Fossiele brandstoffen

Fossiele brandstoffen in het energiesysteem

Fossiele brandstoffen zijn nog steeds dominant in het energiesysteem.

Fossiele brandstoffen – vooral kolen, olie en aardgas – worden gebruikt voor elektriciteit, voor warmte (in industriële productieprocessen en ruimteverwarming in gebouwen) en voor transport. Ook dienen ze als grondstof voor een reeks verschillende producten zoals chemicaliën, plastics en staal. Fossiele brandstoffen waren en zijn nog steeds cruciaal voor het energiesysteem. Over het algemeen zien we dat het aandeel van deze brandstoffen in de primaire vraag naar primaire energie sinds de eeuwwisseling nog niet veel is veranderd. Hoewel nieuwe succesvolle technieken, aangevoerd door wind en zon-PV, hun aandeel vergroten en helpen om de energievoorziening te verduurzamen, leveren fossiele brandstoffen nog steeds ongeveer 80 procent van het energieverbruik in de wereld, en drie kwart van het energieverbruik in de EU. 

Figuur 1: Het primaire wereldenergieverbruik per energiedrager (%) (Bron: data van IEA World Energy Outlook 2018)
Het terugdringen van de CO₂-uitstoot door fossiele brandstoffen is in veel landen een belangrijke beleidsdoelstelling.

Verbranding van fossiele brandstoffen is de grootste bron van uitstoot die bijdraagt ​​aan het door de menselijke activiteiten versterkte broeikaseffect. Extractie en verbranding van fossiele brandstoffen leidt ook tot andere emissies zoals die van zwaveldioxide en toxische metalen zoals arsenicum, cadmium en kwik, die schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Om negatieve effecten van klimaatverandering te voorkomen, zijn overheden over de hele wereld nu bezig met inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen door fossiele brandstoffen aanzienlijk te verminderen. Inspanningen om de uitstoot te verminderen zijn over het algemeen gericht op het vervangen van fossiele brandstoffen door hernieuwbare energiedragers, het verhogen van de energie-efficiëntie en het veranderen van de infrastructuur in sectoren als transport en de gebouwde omgeving. Gezien de naar verwachting nog geruime tijd voortdurende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen wordt door sommigen gepleit voor extra maatregelen, zoals het opvangen van koolstof uit de lucht en die ondergronds opslaan. Dit wordt ‘koolstofafvang en -opslag (carbon capture and storage of CCS)’ genoemd. Er zijn wereldwijd enkele projecten op commerciële schaal die koolstofdioxide afvangen. Op dit moment verhinderen hoge kosten de toepassing van koolstofafvang. Zie ook de bespreking van CO2-opslag en hergebruik

Om de klimaatdoelstellingen te bereiken moet het gebruik van fossiele brandstoffen snel en ingrijpend worden verminderd.

Verdere ontwikkelingen in de richting van een minder op fossiele brandstoffen gebaseerd energiesysteem hangen voor een groot deel af van het niveau van beleidsambitie en technologische innovatie die het traject van energie-gerelateerde emissies zullen bepalen. De vermindering van de uitstoot die nodig is om de klimaatdoelstellingen kan alleen worden bereikt door efficiëntieverbetering, door de mix van energiedragers in de overwegend fossiele vraag drastisch te veranderen richting een koolstofvrije energiemix die bestaat uit hernieuwbare- en nucleaire energie, en door het toepassen van CCS. Hoewel het aandeel van kernenergie in de energiemix enigszins is afgenomen, neemt het aandeel van hernieuwbare energiebronnen wereldwijd gestaag toe. 

Er zijn grote verschillen in emissiefactoren tussen de verschillende fossiele brandstoffen. Steenkool stoot de meeste CO2 uit per eenheid energie, gevolgd door olie (ongeveer een derde lager dan steenkool) en aardgas (met ongeveer de helft van de uitstoot van steenkool). In verschillende landen zien we een verschuiving van kolen en olie naar aardgas als een manier om de uitstoot van broeikasgassen door fossiele brandstoffen te verminderen. Tegelijkertijd is er een toenemend gebruik van goedkope steenkool, vooral in opkomende economieën.

Het is echter niet waarschijnlijk dat fossiele brandstoffen snel zullen verdwijnen bij een versnelde energietransitie.

De geleidelijke afbouw van fossiele brandstoffen brengt vele uitdagingen met zich mee, met name vanwege de sterke afhankelijkheid van veel landen over de hele wereld van deze brandstoffen. Het wereldwijde investeringsklimaat voor fossiele brandstoffen verandert al wel snel.  

Enerzijds houden investeerders en de financiële sector nauwlettend de trends in de gaten die van invloed zijn op de snelheid en vorm van de wereldwijde energietransitie – van hervormingen van subsidies voor en belastingen op fossiele brandstoffen en de invoering van beprijzing van CO2-emissies, tot de dalende kosten van hernieuwbare energie- en opslagtechnologieën, toenemende elektrificatie van het energiesysteem en het toenemende gebruik van elektrische voertuigen. Deze sectoren willen hun blootstelling aan vervuilende activa en investeringen die tijdens de transitie in waarde dalen verminderen, en anticiperen op beleidsverschuivingen die het relatieve concurrentievermogen van koolstofarme technologieën en diensten zouden kunnen verbeteren. 

Aan de andere kant kan de afname van het gebruik van fossiele brandstoffen leiden tot negatieve effecten, zoals een stijging van de elektriciteitsprijzen, vanwege nieuwe investeringen die nodig zijn om het aandeel fossiele brandstoffen in de elektriciteitsmix te vervangen door alternatieve energiebronnen. Een ander gevolg van een geleidelijke afbouw van fossiele technologie is het verlies van werkgelegenheid in op fossiele brandstoffen gebaseerde sectoren, waaronder mijnbouw in sommige regio’s. Mensen in deze sectoren kunnen zich verzetten tegen maatregelen die hun sector bedreigen. 

Website by Webroots