Gebouwde omgeving

Het aantal woningen en huishoudens in Nederland groeit.

Nederland groeide in 2017 naar 7,7 miljoen woningen, met ongeveer net zoveel huishoudens. Het energiegebruik van deze huishoudens wordt bepaald door tegengestelde krachten. Enerzijds hebben energiebesparing en gedragsaanpassing een positief effect op besparing bij huishoudens. Anderzijds hebben factoren als toename van woningen en woninggrootte een negatief op het energiegebruik. Per saldo is het energiegebruik van huishoudens echter gedaald.

De energiebesparing in woningen neemt iets af.

De energiebesparing in de woningbouw is in 2017 per saldo afgenomen ten opzichte van 2016, ondanks een stijging in het energiegebruik in de sector particuliere huur. De oorzaak hiervan is met name een daling van het aantal getroffen isolatiemaatregelen in koopwoningen. Het is goed mogelijk dat huiseigenaren alleen de maatregelen treffen die makkelijk te realiseren zijn, en de maatregelen die veel moeite of geld kosten links laten liggen. Ongeveer 60% van de woningeigenaren heeft de maatregelen die zij wilden nemen al genomen.

Het aandeel hernieuwbare energie is klein, maar groeit gestaag.

Het aandeel hernieuwbare energie is landelijk nog klein. Dit geldt ook voor de sector gebouwde omgeving. 75% van het energieverbruik in de gebouwde omgeving wordt gebruikt voor verwarming. De bronnen voor verwarming bestaan voor meer dan 90% uit fossiele brandstoffen, met als belangrijkste bron aardgas. Hoewel het aandeel duurzame energie voor verwarming klein is, neemt het jaarlijks toe. De groei van de verduurzaming van de warmtevraag in de gebouwde omgeving komt vooral van de bron omgevingswarmte, doordat er steeds meer warmtepompen worden ingezet. De warmtenetten gebruiken deels (26%) duurzame energie, maar vooral ook fossiele brandstoffen. Hier ligt een uitdaging voor verbetering. Het gebruik van hernieuwbare elektriciteit uit zonnestroom (zon-PV) is de afgelopen jaren daarentegen sterk gestegen. De groei komt zowel van de huishoudens als de bedrijven en instellingen.

Het aantal aardgasvrije woningen hangt af van de gekozen definitie.

Nederland heeft de ambitie om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Het aardgasvrij maken van woningen is daarbij een belangrijke uitdaging. Naar schatting zijn nu al 500.000 woningen van de woningvoorraad aardgasvrij. De meeste daarvan zijn aangesloten op stadsverwarming. Veel van deze woningen zijn echter nog indirect afhankelijk van aardgas4. Gasgestookte elektriciteitscentrales zijn de voornaamste warmtebron voor de bestaande warmtenetten. Het bepalen van het aantal aardgasvrije woning hangt dus af van de gekozen definitie. Als aardgasvrij wordt gedefinieerd als alle huizen zonder eigen gasaansluiting, is het aandeel aardgasvrije huizen een stuk hoger dan wanneer er ook wordt meegenomen hoe de warmte voor deze huizen indirect is opgewekt. Zoals beschreven zijn vrijwel alle warmtenetten en vormen van blok/wijkverwarming nog afhankelijk van gasgestookte installaties. Zelfs over het aardgasvrij zijn van een elektrische warmtepomp valt te discussiëren: 42% van onze elektriciteit wordt tenslotte nog steeds opgewekt uit aardgas.

Figuur 1 Bouwstenen voor een aardgasvrije woningrenovatie (groengas links, all-electric midden, warmtelevering rechts)
Het realiseren van aardgasvrije wijken is afhankelijk van verschillende elementen.

Aardgasvrije wijken ontstaan niet zomaar. Bovenstaande figuur vat goed samen wat de verschillende afhankelijkheden zijn van een succesvolle transitie naar aardgasvrij.  

  • Er moet voldoende hernieuwbare energie beschikbaar zijn.  
  • Daarvoor moet de juiste infrastructuur beschikbaar zijn 
  • Woningen moeten worden aangepast, klaargemaakt voor een aardgasvrij alternatief 
  • Woningen moeten afdoende worden geïsoleerd 
  • Er moeten decentrale opwerkpunten worden ontwikkeld voor hernieuwbare energie, zoals zonnepanelen op daken. 
  • Aardgasvrije aanpassingen moeten gekoppeld worden aan niet-energie gerelateerde woningverbeteringen die bewoners belangrijk vinden. 

Elk blokje wordt vertegenwoordigd door een andere partij. Wil je één aspect aanpakken, zul je alle groepen daarbij moeten betrekken.

Website by Webroots