Aardgas

Door de negatieve effecten van de winning van aardgas in Groningen wil de regering het aardgasverbruik in Nederland verminderen; sinds 2018 richt het kabinet zich op volledige uitfasering rond 2030.

Sinds de vondst van het eerste aardgasveld in Slochteren in 1959 zijn de meeste huizen In Nederland in hoog tempo aangesloten op het aardgas. Sindsdien koken en verwarmen veel Nederlanders met behulp van aardgas, en is aardgas een belangrijke bron van inkomsten geworden voor de Nederlandse overheid. Aardgas wordt toegepast voor verwarming en koken, gebruikt in elektriciteitscentrales voor energieopwekking, en wordt het als brandstof ingezet in de transportsector en industrie en als grondstof in de industrie voor de productie van bijvoorbeeld kunstmest en waterstof.  

Vanwege de gevolgen die aardgas heeft voor de bewoners in de buurt van het winningsgebied in Groningen zal de Nederlandse economie naar huidige verwachting steeds minder Groningengas gaan gebruiken, en zal de winning tegen 2030 zelfs worden beëindigd. 

Om te stoppen met het gebruik van gas uit Groningen zijn ingrijpende veranderingen nodig en zullen nieuwe bronnen aangewend moeten worden.

Stoppen met het gebruik van gas uit Groningen betekent een ingrijpende verandering in het Nederlandse energiesysteem. Indien er meer aardgas uit het buitenland wordt geïmporteerd ter vervanging van het Groningengas heeft dit geopolitieke consequenties en gevolgen voor de leveringszekerheid. Ook heeft dit grote consequenties voor zowel de Nederlandse economie als de overheidsbalans: geld dat besteed wordt aan gas uit het buitenland belandt immers niet in de Nederlandse economie, komt niet bij Nederlandse burgers of bedrijven terecht en zal daardoor ook niet deels terugvloeien naar de overheid in de vorm van belasting. Wanneer er daarentegen volledig opgehouden wordt met de inzet van gas, zal onder andere de energie–infrastructuur voor de gebouwde omgeving op de schop moeten.   

Voor een overstap van het gas af zullen alternatieve bronnen aangewend moeten worden, iets wat met name in de industrie en de gebouwde omgeving lastig kan zijn. Voor de inzet van aardgas als grondstof in de industrie kan in sommige gevallen en in de toekomst groene waterstof als vervanger optreden. Voor een deel kan het huishoudelijk gebruik van aardgas vervangen worden door elektriciteit met behulp van bijvoorbeeld warmtepompen en inductieplaten. Ook kunnen stadsverwarming, geothermie en warmte-koude opslag een rol spelen in de verwarming van huizen. 

De verbranding van aardgas vervuilt de lucht en veroorzaakt CO₂-uitstoot, maar minder dan de verbranding van kolen of olie.

Bij de verbranding van aardgas komt CO2 vrij, en het draagt daardoor bij aan de opwarming van de aarde. Aardgas draagt bij aan luchtvervuiling door de vorming van stikstofoxiden en bovendien kan de winning van aardgas vanwege ermee gepaard gaande aardbevingen zowel in Nederland als internationaal voor grote problemen zorgen bij bewoners van de winningsgebieden.  

De hoeveelheid CO2-uitstoot door gebruik van aardgas is per opgewekte hoeveelheid warmte ruim de helft van de uitstoot van kolen. Dit maakt dat inzet van aardgas voor energieopwekking het klimaat minder aantast dan wanneer steenkolen gebruikt zouden worden. Ook verontreinigt het de lucht een stuk minder dan steenkool, en kan in internationaal perspectief de inzet van aardgas bij het koken ter vervanging van hout om ontbossing te voorkomen een belangrijke stap vooruit zijn in termen van zowel gezondheids– als klimaatproblematiek. Dit maakt dat het gebruik van aardgas niet eenduidig goed of slecht is vanuit milieuoogpunt.

Wereldwijd neemt het gebruik van aardgas toe, met name gedreven door LNG. Vraag en aanbod van aardgas hangen sterk samen met geopolitiek.

Ondanks het feit dat de Europese consumptie van aardgas afneemt, groeit de wereldwijde consumptie van aardgas sterk. Zo voorspelt bijvoorbeeld de ‘reference case’ van de IEA een toename in gebruik van jaarlijks 3,4 biljoen kubieke meter nu naar 5,7 in 2040. Dit wordt gedreven door de beschikbaarheid van schaliegas en het toenemende aanbod van LNG, en de toenemende vraag naar aardgas in met name China, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten. De wereldwijde aardgasmarkt laat dan ook een toenemende internationale handel zien. Tegelijkertijd neemt de productie in Noordwest Europa al jaren af. Productie in het Verenigd Koninkrijk bereikte kort na de eeuwwisseling haar piek, en inmiddels laat dus ook productie in Nederland een dalende trend zien. De Noorse productie loopt nog op maar zal naar huidige inzichten voor 2030 haar piek bereiken. Er wordt vanuit Europa dan ook ingezet op de verdere ontwikkeling van gasinfrastructuur vanuit Rusland.  

Figure 1. Natural gas production growth for selected countries and regions. Bron: IEA (2019)

Historisch laten aardgasprijzen een sterke koppeling met aardolieprijzen zien, vanwege de gebruikelijke aardolie-indexatie in lange termijncontracten. De aardgasmarkt in de Verenigde Staten vormt hier een uitzondering op. Door grootschalige exploitatie van lokaal schaliegas liggen aardgasprijzen in deze regio gewoonlijk lager. Voor Europa mag verwacht worden dat de koppeling met olieprijzen zich voort zal zetten. Na een decennium van prijsdalingen lijkt hier anno 2018 een stijgende trend te zijn ingezet.

Door de toenemende importafhankelijkheid van Europa veranderen geopolitieke verhoudingen en kunnen leveringszekerheidsrisico’s toenemen. Ook Nederland zal hier steeds meer mee te maken krijgen nu het eind aan de winning in Groningen in zicht komt. Tegen deze achtergrond zal de rol van aardgas als energiedrager in de energietransitie volgens de huidige vooruitzichten dan ook afnemen, en mogelijk bijdragen aan de urgentie van het overstappen op alternatieven.

 

Website by Webroots