Biomassa

Biomassa geldt als CO₂-neutrale brandstof en grondstof die kan bijdragen aan de energietransitie.

Onder biomassa valt een breed scala aan grondstoffen van biogene oorsprong. Hier beperken we ons tot de toepassing als energiedrager of als vervanger van niet-energetisch verbruik van fossiele brandstoffen. Biobrandstoffen kunnen bijdragen aan de energietransitie en het bereiken van CO2-neutrale energiehuishouding omdat de CO2 die vrijkomt bij de verbranding niet wordt meegenomen bij de te rapporteren broeikasgasemissies. De redenering hierachter is dat de CO2 die vrijkomt bij de verbranding relatief kort geleden is opgenomen uit de atmosfeer. Er moeten overigens wel emissies worden gerapporteerd voor het verwijderen van biomaterialen uit de koolstofvoorraad van de natuurlijke omgeving, ongeacht of de toepassing ervan voor energiedoeleinden is. Deze emissies vallen onder de post landgebruik, verandering van landgebruik en bosbouw (LU/LUCF). Dit is niet onomstreden omdat er door sommigen wordt gesteld dat er, naast of in plaats van reststromen uit de bosbouw, hout van volledige bomen uit bossen zou worden gebruikt en er twijfel is over hoe lang het in dat geval duurt voordat de CO2 weer is opgenomen door aangroei. Een andere zorg betreft de kap van oerbossen om plaats te maken voor land- of bosbouw. Nederland hanteert strenge duurzaamheidscriteria voor het gebruik van gesubsidieerde biomassa voor energietoepassingen waarin met dit soort overwegingen rekening wordt gehouden. De controversiële bij- en meestook van houtige biomassa in kolencentrales betreft een beperkt deel van de totale inzet van biomassa in Nederland. Vanaf 2010 is het aandeel hernieuwbare energie in Nederland gegroeid van rond de 4 naar meer dan 7%, en het aandeel van biomassa van 3 naar 4,5%. Het aandeel bij- en meestook in centrales bleef altijd onder de 0,6%. Doordat er vanaf 2016 SDE+ aan is toegekend wordt verwacht dat het aandeel bij- en meestook in centrales de komende jaren weer zal toenemen (tot aan vastgesteld maximum van 25 PJ geproduceerde energie per jaar). Op de duurzaamheid van biomassa wordt verder ingegaan in een “hot topic” hierover op deze website.

Figuur 1. Aandeel biobrandstoffen in het finaal energiegebruik in Nederland (bron: CBS)

 

De oorsprong van biomassa kan zowel plantaardig als dierlijk zijn.

De oorsprong van biobrandstoffen kan plantaardig zijn of van dierlijke oorsprong. Plantaardige biomassa is bijvoorbeeld hout (restmateriaal van houtwinning waar geen balken en planken meer van kan worden gezaagd), snoeiafval en reststromen uit de voedselindustrie. Er is een groot potentieel voor houtige biomassa beschikbaar in Europa. Bij biomassa van dierlijke oorsprong gaat het bijvoorbeeld om mest die vergist wordt tot biogas. Bij vloeibare biobrandstoffen wordt er onderscheid gemaakt tussen biobrandstoffen van de 1e, 2e en 3e generatie. Eerste generatie biobrandstoffen komen uit voedselgewassen zoals mais, koolzaad, palmolie en suikerriet. Biomassa van de tweede generatie bestaat uit reststromen die daardoor niet om landbouwareaal concurreren met voedselgewassen. Biomassa van de derde generatie betreft nieuwe ontwikkelingen zoals zeewier.

Biobrandstoffen zijn divers in vorm en toepassing, en hebben voordelen die het een goede aanvulling maken op energie uit zon en wind.

Biobrandstoffen gemaakt uit biomassa kunnen vast, vloeibaar of gasvormig zijn en kunnen voor allerlei toepassingen worden ingezet. Ze kunnen worden gebruikt voor warmteproductie in woningen en andere gebouwen maar ook voor proceswarmte in de industrie. Het kan worden ingezet voor elektriciteitsopwekking door bijstook van vaste biomassa in kolencentrales, via vergisting als biogas in WKK-installaties of in afvalverbrandingsinstallaties. In de transportsector wordt er bio-ethanol bijgemengd in benzine en biodiesel in diesel. Biodiesel is overigens ook zonder bijmenging te gebruiken. Bio-LNG wordt ook al toegepast in transport, en biomethaan wordt bijgemengd in het gasnet. Een belangrijk aspect van biobrandstoffen is dat de beschikbaarheid niet weersafhankelijk is zoals bij wind- en zonne-energie. Dit betekent dat biobrandstoffen een rol kunnen spelen als CO2-neutraal regelbaar elektrisch vermogen.

Biobrandstoffen kunnen ook niet-energetisch verbruik van olie vervangen en een rol spelen in de circulaire economie.

De petrochemische industrie zal een overstap moeten maken van aardolie naar andere grondstoffen, omdat ook olieproducten die geen brandstoffen zijn, zoals kunststoffen, uiteindelijk zullen eindigen in de afvalverbrandingsoven en dan CO2-emissies opleveren. Materiaal van biologische oorsprong is hiervoor een geschikte kandidaat. Voor het opschalen van de biomassamarkt kan toepassing ervan als brandstof als startpunt fungeren. Er zal ook in de toekomst altijd een deel zijn dat niet voor materialenproductie kan worden gebruikt, en dat dan nog wel een nuttige toepassing kan vinden als energiedrager. Het idee is om de meest waardevolle toepassingen voorrang te geven op minder waardevolle, dus er bij voorkeur chemische producten van te maken en alleen het daarvoor niet geschikte deel voor energietoepassingen.

Website by Webroots