Sociale Innovatie

Technologische innovatie kan niet zonder sociale innovatie. Onder sociale innovatie worden veel verschillende dingen verstaan. Wel komen bepaalde elementen telkens terug, namelijk veranderingen in sociale relaties, systemen of structuren om een gedeelde behoefte of doel te vervullen of te structureren.

Technologische innovatie kan niet zonder sociale innovatie. Alhoewel deze uitspraak steeds meer bijval krijgt, blijkt het vervolgens niet gemakkelijk om aan onderzoek naar sociale innovatie vorm te geven. Dit komt doordat onder deze term zoveel verschillende dingen worden verstaan. Twee elementen zijn echter in elke definitie aanwezig. Ten eerste: sociale innovatie gaat over veranderingen in sociale relaties, systemen of structuren, en ten tweede: deze veranderingen dienen om een gedeelde behoefte of doel te vervullen of een gedeeld sociaal relevant probleem op te lossen. Daarom zien wij sociale innovatie als sleutel in de transitie naar een duurzame, veilige en betaalbare energievoorziening. En daarom wordt ons sociale innovatie onderzoek gekenmerkt door twee hoofdthema’s.    

Het eerste thema gaat over het gedrag van belanghebbenden in de energietransitie. Hoe gedragen mensen zich en wat willen ze wel en niet – als burger, maar ook als werknemer, beleidsmaker of ondernemer. Als individu, maar ook als lid van een (energie)collectief, een raad van bestuur, enzovoort. Het tweede thema gaat over energierechtvaardigheid. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de energietransitie, als gedeeld sociaal relevant doel of probleem, niet juist andere problemen oproept voor bepaalde groepen in de samenleving die de gezamenlijkheid aantasten? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de energietransitie voor alle burgers eerlijk en rechtvaardig is? Wij beschouwen kennis over deze aspecten als essentieel. Door het delen en toepassen van deze kennis dragen wij bij aan een versnelde implementatie van duurzame, efficiënte, koolstofloze energiesystemen. 

Met kennis van gedrag beleid maken vereist inzicht in menselijke beslisprocessen.

Veel modellen die worden gebruikt om de effecten van vastgesteld en voorgenomen beleid in te schatten zijn economisch van aard. Ze gaan ervan uit dat mensen rationele beslissingen nemen met als drijfveer de kosten zo laag mogelijk te houden. Toch blijkt het keuzegedrag van mensen aanzienlijk gecompliceerder in elkaar te steken. Door te onderzoeken welke factoren een rol spelen bij het maken van keuzes op het gebied van duurzame energie is een betere prognose te maken van mogelijke effecten van plannen en maatregelen. In aanvulling op de ‘homo economicus’ willen wij daarom, binnen en naast deze modellen, andere mensbeelden naar voren brengen (homo psychologicus, homo sociologicus, homo faber, homo ludens…). Niet als doel op zichzelf, maar zodanig dat hier ook een handelingsperspectief aan wordt gekoppeld. Een consumentengedragsmodel (ECN part of TNO, 2018) ontwikkelen zien wij als een van de manieren om hieraan bij te dragen.

Hoe bedrijven zich gedragen en zich organiseren heeft grote invloed op de energietransitie.

Minstens zo belangrijk als consumentenkeuzegedrag is te weten op basis waarvan bedrijven keuzes maken. Als duidelijk is wat bedrijven motiveert te kiezen voor nieuwe technologieën, als bekend is wat de belangrijkste belemmeringen zijn voor duurzame (keten)samenwerking, als we begrijpen waar bedrijven praktisch tegenaan lopen bij het ontsluiten van nieuwe markten voor duurzame producten en diensten, dan kan de overheid daar rekening mee houden bij het vormgeven van beleid.   

Voor de (proces)industrie is het van groot belang om anders te gaan denken en werken. Een cultuuromslag is nodig waarbij duurzaam inkopen en het gebruik van hernieuwbare energie ‘het nieuwe normaal’ moeten worden. Zo hebben wij een training voor leveranciers van duurzame procestechnologie ontwikkeld om hen te helpen hun groene propositie beter over het voetlicht te brengen. Verder is een aanzienlijk deel van de mogelijke energiebesparing te verzilveren door medewerkers energiebewust te laten werken. In Europees verband dragen we bij aan versnelde energiebesparing in de voedingsmiddelenindustrie, waarbij effectief energiemanagement en ‘good housekeeping’ centraal staan.   

In de gebouwde omgeving leven vragen bij bouwbedrijven, aannemers, ontwikkelaars en installateurs. Hoe ontsluiten wij de markt voor duurzame, aardgasvrije woningrenovatie? Kennis over de doelgroep is daarbij heel belangrijk, maar even belangrijk is hoe aanbieders zichzelf organiseren en samenwerken in de keten. Binnen het project “de derde succesfactor” is onderzocht hoe partijen die werken aan renovatieprojecten met hoge energieambities tot een effectieve samenwerking kunnen komen. Steeds wordt hierbij de vraag gesteld hoe we de praktijken van deze koplopers kunnen opschalen.   

Ook bij lokale implementatie en ruimtelijke inpassing van technologie leven dergelijke vragen. Het is duidelijk dat je niet ‘zomaar’ ergens een zonnepark of windpark neer kunt zetten. Het is helder dat bewoners tijdig betrokken moeten worden en bij voorkeur ook moeten kunnen participeren, maar hoe doe je dat? Bij de lokale inpassing van technologie – zon, wind, maar ook CO2–opslag – dragen wij bij aan de ontwikkeling én toepassing van innovatieve participatiemethoden.

Ten slotte is het belangrijk dat de energietransitie eerlijk verloopt.

De effecten van menselijk handelen en trends in de samenleving zijn cruciaal voor de energietransitie, maar omgedraaid is ook de invloed van de energietransitie op de samenleving  van groot belang voor de haalbaarheid. Hier spelen eerlijkheid en rechtvaardigheid een grote rol: de kosten van de transitie zijn niet vanzelf evenwichtig verdeeld en raken bepaalde mensen of groepen onevenredig hard. Welke balans kan er gevonden worden voor groepen in de samenleving die vanwege hun inkomen, hun beroepsgroep, het bedrijf waar ze werken, of de locatie waar ze wonen onevenredig hard geraakt worden? Bij de beantwoording van die vraag is het zowel van belang om kwalitatief in kaart te brengen welke groepen harder geraakt worden en hoe zich dat manifesteert, als om te kwantificeren hoe groot dergelijke effecten zijn.    

Iedere belanghebbende moet naar vermogen aan de energietransitie bijdragen. Dat vraagt een verandering in kennis, houding en gedrag bij iedereen, van installateur tot beleidsmaker, van CEO tot ploegmedewerker. Daarbij hoort een beleid bij dat een eerlijke lasten– en batenverdeling mogelijk maakt.

Website by Webroots