Participatie

Participatie is cruciaal om de energietransitie tot een succes te maken.

Burgers hebben een sleutelrol in de energietransitie. Als het gaat om het betrekken van bewoners bij beleid of plannen voor een gemeente of wijk, wordt er vaak gesproken over participatie. Participatie wordt in de praktijk op veel verschillende manieren ingevuld en georganiseerd. Dit wordt expliciet in wijkgerichte aanpakken van gemeenten om te komen tot aardgasvrije wijken, participatieaanpakken van lokale initiatieven, van intermediairs die ingehuurd worden door gemeenten om burgerparticipatie vorm te geven en participatie ten behoeve van de Regionale Energie Strategie (RES).

Een participatieproces kan zich richten op individuele bewoners of groepen bewoners (collectieven). De participatieladder geeft aan hoeveel invloed bewoners kunnen uitoefenen. Iedere tree omhoog geeft een sterkere mate van participatie aan. Kort gezegd kan er onderscheid gemaakt worden tussen bewoners die kunnen meedenken, meebepalen en zelf-organiseren. Bij meedenken wordt de kennis en ervaring van bewoners gevraagd. De regierol ligt dan bij een andere stakeholder zoals een (lokale) overheid en eventuele intermediairs. Door bewoners mee te laten denken over een plan of initiatief kan de kwaliteit hiervan worden verhoogd. Bewoners worden in dit geval voornamelijk betrokken in de ontwerpfase van een plan. Als er sprake is van meebepalen is er een meer gelijkwaardige relatie tussen bewoners en de initiatiefnemer van een plan. Bewoners hebben invloed op het besluitvormingsproces. In het geval van zelf-organiserende participatie zijn bewoners de initiator en uitvoerder van een plan. Overige stakeholders zoals (lokale) overheden spelen een meer faciliterende (bijvoorbeeld financiële of beleidsmatige) rol.

Al die verschillende vormen van participatie maakt dat er ook verschillende definities zijn. Hier wordt de volgende definitie gebruikt: “Participatie is een proces waarbij individuen, groepen en organisaties invloed uitoefenen op en controle delen over collectieve vraagstukken, beslissingen of diensten die hen aangaan.”

Er is steeds meer ervaring in de inrichting van participatieprocessen.

Om een participatieproces met bewoners goed te kunnen vormgeven, is het belangrijk om een duidelijk beeld te hebben van hoe bewoners tegen een vraagstuk aankijken. Dit verschilt per vraagstuk, zoals deze twee voorbeelden laten zien.

Ruimtelijke energieprojecten

Vanwege de in het Klimaatakkoord gestelde doelen zijn de komende jaren veel nieuwe windparken, zonneweides en andere duurzame energieprojecten nodig. Bij de keuze van een locatie om duurzame energie op te wekken, wordt vaak gekeken of een locatie ruimtelijk geschikt is (bijvoorbeeld hoe de contouren van een windturbine vallen, of wat de afstand tot koppelpunten in het huidige netwerk is) en hoeveel energie er opgewekt kan worden. Of een locatie geschikt is, hangt echter ook af van andere factoren, zoals de geschiedenis van een gebied, vertrouwen van bewoners in de lokale overheid, of de houding ten opzichte van duurzame energie. In gesprek gaan met omwonenden en hen betrekken bij energieprojecten is essentieel om dit soort ruimtelijke projecten voor elkaar te krijgen, maar in de praktijk loopt dit vaak mis. Het opstellen van een rechtvaardige aanpak, op het gebied van procedures, verdeling en erkenning, biedt een goede basis.

Aardgasvrije wijken

Er is steeds meer ervaring met het creëren van draagvlak van burgers voor het aardgasvrij beleid en werken met drijfveren en barrières richting aardgasvrij wonen. Deze drijfveren en barrières kunnen worden gegroepeerd in negen verschillende stappen richting aardgasvrij wonen die worden beschreven in onderstaande klantreis. In de eerste stappen van de klantreis is er vraag naar algemene, goed toegankelijke, heldere informatie over de plannen voor aardgasvrij wonen en in de latere stappen is er meer vraag naar specifieke hulp en informatie voor de individuele woonsituatie. Om participatieprocessen goed vorm te geven moeten deze drijfveren en barrières worden meegenomen bij het ontwikkelen en uitwerken van participatiestrategieën.

In twee wijken in Purmerend en Zwijndrecht is onderzocht wat bewoners drijft of juist afremt. “We hebben nu een onderbouwing voor onze aanpak. Door de interviews met bewoners is er een vertaling gemaakt van de praktijk naar theorie. Dat sloot aan bij de benadering die wij hadden gekozen: geen uitvoerige plannen maken vooraf, maar concreet aan de slag gaan. Een relatie opbouwen met de bewoners, ze uitgebreid informeren en altijd voor ze klaar staan”, vertellen Jaspert Verplanke en Joke Dijkstra van het gemeentelijke team Gasvrij Purmerend.

Bijvoorbeeld door gebruik te maken van sociale cohesie om bewoners te betrekken bij lokale energie-initiatieven.

Lokale initiatieven spelen een belangrijke rol in het realiseren van de energietransitie. Zij stimuleren en helpen bewoners. De Stichting Buurkracht organiseert en ondersteunt door het hele land burgerinitiatieven. In het werkboek ‘Samen lokaal in beweging (SLIB), ontwikkeld door Buurkracht en TNO, wordt beschreven welk traject je lokaal moet doorlopen om meer mensen te betrekken en te motiveren om acties in gang te zetten gericht op de energietransitie. “Waar het in de kern op neerkomt, is het gebruik maken van sociale cohesie”, zeggen Djoera Eerland van Buurkracht en Joke Kort van TNO. “Lokale initiatieven spelen een belangrijke rol in de energietransitie, maar hebben moeite om iedereen te bereiken. De energietransitie heeft lang niet voor iedereen de hoogste prioriteit. Door mensen te verbinden rond thema’s die ze bezighouden en waarmee ze actief zijn, verlaag je drempels en maak je kans op succes groter. Breng eerst sociale cohesie tot stand, zorg dat mensen elkaar vertrouwen en enthousiast worden. Niet beginnen met de energietransitie; je moet het omdraaien.” Aansluiting bij bestaande initiatieven, ook van heel andere aard, kan daarbij slim zijn.

Met de verandering van het energiesysteem verandert ook de rol van bewoners.

Het energiesysteem is aan het veranderen. Nieuwe technologieën zoals lokale energieopslag, elektrische auto’s, energiemanagement en vraagresponse systemen (waarbij de vraag naar elektriciteit wordt verschoven om beter aan te sluiten bij het aanbod), creëren meer flexibiliteit in energie-opwek, -opslag en -verbruik. Met het veranderen van het energiesysteem, verandert ook de rol van bewoners en bewonersinitiatieven. Bewoners zijn niet langer alleen maar consument maar krijgen ook een actieve rol in de invulling en de werking van het nieuwe energiesysteem, bijvoorbeeld als lid van een lokale coöperatie. Bewoners produceren energie en kunnen energie inkopen en verkopen volgens nieuwe marktprincipes (bijvoorbeeld “peer to peer” op marktplaatsen). Lokale bewonersinitiatieven kunnen hun eigen buurtcoöperatie voor warmte starten. Er is al veel onderzoek gedaan naar de technische kant van deze nieuwe energiesystemen. De daadwerkelijke adoptie van technische oplossingen van deze nieuwe energiesystemen in de praktijk blijkt echter sterk afhankelijk van de wijze waarop bewoners en lokale initiatieven worden betrokken in de samenwerking met andere stakeholders (zoals gemeenten, netbeheerders, energiebedrijven en woningcorporaties) en hoe er wordt ingespeeld op hun behoeften en wensen. In verschillende Europese en nationale projecten en programma’s zoals Making City, POCITYF, BRIGHT (start eind 2020) en MMIP3 wordt hier onderzoek naar gedaan.

Een belangrijk vraagstuk is opschaalbaarheid van participatieaanpakken.

Intensieve processen waarbij er geïnvesteerd wordt in de relatie met bewoners leiden vaak tot succesvolle participatie. Er is dan bijvoorbeeld sprake van een speciaal (wijk)team dat naast bewonersavonden veelvuldig gesprekken met individuele bewoners aan de keukentafel voert. Deze vorm van participatie is vooral geschikt voor wat meer kleinschalige projecten. In bijvoorbeeld grootschalige aardgasvrije proeftuinen is deze vorm minder geschikt. Daarom wordt er onderzoek gedaan naar effectieve manieren van participatie bij grootschalige projecten. Hoe kunnen online en offline participatie elkaar versterken? En hoe kan er beter worden samengewerkt met bewonerscollectieven, in plaats van met individuele bewoners?

Website by Webroots