Transport

Het energieverbruik in de transportsector

Het energiegebruik in de transportsector wordt nog steeds sterk gedomineerd door olieproducten.

Wereldwijd is het energieverbruik in de transportsector goed voor ongeveer 30% van het energieverbruik (IEA, 2018). In Nederland is het aandeel iets lager. Van alle vormen van transport wordt de meeste energie verbruikt door het wegtransport, waarbij auto’s, vrachtwagens en bussen worden gebruikt om passagiers, goederen en dieren en te vervoeren. Tot nu toe rijden de meeste privévoertuigen op de weg op olieproducten als benzine en diesel, en worden ze aangedreven door een interne verbrandingsmotor. Olieproducten (zoals stookolie en kerosine) zijn ook dominant in andere belangrijke vervoerswijzen, te weten zeevaart en luchtvaart.

Klimaatverandering en luchtkwaliteit zijn belangrijke drijfveren voor beleid dat de vervoerssector koolstofvrij probeert te maken.

Klimaatverandering en luchtkwaliteit zijn twee belangrijke drijfveren om de koolstofvoetafdruk van vervoer te verminderen. Wij bij TNO doen daar ook onderzoek naar, bijvoorbeeld bij de afdeling traffic en transport. Transportbeleid heeft een belangrijke rol gespeeld bij het vormgeven van de energiemix van transport in EU-lidstaten, waaronder Nederland. Beleidsmaatregelen hebben betrekking gehad op het vaststellen van streefdoelen en verplichtingen voor emissiereducties, fiscale prikkels, regels en voorschriften voor brandstofefficiëntie, stimulering van technologieontwikkeling, bevordering van alternatieve brandstoffen, enzovoort. In EU-verband zet Nederland zich onder andere in voor de implementatie van strengere CO2-emissie-eisen voor het wegvervoer. Verder is Nederland voorstander van strengere internationale eisen aan scheepvaart– en luchtvaartemissies. Ook is er veel nationaal beleid gericht op energieverbruik in transport. Zo is de bijtelling voor elektrische auto’s lager dan voor auto’s die op benzine of diesel rijden, en staan er emissievrije zones gepland. Ook zijn er andere maatregelen, denk hier bijvoorbeeld aan publieke laadpalen of milieuzones.

Verduurzaming van vervoer zal grote gevolgen hebben voor de structuur van het energiesysteem.

De elektrificatie van het vervoer (bijvoorbeeld personenvervoer op de weg) wordt gezien als een belangrijk middel om de vervoerssector koolstofvrij te maken. Elektrificatie vereist een grote toename van de vraag naar elektriciteit, en de huidige netwerkinfrastructuur moet in verschillende opzichten worden verzwaard. Elektriciteit opgeslagen in autobatterijen kan dan ook een rol spelen als een bron van flexibiliteit. In Nederland is het aantal elektrische auto’s snel toegenomen.

Bron: RVO, 2019.

Naast de drastische veranderingen die vereist zijn voor elektrificatie van transporttoepassingen in het wegverkeer, zijn er ook transporttoepassingen die minder gemakkelijk geëlektrificeerd kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan lucht- en scheepvaart en energie-intensief wegverkeer. Voor deze toepassingen moeten alternatieve oplossingen worden gevonden, zoals bijvoorbeeld waterstof of duurzame biobrandstoffen. Zolang volledig duurzame energietechnologie niet overal in het vervoer wordt ingezet, kunnen energie-efficiëntie en vervanging van vervuilende brandstoffen voor minder vervuilende vormen van vervoer ook helpen de koolstofemissies te verminderen (bijvoorbeeld meer treinreizen in vergelijking met vluchten, verschuiving van individueel naar openbaar vervoer).

Vanuit technisch oogpunt is verduurzaming soms moeilijk, maar het probleem heeft ook een belangrijke politieke dimensie. De emissies van internationale lucht- en scheepvaart vallen niet onder de nationale regelgeving en daarom is internationale coördinatie vereist om deze emissies te beperken als de bestaande technologieën niet alleen door marktwerking worden vervangen door hernieuwbare varianten.

Veranderende vraagpatronen spelen een sleutelrol bij het veranderen van de transportbrandstofmix.

Maatschappelijke trends hebben invloed op de voorkeuren van consumenten en op nieuw beleid van overheidsmaatregelen om schonere vormen van transport te bevorderen. Verstedelijking vergroot bijvoorbeeld het bewustzijn van vervuiling en de vraag naar schone lucht en geluidsreductie. Nieuwe mobiliteitsconcepten worden bedacht door transportaanbieders als gevolg van ontwikkelingen in IT. De voorkeuren van consumenten met betrekking tot autobezit zijn aan het veranderen, mede ingegeven door beleidsadvies over brandstofefficiëntie, wat leidt tot een verschuiving naar meer energie-efficiënte auto’s. Ook bij ECN part of TNO wordt naar consumentenkeuzegedrag gekeken omtrent mobiliteit. Veranderende regels en voorschriften met betrekking tot emissies en efficiëntie zijn ook een krachtige drijfveer voor veranderingen in energieverbruikspatronen of technologiekeuze.

Overig materiaal

Website by Webroots