een realiteit. Dus dat moet je wel in gedachten houden dat soms de partijen die winst zouden maken door recyclen, niet dezelfde partijen zijn die de installatie ter plekke hebben opgebouwd.
Interviewer: [00:08:23] Ja.
Francesco dalla Longa: [00:08:24] Maar dat biedt ook toekomstige mogelijkheden om nieuwe businessmodellen te verzinnen.
Interviewer: [00:08:31] Nou hebben we in Europa hebben we de Critical Raw Materials Act. Dat heeft heel veel met die recycling te maken. Wat staat daar in en levert dat al wat op? Zorgt dat al voor ontwikkelingen?
Elmer Rietveld: [00:08:43] Het heeft met recycling te maken, heeft ook met andere doelstellingen te maken. Heel snel: een doelstelling voor mijnbouw, een doelstelling voor de verwerking van grondstoffen, een doelstelling voor recycling, maar ook een doelstelling voor hoe afhankelijk ben je van één, maakt niet uit welk land, gewoon van één land. En bij al die doelstellingen hangen percentages. Als je vraagt hoe, sinds de aanname van de wet in maart 2024, hoe hard is de praktijk veranderd? Nou niet zo hard als gehoopt. Het heeft ook gewoon met geld te maken. Bedrijven of investeerders die zouden moeten handelen onder invloed van zo’n wet, die financiële steun in de rug die is niet zo duidelijk dat extra grondstof verwerkingscapaciteit, extra recycling dat daar een hele duidelijke versnelling waar te nemen is. Maar het is ook nog misschien een beetje vroeg om daar nu al een oordeel over te vellen.
Interviewer: [00:09:38] Hebben jullie cijfers over hoeveel er nu al gerecycled wordt?
Elmer Rietveld: [00:09:43] Een vuistregel kan je zeggen: koper, staal en nikkel, zink dat zit ergens tussen de, laten we zeggen, tussen de 20 en 50%, soms nog iets meer. Van bijna alle andere strategische grondstoffen en kritieke grondstoffen zit het beneden de 10%. En de doelstelling van de CRMA is 25%. Nou ja, dat ligt weer rekening je dat per grondstof, per metaal of als geheel? Afhankelijk daarvan is die doelstelling heel realistisch of net wat uitdagender. Maar dat is even een ordegrootte waar je aan moet denken.
Interviewer: [00:10:21] Daar is nog wel wat werk aan de winkel. In ieder geval, er is nog heel wat winst te behalen.
Elmer Rietveld: [00:10:24] Juist voor die metalen die in kleinere hoeveelheden worden gebruikt.
Interviewer: [00:10:27] Ja, maar daar moet dus dan eerst die hele keten eigenlijk nog weer opgebouwd worden.
Elmer Rietveld: [00:10:31] Dat klopt. Te beginnen met ontwerp, met je incentive. En nou, we hadden het net over zo’n zonnepaneel. Op dit moment is de incentive om die op grote schaal zo efficiënt mogelijk te produceren. En dat lukt heel goed in China. Maar zo’n recycling-keten daarvan, ja, die begint bij de wijze waarop die wafers aan elkaar zijn bevestigd. Ja, daar is nog winst te boeken.
Interviewer: [00:10:53] Ja, ik zat te denken meer als je kijkt naar technologische ontwikkeling is daar ook het een en ander wat kan bijdragen aan die materialen die we nodig hebben?
Elmer Rietveld: [00:11:02] Jazeker, het is gek om van iemand van TNO te horen. Innovatie is altijd gaat het nooit zo snel als je wil en is altijd moeilijker. Zeker dat materiaal-voor-materiaalsubstitutie, daar zijn mogelijkheden. In 2018 was daar opeens een patent op de zogenaamde lithium-ijzer-fosforbatterij. Die werd in China opgepikt en mensen, waaronder ikzelf, zeiden in 2020 nog ‘het zal wel niet zo snel gaan’. En nu, 8 jaar later, blijkt dat een enorme versnelling te hebben doorgemaakt. Dat is een goed voorbeeld van zo’n echte materiaal-voor-materiaaltechnologie. En het is wel weer een regel, nou, ik wil niet zeggen de regel die de uitzondering bevestigt, maar het is ook niet zo dat voor wind, voor PV-panelen, voor andere energietransitie-gerelateerd kapitaal, dat die voorbeelden voor het oprapen liggen. Heel vaak is de technologie veel incrementeel, is je winst veel kleiner. Dus ja, het kan, maar ga niet achterover leunen en zeggen innovatie zal onze energietransitie of onze materialentransitie redden.
Interviewer: [00:12:09] Ja, je moet er wel kritisch over blijven, ja.
Francesco dalla Longa: [00:12:11] Dat is ook een rol voor technologie in de zin van diversificatie. Diversifiëren van je portfolio, van hernieuwbare energietechnologieën bijvoorbeeld, maakt je ook minder afhankelijk van specifieke materialen die gebonden zijn aan de ene technologie en niet aan de andere. En dus niet alleen wind en zon, maar denk ook aan geothermie , waterstof en veel meer technologieën die belangrijk kunnen worden in energietransitie.
Interviewer: [00:12:40] Ja, want je gaf in het begin ook al aan van wij zijn natuurlijk niet de enige in Europa die materialen nodig hebben. Dus als op een gegeven moment iedereen volop inzet op alleen maar wind en aan alle kanten vragen ze om diezelfde materialen, dan wordt dat natuurlijk ontzettend duur en ook gewoon misschien ingewikkeld om überhaupt aan te komen, kan ik me voorstellen. Hoe dan ook zullen we dus wel afhankelijk blijven van andere landen. Dat dat is denk ik niet te vermijden? Daar moeten dus afspraken over worden gemaakt. Hoe werkt dat in de praktijk?
Francesco dalla Longa: [00:13:12] Ja, in de praktijk, wat er nodig is, zijn garanties om de mogelijkheden te bieden om lange termijn te denken voor ontwikkelaars, voor entrepreneurs, om juiste lange termijn investeringen mogelijk te maken. Zeg maar, de geopolitieke onzekerheid die nu bestaat, maken de markten natuurlijk juist onzekerder en instabieler. Dus dat is wel een uitdaging. En dan diversificatie, ik heb het al genoemd, maar dat is ook een belangrijk onderdeel van wat nodig is. En niet alleen in de technologieën die je wilt hebben in je energiesysteem, maar ook bijvoorbeeld in de pool van partners van samenwerkingslanden waarvan de materialen geïmporteerd worden.
Interviewer: [00:13:57] Ja, diversificatie op alle fronten. En je noemt wel even die geopolitieke situatie. Ik kan me voorstellen dat dat misschien ook wel de urgentie vergroot om binnen Europa nog misschien ook wat te gaan delven. Ik heb wel eens begrepen dat het bijvoorbeeld in Portugal het een en ander aan lithium en koper in de grond zit? Is het niet nodig dat we ook in de EU zelf eens aan de slag gaan en gaan delven?
Francesco dalla Longa: [00:14:22] Ja, ik denk dat de ontwikkeling van lokale resources ook een heel belangrijk onderdeel van de strategie moet zijn. Maar ja, we moeten ook realistisch zijn. Dat zal geen silver bullet worden. Het zijn beperkte hoeveelheden, zeker ten aanzien van de totale vraag aan materialen die wij hebben. Dus ja, belangrijk, maar vaak zijn het ook niet de goedkoopste materialen. Vaak is het goedkoper om grondstoffen in het buitenland te vinden.
Interviewer: [00:14:56] Omdat?
Francesco dalla Longa: [00:14:57] Het heeft verschillende redenen. Vaak zijn de ligging van de mijnen iets goedkoper uit zeg maar, dat het makkelijker is om een mijn te bouwen. En vaak, de realiteit is ook dat de kosten van de werknemers lager zijn.
Interviewer: [00:15:15] Ja ja, dus dat heeft te maken met allemaal regels die wij hebben in Europa en ook gewoon de arbeidskrachten die duurder zijn?
Francesco dalla Longa: [00:15:20] De wettelijke kant, dat hier in Europa, wat je kan doen binnen de wet, is beperkt en vergeleken met wat er mogelijk is in andere landen. En er zijn natuurlijk ook ethische gedachten die je moet, die je moet niet vergeten, maar vaak is de realiteit dat de wettelijke omgeving het al duurder maakt hier om mijnen te bouwen en materialen te vinden.
Interviewer: [00:15:50] Dus daar moeten we niet al te veel van verwachten misschien?
Elmer Rietveld: [00:15:54] Een klein beetje. In Europa zijn er wel kansen op mijnbouw, maar die mogelijkheden zijn wat beperkter en een belangrijk punt misschien ook te noemen je moet omgeving meekrijgen. Een bekend voorbeeld is in Servië de Jadar-mijn. Dat is in het nieuws geweest. Enorm gepolitiseerd. Zelfs Poetin kwam erbij. Dat is eigenlijk een verloren situatie. Vergeet de technologie en de financiën en de geologie. Op het moment dat je zo’n lokale weerstand hebt, is het eigenlijk al niet meer aantrekkelijk om daar echt direct op door te gaan investeren en op door te gaan. Vergelijk het met wind op zee of op land en soms is het dan ook maar beter om te kiezen voor een een optie die niet die enorme sociale weerstand oproept. Zeker als die alternatieven er zijn buiten Europa.
Interviewer: [00:16:41] Het klinkt toch wel een beetje alsof we dan de ellende, zeg maar, toch maar lekker in het buitenland laten zitten. Wat nou niet zo fraai is, maar…
Elmer Rietveld: [00:16:50] Zolang het verantwoord – en die technologie is mogelijk met filters, met mijnbouw die niet een enorme ecologische schade achterlaat. Het is mogelijk, het is gewoon duurder. Dus het is niet per se dat je zegt we gaan bewust een vervelend proces buiten Europa initiëren. Het kan wel schoon, maar het is duurder, maar het is nog steeds dan een betere optie omdat in nogmaals, Australië, Canada of dat soort plekken te doen dan in in Portugal, Servië, waar je die enorme maatschappelijke weerstand krijgt.
Francesco dalla Longa: [00:17:28] Ja, vaak de reden daarachter is zo simpel als Europa is dicht bevolkt en dat maakt alles wat moeilijker als je grote mijn-projecten wil.
Interviewer: [00:17:40] Dit soort beslissingen überhaupt, ligt dat vooral bij overheden? Of zijn dat de commerciële partijen die dat initiatief moeten nemen?
Francesco dalla Longa: [00:17:49] De overheden en de commerciële partijen hebben verschillende rollen. Dus de rol van de van de overheid is meer om het pad te leggen en lange termijn garanties, stabiliteit, voor zover mogelijk, te kunnen bieden. En dan de rol van de marktpartijen is juist om dat pad te volgen en alle gaten op te vullen.
Interviewer: [00:18:11] Die materialen, die gaan we ontzettend nodig hebben voor de energietransitie in de komende jaren, decennia. Ik bedoel, het is een lange termijn project. Wat moet er volgens jullie gaan gebeuren in de komende jaren?
Elmer Rietveld: [00:18:23] Misschien doorgaand op die rollen van overheid en markt: we zien dagelijks in het nieuws dat die rollen anders zijn dan we dachten, dat die onder druk staan. Als je me vraagt, het belangrijkste wat moet gebeuren, is een heel helder beeld vormen van die materiaalvraag. Daar zijn al studies gedaan en vervolgens invullen welke partijen zijn kandidaat om die keten stap-voor-stap op te bouwen en daar een een helder beeld van te vormen. Dat is even een werk, maar dat is best te doen. En dan binnen zes maanden, binnen twaalf maanden heb je een beeld. En zo kunnen we die materiaalvraag en die noodzakelijke groei en het tempo van energietransitie veilig stellen. Dat is nodig, maar dat vereist een bewustzijn dat je die rol van de overheid en de marktinterventies die daarbij horen, dat je die echt serieus neemt en misschien met gezonde tegenzin, maar nog steeds overheidsbemoeienis weer accepteert. Ja, het zal niet optimaal efficiënt zijn, maar we hebben het over effectief. We willen geen vertraging en dat besef – ik hoop niet dat dit klinkt als een cliché, want dat is het helaas niet – dat besef is er nu nog niet en dat is mijn antwoord op wat er komende tijd eigenlijk zo zou moeten veranderen.
Interviewer: [00:19:40] En in hoeverre is die CRMA, zet die hier al een stap in? Dat is natuurlijk dan op Europees niveau, maar ik kan me voorstellen dat je dit soort dingen ook wel eerder op Europees niveau misschien moet regelen dan Nederland op zichzelf staand?
Elmer Rietveld: [00:19:55] Ja, die CRMA blijft in die zin nog net binnen, die kleurt binnen de lijntjes en die stelt geld beschikbaar voor investeringen. Maar als je me vraagt waar kijkt een investeerder naar? Nou, in ieder geval zekerheid van ik weet waar de grondstoffen vandaan komen. Soms heel letterlijk, maar ik zeker weet dat mijn productiefaciliteit vijf jaar, tien jaar, vijftien jaar kan draaien. En zekerheid voor afname. En gewoon dat ik niet de situatie heb dat na veertien maanden óf mijn prijs keldert óf mijn klanten opeens zegt joh, het is toch niet gelukt. Ja, dat is waar investeerders bang voor zijn. En die simpele twee voorwaarden: garantie van afname en zekerstelling van van de herkomst van grondstoffen die, laat ik zeggen de CRMA is daar nog niet super overtuigend in geweest. Dus het kleurt binnen de lijntjes, blijft bij het traditionele rollen en daar is wellicht ruimte dus om daar iets interventionistischer te zijn.
Interviewer: [00:20:54] Ja, ik denk wel, je zegt ‘deze twee simpele voorwaarden’, maar ik denk dat het ook weer niet zulke hele simpele voorwaarden zijn…
Elmer Rietveld: [00:21:01] Ze zijn simpel omschreven, maar moeilijk te realiseren. Dat is waar. Het vereist politieke moed. Vereist overheidsingrijpen. Wat we, laten we zeggen sinds 1960 niet meer gewend zijn, of sinds 1970. En dat is de, als je vraagt goh, wat moet er gebeuren dan gaat mijn hoofd toch naar dat soort oplossingen.
Interviewer: [00:21:20] Ja, helder. Francesco, wil jij nog iets toevoegen over wat er moet gebeuren in de toekomst?
Francesco dalla Longa: [00:21:26] Ik wil wel iets zeggen over wat er gáát gebeuren. We zullen op wereldschaal zien dat installaties van zon en wind heel groot gaan worden. Grote hoeveelheden, heel veel gigawatten zon en wind, overal in de wereld. En we moeten dat niet onderschatten. En we moeten dat in Europa, we moeten onszelf confronteren met het feit de benodigde materialen zijn niet hier, dus we moeten van tevoren bedenken hoe gaan wij hier mee om?
Interviewer: [00:22:01] Hoe gaan we daaraan komen? Ja, dat is eigenlijk wat Elmer denk ik ook omschrijft van daarvoor moet je eigenlijk een pad ver vooruit al hebben waarin je onder andere goed inventariseert wat is er nou allemaal nodig, en hoe gaan we dat dan voor elkaar krijgen, dat die materialen er zijn?
Elmer Rietveld: [00:22:16] Nog een korte toevoeging daarbij het klinkt als winnaars aanwijzen. En als ergens mensen puistjes van krijgen, is het een overheid die zegt: Bedrijf A jij gaat het doen. Wat ik bedoel is juist ook dat je kan zeggen bedrijf A tot en met F, jullie kunnen het doen. En weet je wat? Over drie jaar of over x jaar kijken we wel wie dat het beste heeft gedaan. Dus die houdt die prikkel om het beter te doen dan de competitie hou je in stand. Maar je geeft wel heel duidelijk aan van dit is wat de maatschappij voor de energietransitie of überhaupt aan grondstoffen nodig heeft. En eigenlijk wat ik nu beschrijf is in simpele termen wat de Chinezen ook al decennia doen: de combinatie van competitie en toch hele heldere centrale doelstellingen.
Francesco dalla Longa: [00:22:57] Ja met een lange termijnblik. Toch? Dat is heel belangrijk in dit soort vragen. Want de urgentie, je voelt het pas als het te laat is. Ze moeten ook die urgentie nú laten voelen, zodat langetermijnplannen kunnen worden gemaakt.
Interviewer: [00:23:14] Nou, dank jullie wel voor deze toelichting. Ik hoop dat ze met heldere plannen gaan komen dan maar! Op Energy.nl is veel terug te vinden over de materialentransitie en de energietransitie. Bijvoorbeeld over de extra metaalbehoefte van de energietransitie, de behoefte aan kritieke grondstoffen voor strategische technologieën en over de leveringsketens van kritieke grondstoffen. Hartelijk dank voor het luisteren!