Nationaal belang van energiestructuren. Elektrolysers, industriële productie van groen gas, buisleidingen en energiehubs

Auteur(s): Dooghe, D. Heezen, M. Bouma, G. Westerga, R.S. Brink, R. van den
Downloads
Van nationaal belang?

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) werkt aan het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH). Dit programma is zelfbindend voor het Rijk en stelt kaders voor Rijksbesluiten van het Rijk, zoals rijksinpassingsplannen of projectbesluiten. Er zijn al verschillende kaders opgesteld voor bestaande fysieke structuren van nationaal belang. In dit onderzoek werden vier nieuwe structuren geanalyseerd:

  • elektrolysers
  • industriële productie groen gas
  • buisleidingen (bijvoorbeeld waterstof, CO2)
  • energiehubs.

Daarbij is gereflecteerd op de verschillende onderdelen (opwek, transport, opslag) van de keten. Wat is nieuw in de keten en welke rol zal de structuur spelen voor de energievoorziening in Nederland? Vervolgens is gekeken naar argumenten waarom deze wel, mogelijk of niet van nationaal belang zijn. Deze argumenten werden met verschillende ambtenaren vanuit EZK besproken.

Waarom ‘van nationaal belang’?

De TNO-onderzoekers hebben breder gekeken dan de huidige gebruikte definities binnen EZK. Vanuit argumenten rondom systeem, beleid of ruimtelijke inpassing werd de vraag gesteld waarom EZK een (onderdeel van) structuur van nationaal belang zou willen verklaren. Is dat nodig zodat het Rijk de regie kan hebben op projecten? Is dat nodig vanuit de nationale focus van het Rijk? Bij coördinatie zien we meer een faciliterende overheid voor ons, terwijl bij regie de overheid meer een sturende rol kan oppakken. Dit kan ook in elkaars verlengde liggen. Zo kwam uit de bijeenkomsten kwam vaker naar voren dat een coördinatie-rol vaak voldoende is om nationaal geformuleerde ambities te halen. Alleen bij het niet behalen van deze ambities wordt een meer sturende regierol voorgesteld.

Conclusies

Voor beide definities (EZK en breder geopperd vanuit TNO) werd het (mogelijke) nationale belang voor de vier structuren weergegeven. Voor elektrolysers en de industriële productie van groen gas is een rol weggelegd voor het Rijk (van rechtswege van nationaal belang) indien de installaties een bepaald vermogen, schaalgrootte of invoeding op het nationale net hebben. Vanuit een bredere definities ziet TNO een coördinatie of regierol vanuit het Rijk over locaties of ruimtelijke inpassing van beide structuren. Verder zullen elektrolysers hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol in een energiehub spelen. Zo kan er een link met het NOVI-beleid (Nationale Omgevingsvisie) worden gemaakt.

De aanleg van buisleidingen is in het NOVI-beleid bepaald. TNO ziet een rol voor het Rijk weggelegd bij hergebruik van leidingen, dit vanuit een ruimtelijk perspectief en voor de strategische inzet (om zo aanleg te vermijden). Dit is niet vanuit rechtswege bepaald, maar hier zou mogelijk een rol kunnen werken waarbij het Rijk zich hier wel mee kan bemoeien.

Binnen de NOVI wordt het behoud van de concurrentiekracht en gelijk speelveld voor de verschillende energiehubs voorop gesteld. Om te kunnen garanderen dat een energiehub optimaal functioneert, moeten infrastructuur en ruimte worden voorzien en moet de nodige verduurzaming plaatsvinden. In principe is een energiehub in beleid bepaald, echter vanuit de NOVI wordt een relatief open definitie voor een energiehub gegeven.

Kennislacunes

Vanuit het onderzoek kwamen nieuwe kennislacunes naar boven:

  • Bij de energietransitie in de gebouwde omgeving ontstaat er mogelijk een risico van een lock-in door hergebruik, bijvoorbeeld als Gemeente X vooruitstrevende keuzes maakt en het gebruik van een leiding vastlegt, met als gevolg dat andere gemeenten minder keuzevrijheid hebben. Door regie op de mate waarop je onderdelen van het bestaande net aan een bepaalde stof toekent of reserveert voor een stof in de toekomst, kan een potentiële lock-in of nood aan investeringen in nieuwe leidingen kunnen worden voorkomen.
  • Het is op dit moment wettelijk verplicht om ongebruikte leidingen te verwijderen. Dit terwijl deze in de toekomst voor een gebruik van nieuwe stoffen geschikt kunnen zijn. Hoe ontwikkel je voor een ongebruikte leiding een gefundeerde toekomsttoets?
  • Vanuit de experts en tijdens de bijeenkomsten kwam het concept van de waterstof backbone verschillende keren terug. Wat kan zo’n nieuwe infrastructuur betekenen en in hoeverre vraagt deze een ruimtelijke inpassing een rol vanuit het Rijk?
  • Er zijn verschillende mogelijkheden om energiehubs te definiëren, waarbij de rol van het Rijk verschillend kan zijn. Het zou zinvol zijn om verschillende definities voor een energiehub te schetsen (bijvoorbeeld door het benutten van de inventarisatie vanuit de experts of naar internationale voorbeelden) en per definitie de mogelijke rol van het Rijk te duiden.

Overige informatie

Author(s) Dooghe, D. Heezen, M. Bouma, G. Westerga, R.S. Brink, R. van den
Published by TNO
Report number TNO 2021 R11095
Document type Rapport
Number of pages 50
Full text available