Warmte

De vraag naar warmte beslaat meer dan de helft van de totale energievraag, en die kan via warmtelevering ook met restwarmte en hernieuwbare warmte worden ingevuld.

Ruim de helft van de energielevering voor energetisch verbruik betreft het invullen van de warmtevraag naar ruimteverwarming in gebouwen of voor processen in de industrie. In plaats van het omzetten van fossiele brandstoffen of elektriciteit in warmte kan warmte ook afkomstig zijn van restwarmte van elektriciteitscentrales, verbrandingsinstallaties en industriële processen, of uit  hernieuwbare bronnen. De bronnen voor hernieuwbare warmte zijn divers: biobrandstoffen, geothermie, omgevingswarmte uit water en lucht door toepassing van warmtepompen (daaronder valt ook aquathermie, winning van warmte uit voornamelijk oppervlaktewater en afvalwater), en zonthermie (winning van zonnewarmte). De aandacht voor aquathermie is de laatste tijd toegenomen; door de Unie van Waterschappen wordt er een potentieel van 25 tot 40% van de warmtevraag van huishoudens aan toegekend. Voor het kunnen toepassen van warmte als energiedrager is het van belang vraag en aanbod wat betreft omvang en locatie goed op elkaar aan te laten sluiten. We richten ons hier vooral op restwarmte, hernieuwbare warmte en warmte als energiedrager.

Warmtenetten leveren nu veelal restwarmte voor productieprocessen en ruimteverwarming.

Warmte uit warmtenetten kan net als warmte uit lokale verbranding worden ingezet voor verwarming van gebouwen en voor warm water, voor processen in de industrie en in de glastuinbouw. Een groot deel van de warmtenetten wordt gevoed met restwarmte uit de industrie die nog zo goed als volledig van fossiele oorsprong is. Restwarmte uit afvalverbrandingsinstallaties geldt voor ongeveer de helft als hernieuwbaar omdat afval ruwweg voor de helft biogeen is.

Doordat de inzet van restwarmte energie bespaart en door de inzet van hernieuwbare bronnen kan warmtelevering de energievoorziening helpen verduurzamen.

De inzet van restwarmte kan worden gezien als een vorm van energiebesparing die de inzet van fossiele energiedragers voor warmteproductie en de bijbehorende CO2-emissies elders kan voorkomen. Dat geldt ook voor warmte/krachtkoppeling die een hoog gecombineerd rendement heeft bij de productie van elektriciteit en warmte. En door inzet van warmte- en koudeopslag (WKO) valt er veel energie te besparen: zomerwarmte wordt opgeslagen voor de winter (dat gebeurt ook bij aquathermie) en koude voor de zomer. Diverse hernieuwbare warmtebronnen zijn niet weersafhankelijk, en kunnen dus een betrouwbaar potentieel bieden voor warmtelevering.

Er moet wel met verschillende vereiste temperatuurniveaus rekening worden gehouden.

Warmte als energiedrager wordt nu vooral ingezet bij productieprocessen in de industrie (daar gaat het in verband met de hogere vereiste temperaturen meestal om stoom) en in warmtenetten met een relatief hoge temperatuur (> 70°C) voor ruimteverwarming en warm water in gebouwen. Het gaat vaak om restwarmte die anders verloren zou gaan. Veel warmte wordt verspild door gebrekkige isolatie van industriële installaties en gebouwen, dus als er besparingsmaatregelen worden genomen zullen in het geval van inzet van fossiele brandstoffen voor de warmteproductie CO2-emissies worden vermeden. In goed geïsoleerde nieuwe gebouwen kan warmte met een lage temperatuur (+/- 40 °C) worden ingezet die afkomstig is van restwarmte die in andere situaties niet nuttig kan worden ingezet.

Warmtenetten zijn een belangrijke optie om gebouwen van het aardgas te halen.

In het Klimaatakkoord is een grote rol voorzien voor verduurzaming van de warmtevoorziening van gebouwen. Elke wijk heeft eigen karakteristieken en een bijbehorende geschikte duurzame warmtebron: warmtenetten met hoge of lage temperatuur met allerlei verschillende mogelijke warmtebronnen, ketels op hernieuwbaar gas of warmtepompen (op hernieuwbare elektriciteit). Het streven is dat de uitgespaarde kosten voor aardgas de investering in de nieuwe warmtevoorziening terugverdienen. Over hoe de markt voor warmtenetten zou kunnen worden geordend is er veel te leren van Denemarken, waar al tientallen jaren ervaring met warmtenetten bestaat. Transparantie over de kostenopbouw van warmte uit warmtenetten blijkt van groot belang te zijn. Keuzevrijheid voor de consument zou ook bij warmtenetten kunnen blijven bestaan.

Website by Webroots