Meer huizen met zonnepanelen buiten steden
Als we alleen naar huishoudens in eengezinswoningen met een eigen dak kijken (binnen steden zijn er veel appartementen zonder eigen dak), dan hebben de huishoudens buiten de steden vaker zonnepanelen dan binnen steden. Buiten de steden zet ook de groei van het aandeel huishoudens met zonnepanelen sneller door.
Huishoudens met en zonder zonnepanelen
Sterke concentratie van zonnepanelen bij hogere inkomens en vermogens
Meer dan de helft (ruim 1,5 mln huishoudens) van alle huishoudens met zonnepanelen behoort tot de 40% hoogste inkomens en vermogens. Slechts 20% van de groep huishoudens met zonnepanelen (ruim 0,5 mln huishoudens) valt in de 40% laagste inkomens en vermogens. Deze verhoudingen zijn stabiel over de periode 2020 – 2024.
Naast eigenaar-bewoners (adoptiegraad van circa 48%) investeren ook woningcorporaties relatief vaak in zonnepanelen (adoptiegraad van circa 24%). Zij vervullen een belangrijke rol door te zorgen dat ook huishoudens met een lager inkomen toegang krijgen tot zonnestroom en daardoor ook profiteren van een lagere energierekening. Private huurders hebben het minst vaak zonnepanelen.
Samenhang andere duurzame technologieën
Huishoudens met zonnepanelen gebruiken gemiddeld meer elektriciteit dan huishoudens zonder zonnepanelen. Dit komt vooral doordat huishoudens met zonnepanelen ook vaker een warmtepomp of elektrische auto hebben, en in mindere mate door toegenomen ander verbruik.
Circa 7% van alle huishoudens, en ongeveer 19% van de zonnepanelenbezitters, beschikt naast zonnepanelen ook over een warmtepomp of een elektrische auto. De combinatie van twee of drie duurzame technologieën is nog sterker geconcentreerd bij huishoudens met hogere inkomens en vermogens dan zonnepanelen alleen. De overgang naar een breed duurzaam en geëlektrificeerd huishouden blijft hiermee momenteel dus nog grotendeels voorbehouden aan de meest welvarende groepen.