Duurzaamheid van biomassa

Gerelateerde onderwerpen:

Binnen de juiste randvoorwaarden kan biomassa een belangrijke rol spelen in de energietransitie

De publieke discussie over de inzet van biomassa voor energietoepassingen is stevig, vooral over de inzet van houtige biomassa.

Of het gebruik van biomassa voor energietoepassingen op een duurzame manier kan bijdragen aan de energietransitie wordt al enige tijd stevig bediscussieerd.

Argumenten tegen de inzet van biomassa richten zich vooral op één toepassing van biomassa, namelijk het meestoken van hout in kolencentrales en de inzet ervan in centrale biomassaketels die bijvoorbeeld kunnen worden ingezet voor stadsverwarming. De stelling is dat er wel degelijk waardevolle natuur verloren gaat, dat er concurrentie met landbouw optreedt, dat houtstook wordt gebruikt als excuus om kolencentrales open te houden, dat de vervuilende emissies van stikstofoxide en fijnstof te hoog zijn en dat er per saldo CO2 vrij komt door de verbranding van biomassa.

Argumenten voor de inzet van biomassa zijn dat biobrandstoffen over de gehele keten bezien de netto-CO2-emissies sterk kunnen verminderen, dat het onder de juiste randvoorwaarden kan zonder negatieve bij-effecten voor de natuur en de voedselvoorziening, en dat het zonder biomassa lastig zal worden om een duurzame energievoorziening al dan niet met negatieve emissies te realiseren. Netto negatieve emissies van broeikasgassen zullen volgens drie van de vier illustratieve IPCC-scenario’s (‘pathways’) nodig zijn om op langere termijn de temperatuurstijging onder de 1,5 graad te houden (Special Report over 1,5 graad, figuur SPM.3B). Ook het vijfde Assessment Report van het IPCC, dat beschrijft wat nodig is om onder 2 graden temperatuurstijging te blijven, noemt dat scenario’s meestal een tijdelijke overschrijding van de CO2-uitstoot vertonen (Summary for policy makers). Om deze uitstoot later te compenseren zijn herbebossing, verandering van landgebruik en het afvangen en opslaan van de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van biomassa (BECCS) de belangrijkste mogelijkheden.

Om hier een oordeel over te kunnen vellen is het goed om wat dieper in te gaan op de verschillende soorten biomassa die worden ingezet en de duurzaamheidseisen die eraan worden gesteld.

Over sommige toepassingen van biomassa bestaat brede overeenstemming.

Het recente rapport over de beschikbaarheid en toepassingsmogelijkheden van duurzame biomassa van het PBL levert belangrijke informatie voor het debat. Dit rapport inventariseert en beoordeelt de verschillende argumenten. Het rapport behandelt niet alleen de inzet van verschillende soorten biomassa voor energietoepassingen, maar ook het gebruik als grondstof. Het rapport wijst op de verschillende perspectieven van waaruit de deelnemers aan het debat naar het gebruik van biomassa kijken, en laat zien over welke toepassingen wel overeenstemming bestaat. De klimaatdoelen staan niet ter discussie, net als dat verandering van landgebruik waarbij per saldo CO2 vrijkomt moet worden geminimaliseerd. Het belang van behoud van natuur en biodiversiteit wordt breed onderschreven. Hout mag voor bepaalde doelen geoogst blijven worden. Daarbij gaat het om de inzet voor papier en karton, als materiaal de bouw en als grondstof voor de chemische industrie, en voor energietoepassingen waar geen goede verduurzamingsalternatieven voor zijn (lucht- en zeescheepvaart, industrie). Energetische toepassingen staan onderin de rangorde van voorkeur voor toepassingen. Tegen de inzet van reststromen voor energietoepassingen lijken minder bezwaren te bestaan. Er is het meeste vertrouwen in duurzaamheid van biomassa uit Nederland en daarna uit de EU.

Naast hout worden er vele andere soorten biomassa ingezet als energiebron.

Er is een breed scala aan verschillende soorten biomassa die voor energie worden ingezet; het gaat niet alleen om hout zoals de discussie lijkt te suggereren. Bij hout gaat het vaak om reststromen uit productiebossen, waarvan de hoofdproducten balken en planken en grondstof voor de papierindustrie zijn. Productiebossen zijn geen natuur maar bosbouw, wat eigenlijk een vorm van landbouw is. Natuur wordt pas aangetast als het bosbouwareaal ten koste van natuur wordt uitgebreid. Andere houtige biomassa is afkomstig van snoei- en dunningshout uit parken en natuurgebieden in eigen land. Ook plantaardige en dierlijke reststromen uit de voedselindustrie, het biogene deel van huishoudelijk afval, dierlijke mest en rioolwaterzuiveringsslib zijn bronnen van biomassa. De soorten biomassa liggen niet vast: in de toekomst zou zeewier uit de Noordzee een substantiële bijdrage kunnen leveren.

De relatieve aandelen in het eindgebruik van energie voor verschillende toepassingen in Nederland zijn te zien in de grafieken hieronder. Het totaal aandeel van biomassa in het finaal energiegebruik in Nederland was in 2019 5,1% (bron: CBS). De totale bijdrage van alle vormen van hernieuwbare energie in 2019, dus inclusief o.a. wind en zon, bedroeg 8,7% van het finaal verbruik. Biobrandstoffen waren dus verantwoordelijk voor meer dan helft van de hernieuwbare energie Nederland. In de toekomst zal de verhouding tussen duurzame energie uit biomassa en uit wind en zon naar verwachting verschuiven door de snelle groei van wind- en zonne-energie. In de tabel is te zien dat de import van houtpellets in 2015 tot nul was teruggelopen, en in 2018 weer begon. De laatste jaren is de inzet van biomassa in kolencentrales afgenomen doordat de MEP-subsidie afliep en er in de SDE, de daarop volgende subsidieregeling, bijstook niet werd gesubsidieerd. Vanaf 2016 was er wel weer subsidie in de SDE+ tot een maximum van 25 PJ geproduceerde energie, en daar is ook gebruik van gemaakt. Daarom wordt er in de komende jaren weer een toename van de inzet van biomassa in kolencentrales voorzien. De subsidie voor bijstook van houtpellets in kolencentrales stopt in 2025, waardoor de inzet daarna naar verwachting weer zal verminderen. In 2030 stopt deze geheel omdat de opwekking van elektriciteit met steenkool dan moet stoppen, en de laatste kolencentrales naar verwachting zullen sluiten. Er is in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) een toenemende trend te zien van de inzet van biomassa in ketels bij bedrijven.

Figuur 1. Aandelen van hernieuwbare energievormen in het bruto finaal verbruik in Nederland (links) en de aandelen van de verschillende soorten van biobrandstof in het bruto finaal verbruik (rechts). Bron: Klimaat- en EnergieVerkenning 2019.

 

Tabel 1. Balans vaste biomassa voor energie, 2013-2018 (bron: CBS).

Biomassa kan als klimaatneutraal worden beschouwd als er evenveel wordt verbruikt als er bijgroeit.

Over de onwenselijkheid van het gebruik van sommige soorten biomassa voor energietoepassingen is bijna iedereen het eens. Oerwoud kappen om plaats te maken voor palmolieproductie voor vloeibare biobrandstof, soja voor veevoer of suikerriet voor de motorbrandstof bio-ethanol is zeer schadelijk voor de biodiversiteit, en door de broeikasemissies die het directe gevolg zijn van de ontbossing. De klimaatneutraliteit van andere teelten is minder eenduidig. Er komt weliswaar meer CO2 vrij bij de verbranding van biomassa dan bij de verbranding van steenkool voor dezelfde hoeveelheid warmte (bron: emissiefactoren RVO), maar bij de groei van biomassa wordt er CO2 vastgelegd, zodat er een relatief kortdurende kringloop van koolstof is. Het is mogelijk de vastgelegde hoeveelheid koolstof over het jaar heen constant te houden door per jaar van een bosbouwareaal niet meer te kappen dan er bijgroeit. Als er natuurlijk bos gekapt wordt om plaats te maken voor productiebos dan komt er vaak wel netto CO2 vrij, omdat een productbos in de regel minder CO2 per hectare vastlegt dan natuurlijk bos.

Er zijn strenge eisen gesteld aan biomassa die als energie wordt gebruikt.

Een belangrijk deel van de discussie gaat over de wenselijkheid van import van houtpellets. Als steeds meer landen houtpellets gaan importeren kan er een tekort ontstaan, wat zou kunnen leiden tot een uitbreiding van productiebos ten koste van natuurgebieden. Nederland heeft door zijn kleine oppervlak, hoge bevolkingsdichtheid en relatief energie-intensieve industrie beperkte mogelijkheden om voldoende hernieuwbare energie op te wekken, maar wel een hoog energiegebruik. Er zijn weinig landen die zoveel import nodig hebben als Nederland, waardoor de beschikbaarheid en het totale beslag op geëxporteerde biomassa door Nederland zouden kunnen meevallen. Nederland heeft verder in samenspraak met de milieubeweging strenge eisen gesteld aan subsidie voor de inzet van biomassa voor meestook (bron: RVO). Europese eisen aan biomassa zijn door de EU vastgesteld in de Renewable Energy Directive II (REDII). Zoals te zien in de tabel bestaat in Nederland een beperkt deel van de totaal ingezette biomassa uit geïmporteerd hout.

Voordelen van biomassagebruik zijn mogelijkheden voor toepassing bij regelbare hernieuwbare energie, voor negatieve emissies en bij het bouwen aan de biobased economy.

Een veel genoemd nadeel van wind- en zonne-energie is dat ze niet altijd in dezelfde mate beschikbaar zijn. Voor de twee andere hernieuwbare energievormen met een groot potentieel in Nederland geldt dit niet: geothermie en biomassa. Biomassa kan worden ingezet voor CO2-vrij regelbaar elektrisch en thermisch vermogen. Een ander interessant aspect van de inzet van biomassa is dat de bij de verbranding vrijkomende CO2 kan worden afgevangen en opgeslagen. Dit telt als negatieve CO2-emissie (wat klopt als er evenveel bijgroeit als er wordt verstookt). Het op gang brengen van een markt voor duurzame biomassa voor energie helpt ook bij het opzetten van een op biologische materialen gebaseerde circulaire economie die kan bijdragen aan het verduurzamen van de petrochemie. Die toepassing wordt volgens het PBL-rapport breed gesteund. De kunst is om de voordelen van het gebruik van biomassa te combineren met behoud van waardevolle natuur en voldoende landbouwareaal. Rekening houdend met de genoemde randvoorwaarden zou dit voor een daardoor begrensde hoeveelheid, ook houtige, biomassa mogelijk moeten zijn.

Toegenomen kritiek uit de Tweede Kamer heeft geleid tot het voornemen een uitfaseringsstrategie voor energietoepassingen van houtige biomassa op te stellen waarbij de energietransitie niet in gevaar komt.

Naar aanleiding van de toegenomen kritiek op de toepassing van houtige biomassa voor energiedoeleinden heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen voor de afbouw ervan. De minister van EZK heeft in reactie hierop een kamerbrief opgesteld. Hierin staat onder andere dat er geen nieuwe subsidie voor de productie van elektriciteit met vaste houtige biomassa zal komen, er strengere emissie-eisen voor kleinere ketels zullen gelden, en dat er een uitfaseringsstrategie komt voor de opwekking van warmte met vaste houtige biomassa. Daarbij wordt er voor gezorgd dat de transitie naar een duurzame energievoorziening niet in gevaar komt. Energiebedrijven met plannen voor het bouwen van biomassacentrales en -ketels hebben negatief gereageerd op de veranderde opstelling van de Tweede Kamer en waarschuwen dat dit zal leiden tot uit- of afstel van de bouw, wat het halen van de klimaatdoelen moeilijker zal maken. Zo heeft Vattenfall zijn besluit voor de bouw van de biomassacentrale in Diemen uitgesteld (biomassacentrale in Diemen).

Website by Webroots